Archief 745
Inventaris 745-405
Pagina 448
Dossier 2A
Jaar 1943
Stadsarchief

Afschrift van notulen/notities van een bespreking.

Origineel

Afschrift van notulen/notities van een bespreking. SV
Behoort bij brief 37/16/4 M. d.d. 23 Februari 1943 aan den Heer Wet-
houder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen,
den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegen-
heden en den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelen
voorziening.

AFSCHRIFT

N o t i t i e s van een bespreking op 4 December 1942
van den waarnemend Directeur van het Marktwezen, den
Heer J. Sieburgh, den Heer F. van Meurs, Gemeentelijk
Adviseur voor Voedings-en Distributieaangelegenheden, den
Heer Ter Heege, Directeur van den Centralen Dienst voor
den Levensmiddelenvoorziening, den Heer H. van Duinhoven,
Bureauchef van het Marktwezen, met de grossiers der
Centrale Markt, de Heeren Dijkstra, Kramer, Draaisma en
Bood.

O n d e r w e r p: Winteropslag 1942-1943 Stapelgroenten.

De Heer Van Meurs: zegt, dat het door de Combinatie ingediende voorstel van
de laatste vergadering nader onder de oogen is gezien en
hij wil daaromtrent thans het volgende opmerken. Het voor
stel der Combinatie komt hier op neer: de kosten van den
opslag worden gedragen door de Gemeente en deze zullen
worden vergoed, voor zooveel dit zit in den oploopenden
prijs van de opgeslagen producten. Op dit punt komt de
Combinatie dus geheel tegemoet aan het voorstel door mij
gedaan in de eerste bijeenkomst. De kern van het voorstel
der commissie is echter, dat de Gemeente als koopvrouw
moet optreden. Zij moet de producten koopen en verkoopen.
Zij wordt dus risico draagster. Daarvoor komt haar de
ondernemers-premie toe. Ik zeg niet de geheele grossiers-
marge, doch wel een deel daarvan. Het voorstel is der-
halve niet compleet. Voor de Gemeente zullen namelijk
alle kosten voor den opslag en het zooeven genoemde
risico komen, terwijl de handel haar geheele winstmarge
zal behouden. Geconstateerd moet dan ook worden, dat de
handel in haar goede bedoeling niet is geslaagd. Het is
thans echter duidelijk, waar wij elkander moeten vinden.
Er moet een zoodanige regeling komen, waarbij de Gemeen-
te de extra lasten, die uit den opslag voortvloeien en
het voordeel van den oploopenden prijs op hare rekening
krijgt, terwijl onnoodige risico's voor den handel
moeten worden vermeden. Bezien in dit licht lijkt het
spreker toch het beste om na afloop van de geheele aange-
legenheid door accountants van beide kanten de exploita-
tiete doen onderzoeken. De Gemeente van haar kant heeft
volledig vertrouwen, dat de handel de zaak behoorlijk
zal behartigen. Voorop moet staan, dat de grossiers-
marge door den onderhavigen opslag in geen enkel opzicht
wordt aangetast. Het oorspronkelijke door den handel
ingediende voorstel zal echter door de Gemeente niet
worden geaccepteerd, dit zou namelijk beteekenen, dat
de Gemeente f 75.000,- vergoeding moet betalen, benevens
het koelhuis moet beschikbaar stellen. zoodat een en
ander in totaal f 100.000,- zou kosten. Spreker acht
het dus het beste, dat achteraf de rekening wordt opge-
maakt; indien de partijen niet tot overeenstemming komen
zal de zaak aan een arbiter worden voorgelegd, bijv.
den Heer Valstar. De Gemeente kan onmogelijk op het
laatste voorstel door de Combinatie ingediend, ingaan.
De Gemeente moet er in principe bezwaar tegen hebben om
in deze als koopvrouw op te treden. Daarvoor beschikt
zij over te weinig vaktechnische kennis om alle risico's
op eigen gezag te nemen. De handel moet koopen en de Dit document verslaat een conflict tussen de gemeente en een collectief van groothandelaren (de "Combinatie") over de opslag van wintergroenten (zoals aardappelen, wortelen en uien) tijdens de oorlogsjaren.

De kern van het geschil is de verdeling van financieel risico en winst:
1. De Handel: Wil dat de gemeente optreedt als "koopvrouw" (eigenaar/inkoper). Hiermee verschuift het volledige risico van bederf of prijsfluctuaties naar de overheid, terwijl de handelaren hun volledige winstmarge willen behouden. Bovendien vroegen zij een vaste vergoeding van 75.000 gulden.
2. De Gemeente (bij monde van Van Meurs): Weigert dit. Van Meurs stelt dat als de gemeente het risico draagt, zij ook recht heeft op een deel van de marge (de "ondernemers-premie"). Hij vindt het voorstel van de handel onredelijk duur (totaal 100.000 gulden inclusief koelhuis-kosten) en wijst erop dat de gemeente de expertise mist om als handelaar op te treden.

Het voorstel van Van Meurs is om de kosten achteraf via accountantscontrole te verrekenen en eventueel een arbiter (de heer Valstar) in te schakelen bij onenigheid. Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke en streng gereguleerde aangelegenheid. "Stapelgroenten" waren essentieel om de bevolking de winter door te helpen.

De "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was een overheidsorgaan dat de distributie en rantsoenering aanstuurde. De spanning tussen de vrije handel (grossiers) en de dwingende bemoeienis van de overheid (gemeente) is in dit document duidelijk voelbaar. De overheid probeerde de prijzen laag te houden en voorraden te garanderen, terwijl de handel probeerde te overleven zonder de gebruikelijke winstmarges en risico's te verliezen in een onzekere oorlogseconomie.

Samenvatting

Dit document verslaat een conflict tussen de gemeente en een collectief van groothandelaren (de "Combinatie") over de opslag van wintergroenten (zoals aardappelen, wortelen en uien) tijdens de oorlogsjaren.

De kern van het geschil is de verdeling van financieel risico en winst:
1. De Handel: Wil dat de gemeente optreedt als "koopvrouw" (eigenaar/inkoper). Hiermee verschuift het volledige risico van bederf of prijsfluctuaties naar de overheid, terwijl de handelaren hun volledige winstmarge willen behouden. Bovendien vroegen zij een vaste vergoeding van 75.000 gulden.
2. De Gemeente (bij monde van Van Meurs): Weigert dit. Van Meurs stelt dat als de gemeente het risico draagt, zij ook recht heeft op een deel van de marge (de "ondernemers-premie"). Hij vindt het voorstel van de handel onredelijk duur (totaal 100.000 gulden inclusief koelhuis-kosten) en wijst erop dat de gemeente de expertise mist om als handelaar op te treden.

Het voorstel van Van Meurs is om de kosten achteraf via accountantscontrole te verrekenen en eventueel een arbiter (de heer Valstar) in te schakelen bij onenigheid.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke en streng gereguleerde aangelegenheid. "Stapelgroenten" waren essentieel om de bevolking de winter door te helpen.

De "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was een overheidsorgaan dat de distributie en rantsoenering aanstuurde. De spanning tussen de vrije handel (grossiers) en de dwingende bemoeienis van de overheid (gemeente) is in dit document duidelijk voelbaar. De overheid probeerde de prijzen laag te houden en voorraden te garanderen, terwijl de handel probeerde te overleven zonder de gebruikelijke winstmarges en risico's te verliezen in een onzekere oorlogseconomie.

Kooplieden in dit dossier 36

Alg. Verbond v. Volkstuinvereenigingen C 3 X
B. den Haas quit. 1870
Bieten (gekookt) *35, =*
Bieten (gekookt) 58.75
T.H. Roelofs *4290, =*
T.H. Roelofs 1359. =
C. Dikstaal quit. 1875
Fa. J. de Geus en Co's A 10 X
Gereserveerd bedrag voor onderhoud transportmateriaal voor vervoer naar koelhuis (Telefonische prijsopgave)
G. v. d. Wal quit. 1876.
H. van Dijk B 1 X
J.C. Cramer C 4 X
E. Kool *1900, =*
E. Kool 540. =
Koolkratten voor opslag kool
L.H. Buys [bijbehorend bij H 23 X]
N. Brink H 23 X
No. 2 Zeeuwsche Bonten en blauwen -
No. 3 Zand- en gelijkgestelde soorten 6,5
No. 4 Tusschensoorten (Klei) 5
N.V. Keizer's Fruithandel plaats H 5 X
Alle 36 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5