Notities van een ambtelijke bespreking.
Origineel
Notities van een ambtelijke bespreking. 26 november 1942. De onderstaande tekst is een letterlijke weergave van het getypte document, inclusief de toenmalige spelling en interpunctie. Handgeschreven kanttekeningen zijn tussen vierkante haken toegevoegd.
N o t i t i e s van een bespreking op 26 November 1942 te 2.00 uur des namiddags van den waarnemend Directeur van het Marktwezen, den heer J.J. Sieburgh, den Gemeentelyken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden, den heer F. van Meurs, den Bureauchef van het Marktwezen, den heer H.A. van Duinhoven, met de grossiers, de heeren Dykstra, Draaisma en Kramer der Centrale Markt.
O n d e r w e r p : Winteropslag 1942-1943.
De heer Van Meurs zegt, dat het voorstel van de Combinatie betreffende de kosten voor den winteropslag is bestudeerd. Spreker memoreert, dat er twee mogelykheden zyn, namelyk ten eerste, de Gemeente kan den opslag geheel zelf verzorgen, ten tweede, de Gemeente kan den opslag volledig door particulieren (deskundigen) laten verzorgen. In de Gemeente Amsterdam is reeds twee jaren de laatstgenoemde mogelykheid gekozen en de Gemeente wenscht dit, zooals dit bereids aan de Combinatie is medegedeeld, ook voor het derde jaar te doen. Daarbij is gesteld, dat de extra aan den opslag verbonden kosten voor rekening zullen komen van de Gemeente. De vraag is, welke deze extra kosten zyn. We hebben het gevoel, dat deze kosten voor de Gemeente het vorig jaar aan den hoogen kant zyn geweest. Hieromtrent zyn reeds verleden jaar by de besprekingen en by de onderteekening van de desbetreffende contracten opmerkingen in den boezem van het Gemeentebestuur gemaakt; tenslotte heeft men zich toch voor dat jaar accoord verklaard. Thans moet echter opnieuw onder de oogen worden gezien, wat eigenlyk precies de extra kosten zyn. De door de Combinatie ingediende opstelling zegt ons daaromtrent niets, omdat geen [kantlijn: enkel bewysstuk] voorhanden is. Aan de hand van deze opstelling kunnen wy geen oordeel uitspreken. Neem echter eens aan, dat de Gemeente den opslag zelf zou verzorgen. Zy kan dan voor de uitvoering vaklieden aannemen om een en ander te verzorgen. De Gemeente zou dan echter tevens koopen en verkoopen en byvoorbeeld de heeren Dykstra c.s. van de combinatie verzoeken voor het onderhoud zorg te dragen. Het staat wel by voorbaat vast, dat de Gemeente dan zou verdienen. Zy krygt dan namelyk, naast den oploopenden prys, die gedurende den opslag zich ontwikkelt, tevens de grossiersmarge. Nu laat de Gemeente het echter aan het particuliere initiatief over en dit brengt mee, dat de Gemeente zeer veel geld moet bybetalen. Wy meenen daarom, dat we op den verkeerden weg zyn. De Gemeente betaalt namelyk kosten, die zy niet moet betalen, voornamelyk doordat ons thans kosten in rekening worden gebracht, die de grossiers anders zelf moeten betalen. Spreker wyst er nog op, dat gedurende de periode van opslag, de prys der opgeslagen producten zal stygen, dit is ook het afgeloopen jaar gebeurd. Hiermede moet men toch by de calculeering van de extra kosten rekening houden, omdat de oploopende prys een compensatie is voor den opslag, waarvoor de Gemeente de lasten draagt. Spreker zegt nog, dat de Gemeente voor 75 wagons opslag het vorige jaar ruim f 14.000,- heeft betaald; zal de opstelling der kosten volledig op het peil van het vorige jaar worden gehandhaafd, hetgeen by de ingediende opstelling is gebeurd, dan zou de Gemeente dus moeten betalen voor ongeveer 400 wagons opslag - f 75.000,-. Men moet hierby niet vergeten, dat de onderhavige opslag thans een belangryk deel zal uitmaken van den totalen aanvoer wagons in het geheele winterseizoen, mogelyk 40%. Voor een groot gedeelte van den normalen aanvoer moet dus de Gemeente thans de kosten betalen.
[kantlijn: De heer Dykstra] antwoordt hierop, dat de handel in normale tyden zoo'n grooten opslag nimmer voor haar rekening zou nemen. Elke grossier had wel een paar wagons groente opgeslagen, doch nooit dergelyke hoeveelheden als thans het geval is. Daar komt by, dat by een directe lossing aan den kleinhandel de kosten veel minder zyn dan wanneer goederen moeten worden opgeslagen. In dat geval moet namelyk veel meer arbeidsloon worden uitbetaald. Bovendien is het gewichtsverlies... Dit document legt een zakelijk conflict vast tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en een collectief van private grossiers (de 'Combinatie') tijdens de Duitse bezetting.
- Kern van het geschil: De gemeente bekritiseert de hoge kosten die de grossiers in rekening brengen voor de winteropslag van groenten. De heer Van Meurs (namens de gemeente) suggereert dat de grossiers dubbel profiteren: zij ontvangen een vergoeding voor 'extra kosten', terwijl de stijgende marktprijs van de producten deze kosten eigenlijk al zou moeten dekken. Bovendien strijken de grossiers de handelsmarge op, terwijl de gemeente het financiële risico draagt.
- Schaalvergroting: Het document illustreert de enorme toename in centrale planning. Waar het jaar ervoor nog 75 wagons werden opgeslagen, gaat het nu om 400 wagons (ca. 40% van de totale wintervoorraad). Dit duidt op een poging van het stadsbestuur om de voedselvoorziening in oorlogstijd onder controle te houden.
- Argumentatie van de handel: De heer Dykstra verdedigt de grossiers door te wijzen op het abnormale karakter van de situatie. In 'normale tijden' zouden private handelaren nooit zulke grote risico's en hoeveelheden opslag nemen. Hij wijst op de fysieke realiteit van opslag: extra loonkosten en gewichtsverlies van de producten (door uitdroging of bederf). In november 1942 was de Tweede Wereldoorlog in volle gang en de voedselsituatie in Nederland werd steeds nijpender. De Duitse bezetter had een strak distributiesysteem opgelegd. Gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen waren verantwoordelijk voor het aanleggen van wintervoorraden om de bevolking van steden als Amsterdam door de koude maanden te helpen.
De spanning in dit document is typerend voor de oorlogsjaren: de overheid moest samenwerken met het particuliere bedrijfsleven om de logistiek draaiende te houden, maar wantrouwde de winstmarges die door handelaren werden gehanteerd in een tijd van schaarste. De "winteropslag" was essentieel om prijsfluctuaties en tekorten te beheersen, maar leidde achter de schermen tot felle bureaucreatische en financiële discussies over wie de lasten van de schaarste-economie moest dragen.