Handgeschreven notulen van een vergadering.
Origineel
Handgeschreven notulen van een vergadering. 30 november 1943. notulen met
vergadering Verdeelcom.
30 Nov. 1943
Aanwezig Voorz., secr. Levie ~ Lamber
~ Lanten, Sliphout en Gootjes en de heer Sieburgh
J. P. K. Schoos vraagt via N.V.C.
vestiging als winkelier.
Com. afwijzend. Is altijd
marktkoopman geweest.
F. Brandsma vraagt toewijzing
visch. Oud filiaalhouder
v. Joodsche zaak Levie Beek.
Com. afwijzend. Is nooit
zelfstandig in vischhandel
werkzaam geweest.
G. J. Hendriks vraagt thans
toewijzing versche visch.
Verzoek is een jaar geleden
toegestaan, doch Hendriks
heeft toen v. de toewijzing af-
gezien, omdat hij liever rooker
bleef en hij als versche vischh.
dit niet meer mocht rooken Het document is een verslag van een lokale of regionale Verdeelcommissie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze commissies reguleerden de handel en distributie onder toezicht van de Duitse bezetter.
Er worden drie specifieke zaken behandeld:
1. J.P.K. Schoos: Zijn aanvraag om zich als winkelier te vestigen wordt afgewezen op basis van zijn beroepsverleden; de commissie houdt vast aan de strikte scheiding tussen marktkooplieden en winkeliers.
2. F. Brandsma: Hij vraagt een toewijzing voor vis. De commissie wijst dit af omdat hij geen ervaring heeft als zelfstandig ondernemer, maar slechts als filiaalhouder heeft gewerkt. Opvallend is de vermelding dat dit bij de "Joodsche zaak Levie Beek" was, wat duidt op de context van de onteigening of liquidatie van Joodse bedrijven.
3. G.J. Hendriks: Deze zaak is complexer. Hendriks had eerder een vergunning geweigerd omdat de regels hem dan zouden verbieden om vis te blijven roken (specialisatie-dwang). Hij probeert nu blijkbaar opnieuw een toewijzing te krijgen. Dit document illustreert de bureaucratische controle over de Nederlandse economie tijdens de bezetting (1940-1945). De "Verdeelcommissie" werkte vaak samen met organisaties zoals de N.V.C. (Nederlandsche Vereeniging voor de Detailhandel in Visscherijproducten).
De referentie naar de "Joodsche zaak Levie Beek" is historisch relevant. Levie Beek was een bekende naam in de vissector (met name in Amsterdam). Tijdens de bezetting werden Joodse eigenaren uit hun bedrijven gezet door middel van Arisering. Dat Brandsma als voormalig werknemer nu zelfstandig probeert te worden maar wordt afgewezen, toont aan hoe star de beroepsregels en de hiërarchie binnen de gilden-achtige structuur van de bezettingstijd werden gehanteerd. F. Brandsma G.J. Hendriks J. Hendriks J.P.K. Schoos K. Schoos
Samenvatting
Het document is een verslag van een lokale of regionale Verdeelcommissie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze commissies reguleerden de handel en distributie onder toezicht van de Duitse bezetter.
Er worden drie specifieke zaken behandeld:
1. J.P.K. Schoos: Zijn aanvraag om zich als winkelier te vestigen wordt afgewezen op basis van zijn beroepsverleden; de commissie houdt vast aan de strikte scheiding tussen marktkooplieden en winkeliers.
2. F. Brandsma: Hij vraagt een toewijzing voor vis. De commissie wijst dit af omdat hij geen ervaring heeft als zelfstandig ondernemer, maar slechts als filiaalhouder heeft gewerkt. Opvallend is de vermelding dat dit bij de "Joodsche zaak Levie Beek" was, wat duidt op de context van de onteigening of liquidatie van Joodse bedrijven.
3. G.J. Hendriks: Deze zaak is complexer. Hendriks had eerder een vergunning geweigerd omdat de regels hem dan zouden verbieden om vis te blijven roken (specialisatie-dwang). Hij probeert nu blijkbaar opnieuw een toewijzing te krijgen.
Historische Context
Dit document illustreert de bureaucratische controle over de Nederlandse economie tijdens de bezetting (1940-1945). De "Verdeelcommissie" werkte vaak samen met organisaties zoals de N.V.C. (Nederlandsche Vereeniging voor de Detailhandel in Visscherijproducten).
De referentie naar de "Joodsche zaak Levie Beek" is historisch relevant. Levie Beek was een bekende naam in de vissector (met name in Amsterdam). Tijdens de bezetting werden Joodse eigenaren uit hun bedrijven gezet door middel van Arisering. Dat Brandsma als voormalig werknemer nu zelfstandig probeert te worden maar wordt afgewezen, toont aan hoe star de beroepsregels en de hiërarchie binnen de gilden-achtige structuur van de bezettingstijd werden gehanteerd.