Handgeschreven administratieve notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie op gelinieerd papier. (4
Zo moet blijven.
is kleine zaak.
A. Hagedoorn
Langebrugsteeg
altijd haring gehand.
Delicatessenzaak in garnalen,
e.d.
Moet zich tot V.C. wenden
komt niet op de lijst
S. Korper
heeft geen recht op
visch, heeft er nooit
in gehandeld zegt Grootjes
in Beste gestaan met
schar e.d. Nooit zoetwater-
visch
J.G. Blom
Opvoeren voor
aallijst ~~50~~ kg.
40 Dit document betreft de screening van individuele vishandelaren voor opname op een officiële distributie- of vergunningslijst. De notities wegen het recht op handel af op basis van historisch bewijs van hun bedrijfsactiviteiten:
- A. Hagedoorn (Langebrugsteeg, Amsterdam): Wordt gekwalificeerd als een kleine delicatessenzaak in garnalen en haring. Wordt expliciet niet op de algemene lijst gezet; de persoon moet zich richten tot de 'V.C.' (vermoedelijk de Verkoopcentrale of een vergelijkbaar regulerend orgaan).
- S. Korper: Wordt het recht op (zoetwater)vis ontzegd. Uit informatie van een controleur of getuige genaamd 'Grootjes' blijkt dat Korper voorheen enkel in 'schar' (zoutwatervis) handelde op een specifieke locatie of markt (genoteerd als 'Beste').
- J.G. Blom: Wordt wel toegelaten tot de 'aallijst' (de lijst voor de handel in paling). Hierbij is het quotum naar beneden bijgesteld van 50 naar 40 kg. De notities passen in de context van de strak gereguleerde vishandel in Nederland tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en werden handelaren streng gecontroleerd door instanties zoals de Rijksbureaus. Alleen handelaren die konden aantonen dat zij van oudsher in een specifiek product (zoals zoetwatervis of aal) handelden, kregen een quotum of vergunning toegewezen. De vermelding van de 'Langebrugsteeg' wijst op een Amsterdamse context, waar vishandel een prominente rol speelde in de binnenstad. A. Hagedoorn J.G. Blom S. Korper
Samenvatting
Dit document betreft de screening van individuele vishandelaren voor opname op een officiële distributie- of vergunningslijst. De notities wegen het recht op handel af op basis van historisch bewijs van hun bedrijfsactiviteiten:
- A. Hagedoorn (Langebrugsteeg, Amsterdam): Wordt gekwalificeerd als een kleine delicatessenzaak in garnalen en haring. Wordt expliciet niet op de algemene lijst gezet; de persoon moet zich richten tot de 'V.C.' (vermoedelijk de Verkoopcentrale of een vergelijkbaar regulerend orgaan).
- S. Korper: Wordt het recht op (zoetwater)vis ontzegd. Uit informatie van een controleur of getuige genaamd 'Grootjes' blijkt dat Korper voorheen enkel in 'schar' (zoutwatervis) handelde op een specifieke locatie of markt (genoteerd als 'Beste').
- J.G. Blom: Wordt wel toegelaten tot de 'aallijst' (de lijst voor de handel in paling). Hierbij is het quotum naar beneden bijgesteld van 50 naar 40 kg.
Historische Context
De notities passen in de context van de strak gereguleerde vishandel in Nederland tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en werden handelaren streng gecontroleerd door instanties zoals de Rijksbureaus. Alleen handelaren die konden aantonen dat zij van oudsher in een specifiek product (zoals zoetwatervis of aal) handelden, kregen een quotum of vergunning toegewezen. De vermelding van de 'Langebrugsteeg' wijst op een Amsterdamse context, waar vishandel een prominente rol speelde in de binnenstad.