Handgeschreven memo/notitie.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie. Financieële bronnen
A. Gemeente
B. Provincie (prov. econ. technol. instituut)
C. Rijk 1. T.N.O.
Landbouwcrisisfonds (fin. van proeven geschikte ruimten voor)
D. Organisaties gebied Landb. & Tuinbouw
E. Handelsorganisaties (Exporteurs, Groot- & kleinhandel enz.)
F. Industriële ondernemingen bijv. Verkade Z'dam
Maggi
Ph
G. Particulieren Het document is een overzichtelijke opsomming van diverse maatschappelijke en economische lagen waaruit financiële steun ("bronnen") verkregen kan worden. De lijst begint bij de overheid (lokaal, provinciaal, nationaal) en loopt via sectororganisaties naar het bedrijfsleven en private partijen.
- T.N.O. en Landbouwcrisisfonds: De vermelding van T.N.O. (opgericht in 1932) en het Landbouwcrisisfonds (actief in de crisisjaren '30) duidt op een behoefte aan financiering voor toegepast wetenschappelijk onderzoek of praktische proeven.
- Industriële voorbeelden: Onder punt F worden specifieke grote namen genoemd: Verkade (Zaandam), Maggi en Ph (waarschijnlijk Philips). Dit suggereert dat het project een industriële of voedseltechnologische component heeft die interessant is voor deze multinationals.
- Structuur: De indeling van A tot en met G wijst op een systematische aanpak van een fondsenwerving- of subsidietraject. Dit document bevindt zich waarschijnlijk in een archief gerelateerd aan de vroege geschiedenis van de voedseltechnologie of industriële ontwikkeling in Nederland. De verwijzing naar het "prov. econ. technol. instituut" (Provinciaal Economisch Technologisch Instituut) is kenmerkend voor de periode waarin de overheid de industrialisatie en innovatie in de regio's begon te stimuleren. De genoemde bedrijven (Verkade, Maggi) waren destijds koplopers op het gebied van voorverpakte voedingsmiddelen en productontwikkeling. De notitie bij punt C suggereert dat er specifiek gezocht wordt naar financiering voor "proeven" en de daarvoor benodigde "ruimten". A. Gemeente B. Provincie C. Rijk D. Organisaties E. Handelsorganisaties F. Industri G. Particulieren T.N.O.
Samenvatting
Het document is een overzichtelijke opsomming van diverse maatschappelijke en economische lagen waaruit financiële steun ("bronnen") verkregen kan worden. De lijst begint bij de overheid (lokaal, provinciaal, nationaal) en loopt via sectororganisaties naar het bedrijfsleven en private partijen.
- T.N.O. en Landbouwcrisisfonds: De vermelding van T.N.O. (opgericht in 1932) en het Landbouwcrisisfonds (actief in de crisisjaren '30) duidt op een behoefte aan financiering voor toegepast wetenschappelijk onderzoek of praktische proeven.
- Industriële voorbeelden: Onder punt F worden specifieke grote namen genoemd: Verkade (Zaandam), Maggi en Ph (waarschijnlijk Philips). Dit suggereert dat het project een industriële of voedseltechnologische component heeft die interessant is voor deze multinationals.
- Structuur: De indeling van A tot en met G wijst op een systematische aanpak van een fondsenwerving- of subsidietraject.
Historische Context
Dit document bevindt zich waarschijnlijk in een archief gerelateerd aan de vroege geschiedenis van de voedseltechnologie of industriële ontwikkeling in Nederland. De verwijzing naar het "prov. econ. technol. instituut" (Provinciaal Economisch Technologisch Instituut) is kenmerkend voor de periode waarin de overheid de industrialisatie en innovatie in de regio's begon te stimuleren. De genoemde bedrijven (Verkade, Maggi) waren destijds koplopers op het gebied van voorverpakte voedingsmiddelen en productontwikkeling. De notitie bij punt C suggereert dat er specifiek gezocht wordt naar financiering voor "proeven" en de daarvoor benodigde "ruimten".