Archiefdocument
Origineel
de ingebruikneming (i.v.m. de luchtbescherming) (2
had behandeld. De ambtenaar van dezen dienst,
die deze zaken behandelt, was echter met verlof,
zoodat ten slotte eerst op 2 September j.l. tot ontrui-
ming kon worden overgegaan.
Zooals uit het bovenstaande reeds blijkt, kan
er m.i. geen sprake van zijn, dat de onderhavige kan-
toorlokalen blijvend ter beschikking van het Gem.
Archief e.a. kan worden gesteld; dit is nimmer de be-
doeling geweest. Er dient dan ook mee [ingevoegd] rekening ~~te~~ te
worden gehouden, dat te gelegener tijd ook over de
andere kantoren moet worden beschikt, zonder dat
daartegenover – zooals thans nog het geval is geweest –
andere ruimten ter beschikking kunnen worden
gesteld.
Waar het hier [ingevoegd] blijkens den brief van den
Gemeente-archivaris, onvervangbare handstukken
betreft, die een uniek en kostbaar bezit der
stad uitmaken [onduidelijk, mogelijk 'vormen'] en die blijkbaar perma-
nent elders dan in het gem. archief moeten
worden opgeslagen, rijst bij mij de vraag, of het
niet gewenscht is voor deze archivalia elders een
betere opslaggelegenheid te zoeken [geschreven over 'maken']. Ik wijs er
in dit verband n.l. op, dat deze stukken thans in
kamers liggen, die enerzijds van een plat dak,
dat ~~even~~ door derden kan worden betreden, met
gewone ramen zijn afgesloten, terwijl ander-
zijds met een eenvoudige [oorspronkelijk 'eenvoudigen'] houten deur van
een gang, waar regelmatig particulieren
passeeren, zijn afgesloten. Met [geschreven over doorhaling] de mogelijkheid
van diefstal moet hier zeker rekening worden
gehouden.
[Doorgehaalde slotpassage:]
~~Te meer de betreffende localiteiten~~
~~blijkbaar voldoende waarborg bieden~~
~~met het oog op brandgevaren / gevaren~~
~~uit de tekst is dit, gezien de wijze~~
~~van afsluiting ten aanzien van gevaar~~
~~van inbraak en diefstal~~
~~m.i. niet in die mate het geval~~
[Paraaf onderaan:] JD [?] De tekst is een ambtelijk schrijven waarin de auteur zich beklaagt over de huidige staat van de archiefopslag. Belangrijke punten uit de tekst zijn:
1. Tijdelijkheid: De auteur benadrukt dat de huidige kantoorruimten niet blijvend door het Gemeentearchief gebruikt kunnen worden; ze zijn nodig voor andere diensten.
2. Onveiligheid: De auteur maakt zich grote zorgen over de fysieke veiligheid van de "onvervangbare handstukken". Hij wijst op de kwetsbaarheid voor diefstal en inbraak omdat de ruimtes grenzen aan een plat dak en een publiek toegankelijke gang, en slechts beveiligd zijn met "gewone ramen" en een "houten deur".
3. Waarde: De collectie wordt omschreven als een "uniek en kostbaar bezit der stad". Het document moet geplaatst worden in de context van de Luchtbescherming (vermeld in de eerste regel). Tijdens de dreiging van en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in veel Nederlandse steden archieven verplaatst naar tijdelijke locaties (zoals kelders of bunkers) om ze te beschermen tegen bombardementen. Deze transitie zorgde vaak voor conflicten over ruimtegebruik tussen de archiefdienst en andere gemeentelijke afdelingen. De auteur van dit stuk lijkt een balans te zoeken tussen het praktische ruimtegebrek van de gemeente en de morele plicht om kostbaar erfgoed adequaat te beveiligen tegen niet alleen oorlogsgeweld, maar ook tegen 'gewone' criminaliteit zoals diefstal.