Ambtelijke notitie / Briefconcept
Origineel
Ambtelijke notitie / Briefconcept Omstreeks maart 1943 (gebaseerd op de genoemde ingangsdatum en eerdere besluitvorming) [Linksboven, potlood/lichte inkt:]
onderwerp:
ontbinding huurcontract
C.17. door toepassing
art. 17. lid 3 van het Regl. op
de C.M.
[Midden boven, rode inkt:]
66/9/1
[Rechtsboven, paraaf:]
W. L. M.
[Hoofdtekst:]
Hiermede heb ik de eer U te be-
richten, dat de grossier J.H. Terpstra, die pakhuis-
afdeeling W.11 op de Centrale Markt heeft gehuurd
gedurende de periode van 1 Juli 1942 tot met 30
Juni 1943, mij heeft verzocht m.i.v. 1 Maart 1943
in aanmerking te mogen komen als huurder van
pakhuis H.119 op de Centrale Markt. Door den Treu-
händer van de fa Meyer Mohilo is de huur van
laatstgenoemde pakhuisafdeeling per 1 Maart 1943
opgezegd en is tot ontbinding der overeenkomst over-
gegaan (vide Besluit van den burg. d.d. 26 Febr. j.l. no. 170 L.M.).
Krachtens art. 17 lid 3 van het Reglement op de C.M. staat
een aldaar vrij komende pakhuisafdeeling allereerst
ter beschikking van degenen, die reeds een soortgelijke pak-
huisafdeeling gebruiken en deze tegen de beschikbaar
gekomen afdeeling willen ruilen. * Inhoud: Het document beschrijft een administratieve afhandeling van een pakhuisruil op de Centrale Markt in Amsterdam. Grossier J.H. Terpstra wil zijn huidige pakhuis (W.11) verruilen voor pakhuis H.119.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 17, lid 3 van het 'Reglement op de Centrale Markt'. Dit artikel geeft zittende huurders voorrang bij het huren van vrijgekomen, soortgelijke ruimtes via een ruilsysteem.
* Administratieve details: De huur van het gewenste pakhuis (H.119) is formeel opgezegd per 1 maart 1943 na een besluit van de burgemeester op 26 februari 1943.
* Terminologie: Het gebruik van "m.i.v." (met ingang van) en "j.l." (jongstleden) is typerend voor ambtelijk taalgebruik uit die periode. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De meest significante aanwijzing hiervoor is de vermelding van de "Treuhänder van de fa Meyer Mohilo". De firma Meyer Mohilo & Co was een bekende Joodse groothandel in Amsterdam. Tijdens de bezetting werden Joodse bedrijven door de nazi-autoriteiten onder toezicht gesteld van een 'Treuhänder' (bewindvoerder), die vaak tot liquidatie of 'arisering' van het bedrijf overging.
In deze context laat het document zien hoe de vrijgekomen fysieke ruimte van een onteigend Joods bedrijf (Meyer Mohilo) direct weer werd herverdeeld onder andere (niet-Joodse) marktkooplieden volgens de bestaande marktreglementen. Het besluit van "den burg." verwijst naar Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam die door de bezetter was aangesteld. De Centrale Markt was in die tijd de spil van de voedselvoorziening in de stad. J.H. Terpstra
Samenvatting
- Inhoud: Het document beschrijft een administratieve afhandeling van een pakhuisruil op de Centrale Markt in Amsterdam. Grossier J.H. Terpstra wil zijn huidige pakhuis (W.11) verruilen voor pakhuis H.119.
- Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 17, lid 3 van het 'Reglement op de Centrale Markt'. Dit artikel geeft zittende huurders voorrang bij het huren van vrijgekomen, soortgelijke ruimtes via een ruilsysteem.
- Administratieve details: De huur van het gewenste pakhuis (H.119) is formeel opgezegd per 1 maart 1943 na een besluit van de burgemeester op 26 februari 1943.
- Terminologie: Het gebruik van "m.i.v." (met ingang van) en "j.l." (jongstleden) is typerend voor ambtelijk taalgebruik uit die periode.
Historische Context
Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De meest significante aanwijzing hiervoor is de vermelding van de "Treuhänder van de fa Meyer Mohilo". De firma Meyer Mohilo & Co was een bekende Joodse groothandel in Amsterdam. Tijdens de bezetting werden Joodse bedrijven door de nazi-autoriteiten onder toezicht gesteld van een 'Treuhänder' (bewindvoerder), die vaak tot liquidatie of 'arisering' van het bedrijf overging.
In deze context laat het document zien hoe de vrijgekomen fysieke ruimte van een onteigend Joods bedrijf (Meyer Mohilo) direct weer werd herverdeeld onder andere (niet-Joodse) marktkooplieden volgens de bestaande marktreglementen. Het besluit van "den burg." verwijst naar Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam die door de bezetter was aangesteld. De Centrale Markt was in die tijd de spil van de voedselvoorziening in de stad.