Dienstvoorschrift (Tijdelijk Voorschrift nr. 1121).
Origineel
Dienstvoorschrift (Tijdelijk Voorschrift nr. 1121). 17 september 1943. Nederlandsche Spoorwegen
gevestigd te Utrecht.
T I J D E L I J K V O O R S C H R I F T 1 1 2 1 .
aardappelspoor
MARKT
HAL
Nieuwe
Fruitspoor
A
------------------------- W 12 ------------------------- W III ------ richting Westgas
B
fruitspoor
De directeur van de Centrale Markt heeft bepaald, dat er ingaande 16 dezer voorloopig geen wagens meer ter lossing geplaatst mogen worden op het gedeelte van het fruitspoor achter wissel 12, gemerkt B. Hieraan is stipt de hand te houden, Bovendien mag op het nieuwe fruitspoor op het gedeelte spoor gemerkt A slechts een enkele wagen fruit worden geplaatst, e.e.a. ten einde ter plaatse van het gedeelte, gemerkt A, verkeersopstoppingen op den rijweg te voorkomen. Door deze Gemeentelijke regel wordt de plaatsruimte op de fruitsporen ± 20 wgs minder. Wagens groenten, uien geadresseerd aan de "Combinatie" mogen op het gedeelte spoor, gemerkt A, nimmer geplaatst worden. Dit moet z.n. geïnformeerd worden bij de Marktopzichter.
In verband met bovenstaande bepalingen van den Directeur der C.M. wordt door mij het volgende bepaald:
De wagens groenten en fruit, aangekomen met den eersten trein, moeten op het fruitspoor geplaatst worden tot aan wissel 12, met inachtneming van de vrije ruimte voor de overwegen, kunnen op dit spoor 17 wagens worden geplaatst.
Kunnen alle wagens groente en fruit niet op dit spoor geplaatst worden, dan moeten de overige wagens groente en fruit op het nieuwe fruitspoor worden gerangeerd, zoover mogelijk doorgezet tot ter hoogte van het naastliggend wissel 12.
De wagens groenten en fruit aangekomen met volgende treinen moeten op het nieuwe fruitspoor worden geplaatst. Dreigt er gevaar, dat alle wagens fruit, groenten en eventueel aardappelen niet ter lossing gereed gezet kunnen worden, dan moet de ladingmeester zich onmiddellijk tot den betrokken gemeentelijken terreinopzichter of tot den bedrijfsleider der Centrale Markt richten met het verzoek om maatregelen te treffen, dat ook het gedeelte spoor, gemerkt A, door onze wagens bezet kan worden. Ldm geeft verder den Chef van het Goederenkantoor kennis dat wegens gebrek aan plaatsruimte, de aangekomen wagens fruit enz. niet geplaatst kunnen worden onder opgaaf van de wagennummers. Chef Goederenkantoor waarschuwt den geadresseerde van de niet, of vertraagd geplaatste wagens met opgaaf van de oorzaak. Het spreekt vanzelf, dat de rangeerdienst op de centrale markt in alle opzichten moet medewerken, dat zooveel mogelijk alle wagens geplaatst worden door reeds geloste wagens uit te rangeeren en door 's-avonds alle overbodige wgs mede te nemen naar Wgm. Wgs aardappelen moeten op de gebruikelijke wijze ter lossing gereed gezet worden op het aardappelen spoor. Is dit vol en is er nog ruimte op het spoor gemerkt A, dan moet de Ldm zich weer tot de C.M. leiding wenden en de Ch. Gk. kennis geven. Plaatsen van wgs op het spoor gemerkt B is beslist verboden. Overtreding van dit verbod kan voor de betrokkenen grote onaangenaamheden opleveren.
AMSTERDAM OBGR., 17 September 1943.
De Hoofdstationschef,
J.H.A. Carras.
--- Dit document is een intern operationeel voorschrift van de Nederlandse Spoorwegen (NS). Het regelt de logistieke afhandeling van goederenwagons met versproducten (fruit, groenten, uien, aardappelen) bij de Centrale Markthallen in Amsterdam.
De kern van de instructie is een reactie op een besluit van de marktmeester om bepaalde spoorsecties (Spoor B) te sluiten voor lossing en andere (Spoor A) strikt te beperken om verkeersopstoppingen op de weg te voorkomen. Dit zorgde voor een aanzienlijk capaciteitstekort van ongeveer 20 wagonlengtes. De instructie beschrijft nauwkeurig:
1. Prioritering: Waar de eerste trein en daaropvolgende treinen moeten parkeren.
2. Communicatie: Hoe de Ladingmeester (Ldm) en de Chef Goederenkantoor (Ch. Gk.) moeten overleggen met het gemeentelijk personeel van de markt bij capaciteitsproblemen.
3. Efficiëntie: Het belang van het tijdig uitrangeren van lege wagons om ruimte te maken.
4. Handhaving: Een expliciet verbod op het gebruik van Spoor B, waarbij gedreigd wordt met "grote onaangenaamheden" bij overtreding.
--- Het document dateert van 17 september 1943, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren de spil in de voedselvoorziening van de hoofdstad.
De logistiek was in deze tijd uiterst complex door schaarste aan brandstof en materieel, gecombineerd met de noodzaak om onder toezicht van de bezetter de distributie van schaarse goederen (rantsoenering) te waarborgen. De "Combinatie" waarnaar verwezen wordt, betreft waarschijnlijk een inkoopcollectief van handelaren. De dreigende toon aan het slot van de brief ("onaangenaamheden") moet gezien worden in het licht van de bezettingstijd: verstoring van de voedseldistributie werd door de autoriteiten hoog opgenomen en kon leiden tot zware disciplinaire of zelfs strafrechtelijke maatregelen. De afkorting "OBGR." bij Amsterdam duidt op de operationele standplaats van de stationschef, waarschijnlijk het Goederenstation in het westelijk marktgebied.