Pagina uit een huurovereenkomst (p. 3).
Origineel
Pagina uit een huurovereenkomst (p. 3). -3-
Artikel 10
De huurder(ster) mag geen reclamemiddel of aankondiging te zijnen(haren) behoeve of ten behoeve van derden, aan of op het gehuurde aanbrengen zonder schriftelijke toestemming van den Directeur van het Marktwezen. De Gemeente behoudt zich het recht van het aanbrengen van reclamemiddelen uitdrukkelijk voor; de huurder(ster) is verplicht, al hetgeen de Burgemeester daartoe noodig oordeelt, in, aan of op het gehuurde toe te laten, voor zoover hierdoor geen belangen van de(n) huurder(ster) worden geschaad.
Artikel 11
De huurder(ster) zal voor het tijdelijk gemis van het gebruik van het gehuurde of van een deel van het gehuurde, uit welke oorzaak ook, geen recht hebben op schadevergoeding van de zijde der verhuurster.
Artikel 12
Bij wanbetaling der huurpenningen of bij nalatigheid of handeling in strijd met deze overeenkomst heeft de Gemeente het recht de huur onmiddellijk als geëindigd te beschouwen en de(n) huurder(ster) wegens geëindigde huur tot ontruiming van het gehuurde in rechte te vervolgen, zonder dat het noodig zal zijn de(n) huurder(ster) door een sommatie of soortgelijke acte in gebreke te stellen, zullende deze door het enkel verloop van den vastgestelden betalingstermijn of de enkele strijdige handeling reeds geacht worden in gebreke te zijn.
Artikel 13
In alle gevallen waarin deze overeenkomst niet voorziet ligt de beslissing bij den Burgemeester, wiens uitspraak bindend is.
Artikel 14
De huurder(ster) kiest gedurende den geheelen duur der overeenkomst domicilie in het gehuurde.
Artikel 15
De kosten van zegel en registratie op deze verhuring vallende zijn voor rekening van de(n) huurder(ster).
Aldus opgemaakt in duplo te Amsterdam, ten dage en jare als in den hoofde vermeld.
De Verhuurster: De Huurder(ster):
De Gemeente Amsterdam:
voor haar: De Burgemeester, Dit document bevat de slotbepalingen van een standaard huurcontract van de Gemeente Amsterdam, specifiek gerelateerd aan de afdeling Marktwezen. De tekst legt de nadruk op de sterke positie van de gemeente als verhuurder:
- Reclamerecht (Art. 10): De huurder mag zelf niets plaatsen zonder toestemming, terwijl de gemeente het recht behoudt om zelf reclame op het object te voeren.
- Geen schadevergoeding (Art. 11): De gemeente dekt zich in tegen claims bij tijdelijk onbruikbaarheid van het gehuurde.
- Ontbindingsrecht (Art. 12): Bij wanbetaling treedt direct verzuim in zonder dat een ingebrekestelling nodig is ("zonder sommatie"). Dit is een harde clausule die snelle ontruiming mogelijk maakt.
- Beslissingsbevoegdheid (Art. 13): De Burgemeester fungeert als arbiter in onvoorziene gevallen, waarbij zijn woord wet is.
De terminologie is formeel-juridisch met archaïsche elementen zoals de genitief ("den", "der", "huurpenningen"). Dit contract is representatief voor de exploitatie van gemeentelijke eigendommen in de eerste helft van de 20e eeuw, waarschijnlijk marktstallen, kiosken of kleine bedrijfsruimten die onder de Dienst van het Marktwezen vielen. De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam werd in 1921 opgericht om toezicht te houden op de handel en de openbare markten (zoals de Albert Cuyp of de Centrale Markthallen).
In deze periode was het gebruikelijk dat de overheid zeer eenzijdige contracten opstelde waarbij de huurder weinig rechtsbescherming genoot ten opzichte van de huidige huurwetgeving. Het feit dat de kosten voor het "zegel" (zegelrecht) bij de huurder liggen, was destijds de standaardpraktijk voor officiële akten. Gemeente Amsterdam Marktwezen