Handgeschreven ambtelijk rapport/notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport/notitie. 11 maart 1943 (betreft gebeurtenis op 3 maart 1943). Een ambtenaar van de Dienst Marktwezen (ondertekening lijkt "Wolf"). Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Bovenaan rechts:] 629
[Bovenaan links:] No. 76/3/1 [stempel: 11 MRT 1943] 10/3
Den heer Directeur van het Marktwezen
Alhier
Op 3 Maart j.l. bracht A. v. Schaik naast mosselen ook 2 zakjes uien, ± 25 pond op zijn kar mede.
Het vermoeden dat deze uien voor den handel bestemd waren, schijnt niet juist gebleken te zijn.
v. Schaik heeft alleen aan zijn collega, vischkoopman L.M. Heuvel, op diens verzoek, enkele ponden uien overgedaan.
De overige uien zouden verdeeld zijn tusschen zijn broer, kind, en hemzelf. Op de markt Jan Evertsenstraat werd overigens niets verkocht.
[Onderaan rechts:]
A'dam 11/3 '43
d’ambt.
[Handtekening: Wolf]
[Kanttekening linker marge, verticaal:]
Maar hoe komt die kerel aan uien?
[Paraaf: S.]
[Onderaan links, schuin:]
Nader onderzoek
+ rapport
202 * Inhoud: Het document doet verslag van een onderzoek naar mogelijke illegale handel door een vishandelaar (Van Schaik). Hij werd aangetroffen met uien op zijn kar, een product dat tijdens de bezettingsjaren schaars en strikt gereguleerd was.
* Bevindingen: De rapporteur concludeert dat er geen sprake was van handel op de markt, maar dat de uien bedoeld waren voor eigen gebruik en een kleine gunst aan een collega.
* Toon: Zakelijk en observerend, maar de handgeschreven kanttekening van een meerdere ("Maar hoe komt die kerel aan uien?") getuigt van wantrouwen en scherpe controle op de voedseldistributie.
* Opdracht: De notitie linksonder ("Nader onderzoek + rapport 202") geeft aan dat de zaak hiermee nog niet was afgedaan en dat de herkomst van de uien verder uitgezocht moest worden. Dit document stamt uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. Handel buiten de officiële kanalen om ("zwarte handel") werd streng bestraft. De Dienst Marktwezen hield toezicht op de naleving van de regels op de Amsterdamse markten. De Jan Evertsenstraat, genoemd in de tekst, was een belangrijke marktlocatie in Amsterdam-West. De focus op een relatief kleine hoeveelheid (25 pond uien) illustreert hoe precair de voedselsituatie was en hoe nauwlettend elke afwijking van de normale handel werd gevolgd. L.M. Heuvel Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: Het document doet verslag van een onderzoek naar mogelijke illegale handel door een vishandelaar (Van Schaik). Hij werd aangetroffen met uien op zijn kar, een product dat tijdens de bezettingsjaren schaars en strikt gereguleerd was.
- Bevindingen: De rapporteur concludeert dat er geen sprake was van handel op de markt, maar dat de uien bedoeld waren voor eigen gebruik en een kleine gunst aan een collega.
- Toon: Zakelijk en observerend, maar de handgeschreven kanttekening van een meerdere ("Maar hoe komt die kerel aan uien?") getuigt van wantrouwen en scherpe controle op de voedseldistributie.
- Opdracht: De notitie linksonder ("Nader onderzoek + rapport 202") geeft aan dat de zaak hiermee nog niet was afgedaan en dat de herkomst van de uien verder uitgezocht moest worden.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. Handel buiten de officiële kanalen om ("zwarte handel") werd streng bestraft. De Dienst Marktwezen hield toezicht op de naleving van de regels op de Amsterdamse markten. De Jan Evertsenstraat, genoemd in de tekst, was een belangrijke marktlocatie in Amsterdam-West. De focus op een relatief kleine hoeveelheid (25 pond uien) illustreert hoe precair de voedselsituatie was en hoe nauwlettend elke afwijking van de normale handel werd gevolgd.