Administratieve brief / ambtelijk schrijven.
Origineel
Administratieve brief / ambtelijk schrijven. 7 mei 1943. Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of politie-afdeling te Amsterdam (gezien de referentie naar "Politie-afdeeling" en de locatie "ALHIER (W)"). No. 76/5/3 M. 1943 [handgeschreven: 10/5]
Aan
den heer P. Stolk, c.s.
Jan Evertsenstraat 102,
A_L_H_I_E_R (W).
[Handgeschreven rechtsboven: Marktw. 854]
L.M. 221
- 1943 -
Vischmarkt Jan Evertsenstraat.
[Handgeschreven paraaf/notitie: m. in de 2/4 (?) en een doorgehaalde 7]
7 Mei 1943.
In antwoord op Uw brieven van 3 Maart en 15 Maart j.l. inzake een klacht over de vischmarkt in de Jan Evertsenstraat, deel ik U mede, dat ik ter zake een onderzoek heb doen instellen.
Daaruit is mij gebleken, dat het overdreven is, dat door U abnormaal veel hinder van deze markt wordt ondervonden. Toegegeven kan evenwel worden, dat bij regenachtig weer het publiek tracht zich op te stellen onder de luifels van enkele ter plaatse aanwezige winkels. Het straatdienstdoende personeel van de betrokken Politie-afdeeling is opgedragen ter plaatse bij den verkoop van visch veelvuldig toezicht uit te oefenen, opdat hinder door deze markt voor de omwonenden zooveel mogelijk voorkomen wordt.
Er is nog nagegaan, of deze vischmarkt naar een andere plaats overgebracht kan worden, doch dit heeft niet tot eenig resultaat geleid.
Ten slotte deel ik U nog mede, dat mij is gebleken, dat het indrukken van een winkelruit in perceel Jan Evertsenstraat 102 niet rechtstreeks te wijten was aan de filevorming voor dit perceel, doch aan het stoeien o.a. van het ongeveer 17-jarige meisje, dat * Inhoud: De brief is een reactie op klachten van omwonenden (vertegenwoordigd door de heer Stolk) over overlast veroorzaakt door een vismarkt in de Jan Evertsenstraat te Amsterdam. De autoriteiten verwerpen de claim dat de hinder "abnormaal" is, maar erkennen wel dat wachtende mensen bij regen onder winkelruiten schuilen. Er wordt extra politie-toezicht toegezegd. Een specifiek incident met een gebroken winkelruit op nummer 102 wordt afgedaan als gevolg van "stoeien" door een 17-jarig meisje, in plaats van door de drukte van de markt.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk Nederlands ("ter zake", "j.l." voor jongstleden, "perceel"). De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "visch", "zooveel").
* Toon: De toon is nogal afwijzend en corrigerend richting de klager ("overdreven", "niet rechtstreeks te wijten aan"). * Historische periode: De brief dateert van mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie: De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West (stadsdeel De Baarsjes). Dit was en is een belangrijke winkelstraat.
* Sociaal-economisch: Tijdens de oorlogsjaren waren markten essentieel voor de voedselvoorziening, maar ze zorgden ook voor grote drukte en rijen ("filevorming") vanwege schaarste en distributie. Het is opvallend dat, ondanks de oorlogssituatie, de reguliere ambtelijke molen voor burgerklachten over marktgeluid en hinder gewoon doordraaide. De brief eindigt abrupt, wat suggereert dat er mogelijk een tweede pagina was of dat dit een doorslag is voor het archief.