Ambtelijke rapportage / interne notitie.
Origineel
Ambtelijke rapportage / interne notitie. 21 juni 1943 (geschreven datum); 23 juni 1943 (ontvangststempel). Jan Evertsenstraat
Den Heer Inspecteur
vh marktwezen
alhier.
No. 76/12/1 M. 1943 23/6 [stempel met handgeschreven toevoeging]
De pth no 51-53 H Gerenhuijsen
heeft sinds 16 Juni '43 tweemaal een
toewijzing kersen gehad.
Gerenhuijsen is echter niet met zijn
toewijzing op de markt geweest.
21 Juni 1943.
Marktm. [onleesbaar] [Handtekening]
[gezien] [ovaal stempel] De tekst is een formele melding van een onregelmatigheid op de markt aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De marktmeester (of een vergelijkbare functionaris) rapporteert aan de Inspecteur van het Marktwezen dat pachter ("pth") H. Gerenhuijsen, die standplaats 51-53 bezet, zich niet aan de distributieregels heeft gehouden.
De kern van de klacht is dat Gerenhuijsen in de periode rond 16 juni 1943 twee keer een officiële toewijzing van kersen heeft ontvangen, maar deze kersen vervolgens niet op de markt heeft aangeboden voor verkoop aan het publiek. In de context van de oorlogsdistributie was dit een ernstig feit, aangezien het impliceert dat de goederen mogelijk buiten het officiële kanaal om (de zwarte markt) zijn verhandeld. Dit document dateert uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een streng distributiesysteem voor voedsel. Perishables zoals kersen werden door de overheid toegewezen aan geregistreerde handelaren om een eerlijke verdeling onder de bevolking te waarborgen en woekerprijzen tegen te gaan.
Het Marktwezen fungeerde in deze jaren niet alleen als beheerder van de marktplaatsen, maar ook als controleorgaan voor de naleving van de distributiewetten. Het niet verschijnen op de markt met toegewezen goederen werd gezien als een economisch delict. De Jan Evertsenstraat was (en is) een belangrijke verkeers- en handelsader in Amsterdam-West waar in die tijd een dagmarkt werd gehouden. De notitie laat zien hoe nauwgezet de controle op individuele handelaren was tijdens de oorlogsjaren. H. Gerenhuijsen Marktwezen
Samenvatting
De tekst is een formele melding van een onregelmatigheid op de markt aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De marktmeester (of een vergelijkbare functionaris) rapporteert aan de Inspecteur van het Marktwezen dat pachter ("pth") H. Gerenhuijsen, die standplaats 51-53 bezet, zich niet aan de distributieregels heeft gehouden.
De kern van de klacht is dat Gerenhuijsen in de periode rond 16 juni 1943 twee keer een officiële toewijzing van kersen heeft ontvangen, maar deze kersen vervolgens niet op de markt heeft aangeboden voor verkoop aan het publiek. In de context van de oorlogsdistributie was dit een ernstig feit, aangezien het impliceert dat de goederen mogelijk buiten het officiële kanaal om (de zwarte markt) zijn verhandeld.
Historische Context
Dit document dateert uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een streng distributiesysteem voor voedsel. Perishables zoals kersen werden door de overheid toegewezen aan geregistreerde handelaren om een eerlijke verdeling onder de bevolking te waarborgen en woekerprijzen tegen te gaan.
Het Marktwezen fungeerde in deze jaren niet alleen als beheerder van de marktplaatsen, maar ook als controleorgaan voor de naleving van de distributiewetten. Het niet verschijnen op de markt met toegewezen goederen werd gezien als een economisch delict. De Jan Evertsenstraat was (en is) een belangrijke verkeers- en handelsader in Amsterdam-West waar in die tijd een dagmarkt werd gehouden. De notitie laat zien hoe nauwgezet de controle op individuele handelaren was tijdens de oorlogsjaren.