Verzoekschrift (handgeschreven brief).
Origineel
Verzoekschrift (handgeschreven brief). 23 en 27 augustus 1943. Hendrik Kol (geboren 30 mei 1874). [Stempel linksboven:] No. 76/15/1 M. 1943
[Handgeschreven data:] 23/8 [en] 27/8
[Rechtsboven handgeschreven aantekening:]
besp. adv.
vraagt of ze in plaats v. markt, vaste wijklooper te mogen worden!
[Hoofdtekst:]
Amsterdam, [stempel] 1943.
Geeft eerbiedig te kennen, Kol, (Hendrik.)
Geboren 30, Mei, 1874, te Krommenie. Provincie Noord holland.
Nu wonende Amsterdam van Houweningenstraat № 59. III. (West.)
Bovengenoemde Hendrik, Kol; komt tot uw met het beleeft verzoek, het daarnatoe te leiden te mogen blijven het geen hij tot nog toe is geweest, namelijk koopman op de Centrale markt halle voor het kopen van groente, daar bovengenoemde Th. Kol. verschoond hoopt te blijven van ondersteuning of z.g.n. van sociale zaken.
Daar bovengenoemde Th. Kol. 22 jaar zijn bestaan als verkoper van groente de wijk haarlemmerplein en omstreeken heeft bediend en nu standplaats Jan-Evertse straat is toegewezen.
Daar bovengenoemde Th. Kol. wel in de vaste wijk zijn klanten bindend kan maken, maar nu in zijn standplaats niet.
Hopende een gunstig antwoord van uw te mogen ontvangen. Aldus.
uw dw dnr [uw dienstwillige dienaar]
Rol. Th.
[Stempels en parafen onderaan:]
Acc
Goedgevonden door Dir.
[Onleesbare paraaf]
76 Het document is een formeel verzoekschrift van de 69-jarige groentehandelaar Hendrik Kol aan de Amsterdamse autoriteiten (vermoedelijk de Dienst der Marktwezen, gezien de 'M' in het stempel).
De kern van het verzoek is een bezwaar tegen een wijziging in zijn werkwijze. Kol werkte voorheen als "wijklooper" (iemand die met een kar langs de deuren gaat) in de buurt van het Haarlemmerplein, waar hij een vaste klantenkring had opgebouwd in de loop van 22 jaar. Hem is echter een vaste standplaats toegewezen in de Jan Evertsenstraat. Kol betoogt dat hij op deze nieuwe plek onvoldoende omzet draait ("zijn klanten niet bindend kan maken"). Hij verzoekt om zijn oude status of toegang tot de Centrale Markthallen te behouden, met als voornaamste argument dat hij zelfstandig wil blijven voorzien in zijn levensonderhoud en niet afhankelijk wil worden van de "sociale zaken" (steun).
De schrijfstijl is nederig ("geeft eerbiedig te kennen"), wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie met de overheid in die tijd. Dit document stamt uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening streng gereguleerd en gerantsoeneerd. De "Centrale Markthallen" aan de Jan van Galenstraat waren het centrale punt voor de distributie van groente en fruit in Amsterdam.
Handelaren hadden specifieke vergunningen nodig voor standplaatsen of wijken. De overheid probeerde de straathandel vaak te centraliseren op vaste markten of standplaatsen om de controle op prijzen en distributie te vergemakkelijken. Voor een oudere kleine zelfstandige zoals Hendrik Kol betekende zo'n gedwongen verhuizing vaak een financieel risico, omdat de persoonlijke band met de buurtklanten (de "vaste wijk") wegviel. De angst om bij de "Sociale Zaken" aan te moeten kloppen was groot, aangezien de armoede en schaarste in 1943 hand over hand toenamen. Marktwezen