Handgeschreven memo/notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie op gelinieerd papier. 11 november 1943 tot 22 november 1943. [Inkt:]
vrij regelmatig alleen op de plaats
aanwezig is en alzoo als vervangster
dienst doet.
Amsterdam,
11 Nov.: 1943
Onger. per 12/11 ’43.
HB. [Handtekening/Paraaf: Dijksma]
[Potlood:]
Moet drie maal per
week naar de veiling
om bloemen te koopen.
Dinsdag, Woensdag
en Vrijdag.
M. i. geen bezwaar
zich op die dagen
voor zover noodig
te laten vervang.
[Rechtsonder, potlood:]
13-11-43
De Haan
[Linksonder, in rood potlood/inkt:]
vergunning –
analoge wijze
standplaats
22-11-43 [Paraaf]
[Uiterst rechtsonder:]
76/20/2 Het document is een ambtelijke notitie betreffende een verzoek of statusrapportage over een vrouwelijke werkkracht ("vervangster") in de bloemenhandel tijdens de bezettingsjaren.
De tekst stelt vast dat de persoon in kwestie regelmatig op een specifieke plek aanwezig is en als vervangster fungeert. De potloodnotitie voegt een praktische noodzaak toe: de persoon moet drie dagen per week (dinsdag, woensdag en vrijdag) naar de veiling om bloemen in te kopen. De ambtenaar (mogelijk "De Haan") geeft aan dat er "mijns inziens" (M.i.) geen bezwaar tegen is dat zij zich op die specifieke dagen laat vervangen.
De rode aantekening onderaan bevestigt dat er een vergunning is verleend op "analoge wijze" (volgens een vergelijkbaar eerder besluit) voor een "standplaats", gedateerd op 22 november 1943. Dit document stamt uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel streng gereguleerd. Voor het drijven van handel, het innemen van een standplaats op een markt of straat, en zelfs voor het reizen naar een veiling waren officiële vergunningen en ontheffingen nodig.
De bureaucratische afhandeling (met verschillende data, parafen en de verwijzing naar "analoge wijze") duidt op een gestandaardiseerd proces binnen de gemeente Amsterdam of een daaraan gelieerde instantie (zoals de Marktwezen-afdeling). Het gebruik van de term "vervangster" suggereert dat de oorspronkelijke vergunninghouder mogelijk wegens ziekte, ouderdom of andere omstandigheden niet zelf aanwezig kon zijn, wat in oorlogstijd nauwkeurig moest worden vastgelegd om problemen met de autoriteiten te voorkomen. Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Het document is een ambtelijke notitie betreffende een verzoek of statusrapportage over een vrouwelijke werkkracht ("vervangster") in de bloemenhandel tijdens de bezettingsjaren.
De tekst stelt vast dat de persoon in kwestie regelmatig op een specifieke plek aanwezig is en als vervangster fungeert. De potloodnotitie voegt een praktische noodzaak toe: de persoon moet drie dagen per week (dinsdag, woensdag en vrijdag) naar de veiling om bloemen in te kopen. De ambtenaar (mogelijk "De Haan") geeft aan dat er "mijns inziens" (M.i.) geen bezwaar tegen is dat zij zich op die specifieke dagen laat vervangen.
De rode aantekening onderaan bevestigt dat er een vergunning is verleend op "analoge wijze" (volgens een vergelijkbaar eerder besluit) voor een "standplaats", gedateerd op 22 november 1943.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel streng gereguleerd. Voor het drijven van handel, het innemen van een standplaats op een markt of straat, en zelfs voor het reizen naar een veiling waren officiële vergunningen en ontheffingen nodig.
De bureaucratische afhandeling (met verschillende data, parafen en de verwijzing naar "analoge wijze") duidt op een gestandaardiseerd proces binnen de gemeente Amsterdam of een daaraan gelieerde instantie (zoals de Marktwezen-afdeling). Het gebruik van de term "vervangster" suggereert dat de oorspronkelijke vergunninghouder mogelijk wegens ziekte, ouderdom of andere omstandigheden niet zelf aanwezig kon zijn, wat in oorlogstijd nauwkeurig moest worden vastgelegd om problemen met de autoriteiten te voorkomen.