Handgeschreven brief/rapportage van een marktambtenaar.
Origineel
Handgeschreven brief/rapportage van een marktambtenaar. 16 november 1943. Een ambtenaar van het Marktwezen (ondertekening lijkt "Rephuma"). 28 Kg + 1 1/2 Kg voor Jongewaard blijft 1/2 Kg
te kort. Is m.i. 1/2 Kg ingewogen. De vrouw
volgens persoonsbewijs genaamd Elizabeth -
Johanna Bos fam. Haarms J.v. Diepen-
straat 120 III bleek nog niet geheel overtuigd,
te meer daar ze eenige bijval kreeg van
menschen die geregeld in de rij worden aange-
troffen en volgens anderen niets anders doen
dan zelf klein visch weer zoo gauw mogelijk
zwart aan man brengen. Dit soort menschen
treft men op iedere markt aan en nemen
liever 3 groote kabeljauwen mee dan een stuk.
Toen heb ik de zaak als afgedaan beschouwd
en de mopperaars verder laten bekvechten.
De bewering dat veel visch zou verdwijnen
werp ik dan ook ver van mij. Doch of Mosplein
noch op Alb. Cuyp noch in Jan Evertsenstraat
hebben kooplui er de moed voor gehad visch
achter te houden en zij die het probeerden heb-
ben bij mij het ondervonden. Daar
waar het niet geheel klopte heb ik steeds
eerst gewaarschuwd, met het resultaat dat
men wist wat zij aan mij hadden, zoowel de
koopman als het publiek. Ik heb van begin af
aan de zaak streng aangepakt. En de roddeling
ende insinuaties zoals, een groot gedeelte
van de laatste kabeljauw zou zijn verdwenen,
beschouw ik als onverdiende trappen. Laat
men hen trappen, die er om vragen.
Aan den Heer
Inspecteur
b/h
Marktwezen
Amsterdam
16 November 1943
(w.g.) Rephuma. * Inhoud: De schrijver rapporteert over een onenigheid over het gewicht van vis (0,5 kg tekort) bij een klant, mevr. Bos-Haarms. Hij suggereert dat de omstanders die haar bijvielen zelf betrokken zijn bij de zwarte handel door vis op te kopen en direct weer door te verkopen.
* Verweer: De ambtenaar verweert zich fel tegen insinuaties dat er onder zijn toezicht vis zou "verdwijnen" (diefstal of achterhouden voor eigen gewin). Hij benadrukt zijn reputatie van strengheid op diverse Amsterdamse markten (Mosplein, Albert Cuyp, Jan Evertsenstraat).
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel maar emotioneel geladen ("onverdiende trappen", "mopperaars", "bekvechten"). De zinsbouw is typisch voor de formele rapportage uit die tijd. * Oorlogstijd en Schaarste: In november 1943 bevond Nederland zich midden in de Duitse bezetting. Voedsel, waaronder vis, was schaars en strikt gerationeerd. Dit leidde tot lange wachtrijen en een bloeiende zwarte markt ("zwart aan man brengen").
* Toezicht: Het Gemeentelijk Marktwezen had de zware taak om de distributie eerlijk te laten verlopen en zwarte handel tegen te gaan. De spanning tussen het publiek, de handelaren en de toezichthouders was in deze periode zeer hoog.
* Topografie: De genoemde locaties (Mosplein in Noord, Albert Cuyp in Zuid en de Jan Evertsenstraat in West) waren de belangrijkste marktcentra van Amsterdam waar de voedselvoorziening zich concentreerde.