Tuchtbeschikking (administratief vonnis).
Origineel
Tuchtbeschikking (administratief vonnis). 3 maart 1943. HEEFT GOEDGEVONDEN:
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van:
EENHONDERD GULDEN (f. 100.=);
verbeurd te verklaren de ^opbrengst van de^ bij proces-verbaal van den 14den December 194 2
inbeslaggenomen goederen;
~~te bepalen, dat~~
den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van
f. 70.=, berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief
voor Tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942;
te bepalen de sluiting van het bedrijf van verdachte en
stillegging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd
van 3 maanden, ingaande op den vijftienden dag na dien der
uitreiking dezer tuchtbeschikking, en het Hoofd der politie
der gemeente Amsterdam op te dragen om de sluiting voor ieder
kenbaar te maken door aanplakking van deze maatregel op een in
het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin
verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken
tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen,
genoemd in artikel 10 van het Prijsbeheerschingsbesluit.
AMSTERDAM, den 3den Maart 194 3.
De Inspecteur voornoemd,
w.g. R. E. Hattink.
[Handgeschreven:] Een eensluidend afschrift
[Handgeschreven handtekening:] L. M. [onleesbaar]
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tucht-
beschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van voormelden Inspecteur. Bij
gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd,
uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door
den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de
Prijzen te ~~'s-Gravenhage~~ of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, door wien de beschikking in
eersten aanleg genomen werd.
[Linkermarge handgeschreven:] L Deventer
K 1278 3139-12-41 Dit document is een typisch voorbeeld van de administratieve rechtspraak (tuchtrecht) tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De "Inspecteur voor de Prijsbeheersching" trad op tegen economische delicten, zoals prijsopdrijving of zwarte handel.
De strafmaat in deze specifieke zaak is aanzienlijk:
1. Geldboete: 100 gulden (een substantieel bedrag in 1943).
2. Verbeurdverklaring: De opbrengst van eerder in beslag genomen goederen (van december 1942) vervalt aan de staat.
3. Proceskosten: 70 gulden.
4. Bedrijfssluiting: De meest ingrijpende maatregel is de verplichte sluiting van de onderneming voor 3 maanden.
5. Publieke schandpaal: De politie moet de sluiting kenbaar maken door een aanplakbiljet op de gevel van het bedrijfspand te bevestigen.
De doorhaling van "'s-Gravenhage" onderaan suggereert dat de beroepsprocedure werd aangepast naar een lokale inspectie, wat wijst op een verschuiving in de administratieve organisatie gedurende de bezettingsjaren. Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) voerde de bezetter een strikte geleide economie in om schaarste te beheersen en de Nederlandse productie ten dienste van de Duitse oorlogsmachinerie te stellen. De "Gemachtigde voor de Prijzen" kreeg verregaande bevoegdheden om prijzen vast te stellen. Overtredingen werden vaak niet via de reguliere strafrechter, maar via dit soort administratieve "tuchtrechtelijke" beschikkingen afgehandeld. Dit was sneller en effectiever voor de overheid.
Het document geeft inzicht in de repressieve middelen die werden ingezet om de distributie en prijsstelling onder controle te houden. De vermelding "Deventer" in de marge zou kunnen duiden op de woonplaats van de veroordeelde of de locatie van het betreffende archiefdossier waar dit afschrift uit afkomstig is.