Tuchtbeschikking (afschrift).
Origineel
Tuchtbeschikking (afschrift). 4 augustus 1943. HEEFT GOEDGEVONDEN:
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van:
TWEEHONDERD GULDEN (f. 200.=);
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den~~ ~~-194-~~
~~inbeslaggenomen goederen,~~
~~te bepalen, dat~~
de sluiting van het bedrijf van verdachte en stillegging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van drie maanden, ingaande op 20 Augustus 1943 en eindigende op 19 November 1943, en het hoofd der politie der gemeente Amsterdam op te dragen om de sluiting voor een ieder kenbaar te maken door aanplakking van dezen maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, genoemd in artikel 10 van het Prijsbeheerschingsbesluit;
den verdachte te verbieden gedurende denzelfden tijd het beroep van handelaar in groenten, fruit en aardappelen uit te oefenen;
te bepalen, dat deze tuchtbeschikking uitvoerbaar is bij lijfsdwang;
den verdachte te veroordeelen in de kosten ten belope van f. 35.-, berekend overeenkomstig de bepalingen van het Tarief voor Tuchtstrafproceskosten van 23 Januari 1942.
AMSTERDAM, ~~den~~ [stempel: 4 AUG. 1943] ~~-194-~~
De Inspecteur voornoemd,
voor eensluidend afschrift:
[handtekening] J.J. Shied [onleesbaar]
w.g. Mr. H. J. F. Koning.
[Onderste gedrukte tekstblok:]
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van voormelden Inspecteur. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te ’s-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersing, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
[Linksonder logo/stempel:] [L] Deventer
[Onderaan:] K 1278 3139-12-41 Dit document is een officiële veroordeling (tuchtbeschikking) wegens een overtreding van het Prijsbeheerschingsbesluit. De verdachte, waarschijnlijk een handelaar in groenten en fruit, krijgt een aanzienlijke boete van 200 gulden opgelegd (ter vergelijking: een gemiddeld maandloon lag destijds rond de 150-200 gulden).
De zwaarste maatregel is echter de gedwongen sluiting van het bedrijf voor drie maanden en een gelijktijdig beroepsverbod. Dit werd publiekelijk gemaakt door aanplakbiljetten bij de zaak, wat ook diende als afschrikmiddel voor de rest van de bevolking. De vermelding van "lijfsdwang" betekent dat de verdachte gevangen kon worden gezet als hij niet aan de voorwaarden voldeed of de boete niet betaalde. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) voerde de bezetter een strikte prijsbeheersing in om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, maar vooral ook om de goederenstroom naar Duitsland te garanderen. De Inspecteur voor de Prijsbeheersing had vergaande bevoegdheden om buiten de reguliere strafrechter om tuchtrechtelijke straffen op te leggen.
De datum (augustus 1943) valt in een periode van toenemende schaarste. Het verbod op de handel in aardappelen en groenten was een zware slag, aangezien dit de primaire levensbehoeften waren die op dat moment al schaars en op de bon waren. De stempel van 'Deventer' linksonder suggereert dat dit kopie-exemplaar onderdeel is geweest van een administratief archief in die regio, mogelijk omdat de verdachte daar gevestigd was of de inspectie daar een kantoor hield. F. Koning J.J. Shied Gemeente Amsterdam Politie