Handgeschreven ambtelijk verslag of proces-verbaal (concept).
Origineel
Handgeschreven ambtelijk verslag of proces-verbaal (concept). (2
gestaan van G. Schönhage
en op deze naam zijn
ook steeds de pakhuizen
op de C.M. verhuurd.
L. Schönhage werd als
firmant beschouwd en als
zoodanig had hij ook
toegang tot de C.M.
L. Schönhage verzorgde
de inkoopen op enkele
veilingen in den lande, doch
uitsluitend ~~mede~~ op naam van zijn broer.
Hij had dan ook op geen
enkele veiling punten, waar-
uit kan blijken, dat hij zelf ~~[onleesbaar]~~ is.
Op 6 Dec: 1942 is G.
Schönhage voor den tijd
van één jaar door den Inspecteur
voor de Prijsbeheersching wegens
overtreding der prijsvoorschriften
gestraft met sluiting van
zijn bedrijf. Ingevolge
de desbetr. gemeentelijke
voorschriften is hem
[Marginale aantekening links midden]:
hetgeen te meer blijkt uit het feit dat op geen enkel stuk hij toegang als zodanig heeft
[Marginale aantekening links onder]:
(namelijk zelf verklaring) Het document is een verslag dat de juridische en zakelijke verhouding tussen de broers G. en L. Schönhage tracht te verduidelijken. De essentie is dat G. Schönhage de officiële vergunninghouder en huurder was van de faciliteiten op de Centrale Markt (C.M.), terwijl zijn broer L. Schönhage als 'firmant' (vennoot) de feitelijke inkoop deed.
De tekst benadrukt dat L. Schönhage geen eigen officiële status had bij veilingen; hij handelde altijd onder de vlag van zijn broer. Cruciaal is de vermelding van een strafmaatregel uit december 1942: G. Schönhage werd toen door de prijsbeheersing veroordeeld tot een jaar bedrijfssluiting wegens prijscontroledelicten. De marginale aantekeningen dienen als bewijsvoering voor de stelling dat L. Schönhage geen zelfstandige bevoegdheden had. Dit document stamt waarschijnlijk uit een naoorlogs onderzoek (ca. 1945-1948) naar economische collaboratie of de rechtmatigheid van bedrijfsvoering tijdens de bezetting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Rijksinspectie voor de Prijsbeheersing een streng orgaan dat toezag op de distributie en prijsvorming om zwarte handel tegen te gaan. De Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam was het zenuwcentrum van de voedselvoorziening; toegang hiertoe was strikt gereguleerd. Dergelijke dossiers werden na de bevrijding vaak heropend door organen zoals de Politieke Opsporingsdienst (POD) om te bepalen of ondernemers zich schuldig hadden gemaakt aan onoorbare praktijken of dat er sprake was van stromanschap. G.
Samenvatting
Het document is een verslag dat de juridische en zakelijke verhouding tussen de broers G. en L. Schönhage tracht te verduidelijken. De essentie is dat G. Schönhage de officiële vergunninghouder en huurder was van de faciliteiten op de Centrale Markt (C.M.), terwijl zijn broer L. Schönhage als 'firmant' (vennoot) de feitelijke inkoop deed.
De tekst benadrukt dat L. Schönhage geen eigen officiële status had bij veilingen; hij handelde altijd onder de vlag van zijn broer. Cruciaal is de vermelding van een strafmaatregel uit december 1942: G. Schönhage werd toen door de prijsbeheersing veroordeeld tot een jaar bedrijfssluiting wegens prijscontroledelicten. De marginale aantekeningen dienen als bewijsvoering voor de stelling dat L. Schönhage geen zelfstandige bevoegdheden had.
Historische Context
Dit document stamt waarschijnlijk uit een naoorlogs onderzoek (ca. 1945-1948) naar economische collaboratie of de rechtmatigheid van bedrijfsvoering tijdens de bezetting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Rijksinspectie voor de Prijsbeheersing een streng orgaan dat toezag op de distributie en prijsvorming om zwarte handel tegen te gaan. De Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam was het zenuwcentrum van de voedselvoorziening; toegang hiertoe was strikt gereguleerd. Dergelijke dossiers werden na de bevrijding vaak heropend door organen zoals de Politieke Opsporingsdienst (POD) om te bepalen of ondernemers zich schuldig hadden gemaakt aan onoorbare praktijken of dat er sprake was van stromanschap.