Archiefdocument
Origineel
26 december 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). 77/1/18a M.
SV
extra
26 December 1943.
Den Heer H.G.v. Mourik
Albert Cuypstraat 128 III
Amsterdam-Zuid.
===============
Hierbij deel ik U mede, dat mij
thans door den Inspecteur voor de Prijs-
beheersching is bericht, dat U wegens
overtreding van de maximumprijzen is ge-
straft met sluiting van Uw zaak voor den
tijd van twee jaar, ingaande 27 December
1943.
Op grond van het bepaalde in artikel
35 lid 3 van het Reglement op de Centrale
Markt wordt U gedurende die sluiting geen
toegang tot de Centrale Markt verleend.
De Directeur, Deze brief is een officiële kennisgeving van een zware tuchtrechtelijke maatregel. De geadresseerde, de heer H.G. van Mourik, wordt op de hoogte gesteld dat zijn zaak voor een periode van twee jaar gesloten wordt. De aanleiding hiervoor is een overtreding van de prijsvoorschriften ("overtreding van de maximumprijzen"), gerapporteerd door de Inspecteur voor de Prijsbeheersing.
De sanctie gaat direct in op 27 december 1943, de dag na dagtekening van de brief. Als gevolg van deze sluiting wordt hem, conform het reglement van de Centrale Markt, ook de toegang tot deze markt ontzegd. De locatie van de geadresseerde aan de Albert Cuypstraat, een bekende marktlokatie, suggereert dat de heer Van Mourik werkzaam was als handelaar of marktkoopman. Het document dateert uit december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode heerste er schaarste aan bijna alle goederen. Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter strikte maximumprijzen vast voor levensmiddelen en andere producten. De "Prijsbeheersching" was de instantie die hierop toezag.
Overtredingen van deze prijsvoorschriften werden streng bestraft, vaak met hoge boetes of, zoals in dit geval, langdurige bedrijfssluitingen. Dergelijke maatregelen waren bedoeld om de distributie van goederen onder controle te houden, maar werden door de bevolking vaak ervaren als repressief. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als het belangrijkste distributiepunt voor groothandel in voedsel; uitsluiting daarvan betekende effectief het einde van iemands handelsactiviteiten. Het feit dat de brief is opgesteld op Tweede Kerstdag onderstreept de onverbiddelijke voortgang van het administratieve en disciplinaire apparaat in oorlogstijd. H.G. van Mourik
Samenvatting
Deze brief is een officiële kennisgeving van een zware tuchtrechtelijke maatregel. De geadresseerde, de heer H.G. van Mourik, wordt op de hoogte gesteld dat zijn zaak voor een periode van twee jaar gesloten wordt. De aanleiding hiervoor is een overtreding van de prijsvoorschriften ("overtreding van de maximumprijzen"), gerapporteerd door de Inspecteur voor de Prijsbeheersing.
De sanctie gaat direct in op 27 december 1943, de dag na dagtekening van de brief. Als gevolg van deze sluiting wordt hem, conform het reglement van de Centrale Markt, ook de toegang tot deze markt ontzegd. De locatie van de geadresseerde aan de Albert Cuypstraat, een bekende marktlokatie, suggereert dat de heer Van Mourik werkzaam was als handelaar of marktkoopman.
Historische Context
Het document dateert uit december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode heerste er schaarste aan bijna alle goederen. Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter strikte maximumprijzen vast voor levensmiddelen en andere producten. De "Prijsbeheersching" was de instantie die hierop toezag.
Overtredingen van deze prijsvoorschriften werden streng bestraft, vaak met hoge boetes of, zoals in dit geval, langdurige bedrijfssluitingen. Dergelijke maatregelen waren bedoeld om de distributie van goederen onder controle te houden, maar werden door de bevolking vaak ervaren als repressief. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als het belangrijkste distributiepunt voor groothandel in voedsel; uitsluiting daarvan betekende effectief het einde van iemands handelsactiviteiten. Het feit dat de brief is opgesteld op Tweede Kerstdag onderstreept de onverbiddelijke voortgang van het administratieve en disciplinaire apparaat in oorlogstijd.