Gerechtelijk schrijven / Afschrift van een strafbeschikking in hoger beroep.
Origineel
Gerechtelijk schrijven / Afschrift van een strafbeschikking in hoger beroep. Afschrift.
GEMACHTIGDE VOOR DE PRIJZEN.
Gerechtelijk schrijven No. B. 2682
In naam van het recht.
S T R A F B E S C H I K K I N G I N H O O G E R B E R O E P .
in de zaak van Josphus Martinus Kraan
van beroep loodgieter
geboren te Tilburg, 28 Februari 1880
wonende te Amsterdam, Woestduinstraat 2 (vroeger: Heemstedestraat 5)
die in beroep is gekomen van de strafbeschikking op 6 September 1943 tegen hem gewezen door de Inspectie voor de Prijsbeheersching te Amsterdam.
Het Hoofd van de Prijsbeheersching,
Gelet op het Prijsbeheerschingsbesluit en de Prijzenbeschikking 1941 Groenten, Fruit en Vroege A_rdappelen;
Gezien het Beroepschrift;
Overwegende:
dat appellant te zijner verantwoording in hoofdzaak heeft aangevoerd dat hij ongeveer twee jaar geleden een zaak begonnen is in chocolade, biscuits, visch, fruit, enz.;
dat deze zaak, als gevolg van de schaarschte aan genoemde artikelen, spoedig haar bestaansreden verloor, weshalve het zwaartepunt van den handel is verlegd naar den verkoop van groenten en fruit;
dat hij echter niet over voldoende connecties beschikte bij de grossiers, zoodat hij vrijwel geen groenten, of fruit kreeg toegewezen en hij zich genoodzaakt zag "zwart" te koopen, wat hij op andere wijze niet machtig kon worden;
dat de nieuwe toewijzingsregeling voor groenten en fruit op punten, een totale ommekeer heeft gebracht en hem in staat stelt, de noodige groenten en fruit tegen de vastgestelde prijzen te betrekken;
dat inkoop langs illegalen weg, evenals de daaruit voortvloeiende verkoop tegen te hooge prijzen, thans tot het verleden behoort;
dat de bevolen sluiting van zijn zaak voor den tijd van twee jaar zijn ondergang zal teweegbrengen, aangezien hij een leeftijd heeft bereikt, waarop het hem onmogelijk is anderen arbeid te verrichten, zoodat hij en zijn vrouw ten laste van de gemeenschap zouden komen;
dat hij niet in staat is, de hem opgelegde boete te betalen.
Overwegende hieromtrent:
dat appellant reeds 5 maal wegens overtreding van de prijsvoorschriften is veroordeeld;
dat hij zich aan deze veroordeelingen hoegenaamd niet heeft gestoord, doch Dit document betreft de juridische afhandeling van een prijsdelict tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De verdachte, Josephus Martinus Kraan, een 63-jarige loodgieter die een winkel in levensmiddelen was begonnen, vecht een eerdere veroordeling aan.
De kern van de zaak is de zwarte handel. Kraan voert ter verdediging aan dat hij door een gebrek aan 'connecties' bij groothandelaren geen legale toewijzingen kreeg en daarom gedwongen was op de zwarte markt in te kopen. Hij speelt in op de humanitaire kaart door te wijzen op zijn leeftijd en het risico dat hij en zijn vrouw in de armoede zullen storten als zijn zaak voor twee jaar moet sluiten.
De autoriteiten (Prijsbeheersching) zijn echter onverbiddelijk. Uit de laatste regels blijkt de verzwarende omstandigheid: Kraan is een recidivist. Hij is al vijf keer eerder veroordeeld voor soortgelijke vergrijpen, wat suggereert dat zijn illegale activiteiten structureel waren en niet incidenteel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stelde de bezetter een streng systeem van prijsbeheersing en distributie in om de schaarste te beheersen en goederen naar Duitsland te kunnen sluizen. De Inspectie voor de Prijsbeheersching hield toezicht op de naleving van deze regels.
Winkeliers die zich niet aan de vastgestelde prijzen hielden of buiten het bonnensysteem om handelden, pleegden een economisch delict. De straffen waren zwaar: hoge boetes en de gedwongen sluiting van de onderneming. De tekst illustreert de economische overlevingstactieken van kleine ondernemers in oorlogstijd, maar ook de bureaucratische meedogenloosheid van het toenmalige rechtssysteem onder toezicht van de Gemachtigde voor de Prijzen.