Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 2 maart 1943. Onbekend (geparafeerd VD/HB, mogelijk een ambtenaar van de marktendienst of economische zaken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. [Handgeschreven in potlood:] Verzonden [daarboven:] 2
VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
77/6/4 M. 1. 2 Maart 1943.
Adres G.Dikhout
in zake Centrale Markt.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 25 Februari
jl. om advies ontvangen stuk no.182 L.M.1942, heb ik de eer U te
berichten, dat aan adressant G. Dikhout sedert het jaar 1940 als
kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, welke toegang
hem daarna niet is ontnomen. Wel heeft hij zich in October 1942
aan een overtreding schuldig gemaakt, doordat hij op de Centrale
Markt groenten kocht van een handelaar, die aldaar niet als gros-
sier was gevestigd, doch voor dit feit heeft hij niet meer dan een
mondelinge waarschuwing gekregen, omdat hij aannemelijk kon maken,
dat hij niet op de hoogte was van het feit, dat de betreffende han-
delaar niet als grossier was gevestigd.
Dikhout heeft zich eenige weken geleden met zijn moeilijkhe-
den ook reeds tot mij gewend; bij het toen ingestelde onderzoek is
het volgende gebleken. Na het bombardement van Rotterdam heeft
Dikhout zich te Amsterdam als kleinhandelaar in groenten gevestigd,
alwaar hij op de markt Lindengracht een plaats bezet. Hij is in
het bezit van een voorloopige erkenning van de Nederlandsche Groen-
teng en Fruitcentrale, welke driemaandelijks wordt verlengd. De
zomergroenten kocht hij normaal bij de grossiers op de Centrale
Markt, doch de wintergroenten worden, zooals U bekend is, centraal
[Document breekt hier af aan de onderzijde] Deze brief is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat over een verzoek of klacht van G. Dikhout, een groentenhandelaar die na het bombardement van Rotterdam (mei 1940) naar Amsterdam is uitgeweken.
De kern van de zaak is de toegang tot de Centrale Markt (het huidige Food Center Amsterdam), die essentieel was voor de inkoop van voorraad. Dikhout had in 1942 een reglementaire fout begaan door bij een onbevoegde handelaar te kopen, maar kwam weg met een waarschuwing. De brief schetst een beeld van een kleine ondernemer die probeert te overleven in een streng gereguleerd systeem, waarbij hij afhankelijk is van periodieke erkenningen (elke drie maanden) van de bezettingsautoriteiten. De datum van het document (2 maart 1943) plaatst de brief midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en -distributie onderworpen aan een zeer strikt regime om schaarste en de zwarte markt te beheersen. De genoemde 'Nederlandsche Groenten en Fruitcentrale' (NGF) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de markt beheerste.
Het feit dat Dikhout uit Rotterdam kwam na het bombardement, typeert de grote interne migratiestroom van getroffenen aan het begin van de oorlog. De markt op de Lindengracht, waar hij zijn kraam had, was een van de vitale locaties voor de lokale Amsterdamse voedselvoorziening in de wijk de Jordaan. De brief illustreert de bureaucratische hindernissen voor handelaren in een tijd waarin elke kilo groente onder toezicht stond. G. Dikhout