Archiefdocument
Origineel
16 februari 1943 (gebaseerd op de notatie "16/2 43" in de rechterbovenhoek). Dekkhout 16/2 43 bij HH Steenbrugge
Dirk
Deelt mede, dat hij sedert
bombardement in Rotterdam
in A'dam zaken doet, markt-
koopman Rgt. Heeft voor-
loopige erkenning N.G.C. welke
steeds voor 3 maanden wordt
verlengd. Heeft verleden jaar
winter wel groentenboekje
gehad, doch kan dit thans
niet krijgen.
Th. v. Mey in bijzijn v.
Dekkhout gehoord. Zet uiteen,
dat Vakgroep thans bewijzen
eischt, dat Dekkhout in R'dam
als klein handelaar bekendstaat.
Hiertoe behoeft D. niet anders
dan namen van grossiers op te
geven waar hij kocht en de rest
zoekt Vakgroep dan wel uit.
D. blijft evenwel in gebreke De notitie beschrijft de situatie van de heer Dekkhout, een marktkoopman die na het bombardement op Rotterdam naar Amsterdam is uitgeweken om daar handel te drijven. Hij beschikt over een voorlopige erkenning van de N.G.C. (Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale), die elke drie maanden vernieuwd moet worden.
Het probleem dat hier geschetst wordt, is dat Dekkhout momenteel geen "groentenboekje" (een noodzakelijk document in het distributiestelsel voor handelaren) kan bemachtigen. De betreffende Vakgroep (de beroepsorganisatie) eist bewijs dat hij in Rotterdam inderdaad als kleine handelaar geregistreerd stond. De notitie stelt vast dat dit eenvoudig op te lossen zou zijn als Dekkhout de namen van zijn voormalige leveranciers (grossiers) zou doorgeven, zodat de Vakgroep dit kan verifiëren. Dekkhout weigert of verzuimt dit echter te doen ("blijft evenwel in gebreke"), wat suggereert dat er twijfels zijn over de legitimiteit van zijn status of zijn verleden als handelaar. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie volledig "geordend" volgens nationaalsocialistisch model. Handelaren moesten lid zijn van een Vakgroep en beschikken over officiële erkenningen om legaal te kunnen opereren en goederen toegewezen te krijgen via het distributiestelsel.
Het bombardement op Rotterdam in mei 1940 had veel administraties vernietigd en ondernemers verdreven. Dit bood mogelijkheden voor fraude, maar zorgde ook voor grote bureaucratische hindernissen voor bonafide handelaren die hun status moesten bewijzen. De controle-instanties waren in 1943 zeer streng om de zwarte handel in voedsel in te dammen. De notitie lijkt afkomstig te zijn van een ambtenaar of controleur die de betrouwbaarheid van Dekkhout toetst. Dekkhout (De heer) Vakgroep
Samenvatting
De notitie beschrijft de situatie van de heer Dekkhout, een marktkoopman die na het bombardement op Rotterdam naar Amsterdam is uitgeweken om daar handel te drijven. Hij beschikt over een voorlopige erkenning van de N.G.C. (Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale), die elke drie maanden vernieuwd moet worden.
Het probleem dat hier geschetst wordt, is dat Dekkhout momenteel geen "groentenboekje" (een noodzakelijk document in het distributiestelsel voor handelaren) kan bemachtigen. De betreffende Vakgroep (de beroepsorganisatie) eist bewijs dat hij in Rotterdam inderdaad als kleine handelaar geregistreerd stond. De notitie stelt vast dat dit eenvoudig op te lossen zou zijn als Dekkhout de namen van zijn voormalige leveranciers (grossiers) zou doorgeven, zodat de Vakgroep dit kan verifiëren. Dekkhout weigert of verzuimt dit echter te doen ("blijft evenwel in gebreke"), wat suggereert dat er twijfels zijn over de legitimiteit van zijn status of zijn verleden als handelaar.
Historische Context
Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie volledig "geordend" volgens nationaalsocialistisch model. Handelaren moesten lid zijn van een Vakgroep en beschikken over officiële erkenningen om legaal te kunnen opereren en goederen toegewezen te krijgen via het distributiestelsel.
Het bombardement op Rotterdam in mei 1940 had veel administraties vernietigd en ondernemers verdreven. Dit bood mogelijkheden voor fraude, maar zorgde ook voor grote bureaucratische hindernissen voor bonafide handelaren die hun status moesten bewijzen. De controle-instanties waren in 1943 zeer streng om de zwarte handel in voedsel in te dammen. De notitie lijkt afkomstig te zijn van een ambtenaar of controleur die de betrouwbaarheid van Dekkhout toetst.