Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen en een concept-antwoord.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen en een concept-antwoord. 1 juni 1943. P. J. Koekenbier, Jonk Frankelingstraat 30 I, Amsterdam West. No. 77/19/M. 1943 7/6
P. J. Koekenbier.
Jonk Frankelingstraat 30 I
Amsterdam West
1 Juni 1943
Edel Achtbare
Waar ik met een verzoekschrift tot uw komen
of ik weer wederom voor een markt kaart in aan
merking kan komen Waar het nu al byna 2 jaar
is geleden dat die mij is afgenoomen Maar daar ik
nu mij tyd heb uit gezeten en daar my straf nu
toch is afgeloopen En nu hoop ik dat uw daar nu
uw toesteming in zult geven Waar ik toch met
een gezin zit van zes kinderen En mij nu ~~nog~~ eens
niet teleur wilt stellen Hoop ik dat dit verzoek
schrift nu niet te vergeefs is gericht
In afwachting
P J Koekenbier
[Ambtelijke aantekeningen in de kantlijn rechtsboven:]
nu/Bud
oude stakker
bijvanger
(77/35 17.41
77/M.42)
[Concept-antwoord onderaan de brief:]
Naar aanleiding van Uw
brief dd. 1 dezer deel ik U mede,
dat ik geen aanleiding kan
vinden den B.w. voor te stellen
wijziging te brengen in de door
hem opgelegde straf.
77/19/2 Sd 77 * Inhoud: P.J. Koekenbier verzoekt om teruggave van zijn marktkaart (zijn vergunning om handel te drijven op de markt). Hij geeft aan dat de kaart bijna twee jaar geleden is ingenomen en dat hij inmiddels zijn straf heeft uitgezeten. Hij benadrukt dat hij een gezin met zes kinderen te onderhouden heeft.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudig, lichtelijk onbeholpen Nederlands ("verzoekschrift tot uw komen", "uw toesteming in zult geven"). Dit wijst op een schrijver met een beperkte formele opleiding die tracht de autoriteiten op gepaste wijze aan te spreken.
* Ambtelijke houding: De handgeschreven notities in de kantlijn ("oude stakker", "bijvanger") tonen een informele, wellicht wat neerbuigende houding van de behandelend ambtenaar. De term "bijvanger" was in de markthandel een term voor iemand die geen eigen vaste plek had maar mocht staan als er plekken vrijkwamen.
* Besluitvorming: Ondanks de persoonlijke smeekbede en de zorg voor zes kinderen, is de ambtelijke reactie onderaan onverbiddelijk: er is "geen aanleiding" om de straf (het intrekken van de marktkaart) te wijzigen. * Tijdsperk: De brief stamt uit juni 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van goederen strikt gereguleerd en was een marktkaart cruciaal voor het levensonderhoud van kleine handelaren.
* Sociale situatie: Het document illustreert de harde realiteit van die tijd: de autoriteiten hielden streng vast aan opgelegde straffen (mogelijk gerelateerd aan de strenge economische regelgeving of zwarte handel tijdens de oorlog), zelfs wanneer dit leidde tot grote armoede voor grote gezinnen. Het feit dat de man zijn "tijd heeft uitgezeten" suggereert dat de intrekking van de kaart gepaard ging met een gevangenisstraf. J. Koekenbier P.J. Koekenbier