Officiële kennisgeving / disciplinaire brief.
Origineel
Officiële kennisgeving / disciplinaire brief. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer C. de Mooy, Hofstraat 34, Rijnsburg. 2e/91/11a M.
27 November 1944.
Den Heer C. de Mooy,
Hofstraat 34,
Rijnsburg.
==========
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 18 November jl. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan het onbevoegd uitoefenen van den groothandel.
Op grond van dit feit ontzeg ik U ingevolge artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt den toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Woensdag 29 November tot en met 12 December 1944, terwijl U inzake verdere, jegens U te treffen maatregelen door den Burgemeester zal worden bericht.
De Directeur, In deze brief wordt de heer C. de Mooy uit Rijnsburg formeel op de hoogte gesteld van een toegangsontzegging voor de Centrale Markt. De aanleiding is een overtreding geconstateerd op 18 november 1944: het "onbevoegd uitoefenen van den groothandel". Dit wijst erop dat de ontvanger waarschijnlijk producten verkocht op een schaal of manier die voorbehouden was aan erkende groothandelaren, zonder daarvoor de benodigde papieren of toestemming te hebben.
De sanctie is een marktverbod van veertien dagen (van 29 november tot en met 12 december 1944). Tevens wordt er gedreigd met verdere maatregelen via de Burgemeester, wat duidt op een mogelijke strafrechtelijke of bestuurlijke vervolging buiten de marktreglementen om. Het document dateert van november 1944, een kritieke periode tijdens de Tweede Wereldoorlog in het bezette Nederland. In deze tijd was er sprake van extreme voedselschaarste, met name in het westen van het land (de Hongerwinter was in volle gang). De distributie van voedsel werd streng gecontroleerd door de bezetter en lokale autoriteiten om de zwarte handel in te dammen.
De "Centrale Markt" (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Rijnsburg, waar de geadresseerde vandaan kwam, was (en is) een belangrijk centrum voor de groente- en bloementeelt. Het onbevoegd handelen in grote partijen goederen werd in deze periode zeer hoog opgenomen, omdat het vaak geassocieerd werd met prijsopdrijving en het onttrekken van goederen aan het officiële distributiesysteem. De betrokkenheid van de Burgemeester onderstreept de ernst van de overtreding in de context van de oorlogseconomie. C. de Mooy
Samenvatting
In deze brief wordt de heer C. de Mooy uit Rijnsburg formeel op de hoogte gesteld van een toegangsontzegging voor de Centrale Markt. De aanleiding is een overtreding geconstateerd op 18 november 1944: het "onbevoegd uitoefenen van den groothandel". Dit wijst erop dat de ontvanger waarschijnlijk producten verkocht op een schaal of manier die voorbehouden was aan erkende groothandelaren, zonder daarvoor de benodigde papieren of toestemming te hebben.
De sanctie is een marktverbod van veertien dagen (van 29 november tot en met 12 december 1944). Tevens wordt er gedreigd met verdere maatregelen via de Burgemeester, wat duidt op een mogelijke strafrechtelijke of bestuurlijke vervolging buiten de marktreglementen om.
Historische Context
Het document dateert van november 1944, een kritieke periode tijdens de Tweede Wereldoorlog in het bezette Nederland. In deze tijd was er sprake van extreme voedselschaarste, met name in het westen van het land (de Hongerwinter was in volle gang). De distributie van voedsel werd streng gecontroleerd door de bezetter en lokale autoriteiten om de zwarte handel in te dammen.
De "Centrale Markt" (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Rijnsburg, waar de geadresseerde vandaan kwam, was (en is) een belangrijk centrum voor de groente- en bloementeelt. Het onbevoegd handelen in grote partijen goederen werd in deze periode zeer hoog opgenomen, omdat het vaak geassocieerd werd met prijsopdrijving en het onttrekken van goederen aan het officiële distributiesysteem. De betrokkenheid van de Burgemeester onderstreept de ernst van de overtreding in de context van de oorlogseconomie.