Handgeschreven inspectierapport/dienstnotitie betreffende prijscontrole.
Origineel
Handgeschreven inspectierapport/dienstnotitie betreffende prijscontrole. 22 en 23 november 1944 (tijdens de Hongerwinter). [Linkerkolom]
II
Woensdag 22 November 1944.
H.W. Weide - Quellijnstraat 145.
winkel - accoord
H. Kochenbus - Albert Cuypstraat 251
hal - accoord
A. de Lugt - Quellijnstraat 66.
winkel - accoord
Op de markt geen bijzonderh.
Zeer slecht weer!!
Donderdag 23 November 1944.
H. Kloosterman - Frans Halsstraat 76
winkel - accoord
J. Nyland. Noorder Amstellaan 86
winkel - accoord
Z.O.Z
[Rechterkolom]
David Jacob de Kok.
geb. 26 Juni 1927 te Amsterdam.
machine-bankwerker.
Govert Flinckstraat 79 II
Amsterdam - Zuid
de Kok verkocht bezemstelen voor 40 ct p. st.
wij hebben dit voor 12 ct bij hem het publiek verkocht.
J. Meyer - groentenventer
wijk-Zuid - accoord
Nicolaas Johannes van Voorst
geb. 16 December 1898 te Amsterdam.
pakhuisknecht.
Gielerstraat 2 I.
Amsterdam-Centrum.
deze verkocht doosjes witlof voor f 3,40 per doosje. Wij hebben ze voor f 0,15 per doosje verkocht.
Regen!
Gezien
27-11-'44
de Heer [Handtekening] Het document is een verslag van een inspecteur die winkels en marktkooplui controleerde op naleving van de prijsvoorschriften. Terwijl de meeste gecontroleerde winkeliers ("accoord") zich aan de regels hielden, rapporteert de inspecteur twee specifieke overtredingen waarbij direct is ingegrepen:
- David Jacob de Kok: Verkocht bezemstelen voor 40 cent per stuk. De inspecteurs dwongen hem deze direct aan het publiek te verkopen voor de officiële prijs van 12 cent. Bezemstelen werden in de Hongerwinter vaak als brandhout gebruikt.
- Nicolaas Johannes van Voorst: Verkocht witlof voor de astronomische zwarte marktprijs van 3,40 gulden per doosje. De inspecteurs grepen in en lieten de partij verkopen voor de vastgestelde prijs van 0,15 gulden (15 cent) per doosje.
De opmerkingen over het "zeer slechte weer" en de "regen" geven een inkijkje in de werkomstandigheden van de controleurs op straat. Het document is op 27 november 1944 afgetekend voor akkoord door een superieur (mogelijk "de Heer", wat ook een eigennaam kan zijn). Dit rapport stamt uit november 1944, het begin van de Hongerwinter in het bezette West-Nederland. Door de spoorwegstaking en de Duitse blokkades was er een nijpend tekort aan voedsel en brandstof. De zwarte marktprijzen schoten omhoog; 3,40 gulden voor een doosje witlof was een fortuin in die tijd, terwijl de officiële prijs (15 cent) voor de meeste mensen al moeilijk op te brengen was door de schaarste.
De inspecties vonden plaats in de Amsterdamse Pijp, een volksbuurt waar de Albert Cuypmarkt een centraal punt was voor de voedselvoorziening. De genoemde straten (Quellijnstraat, Govert Flinckstraat, Frans Halsstraat) liggen allemaal direct rondom deze markt. De "Noorder Amstellaan" is de huidige Churchill-laan. Zulke rapporten tonen de wanhopige pogingen van de autoriteiten (vaak de Crisis Controle Dienst of plaatselijke politie) om de woekerprijzen op de zwarte markt te beteugelen terwijl de hongersnood verergerde. A. de Lugt H. Kloosterman H. Kochenbus H.W. Weide I. Politie