Getypt afschrift van een officiële brief.
Origineel
Getypt afschrift van een officiële brief. 9 januari 1934. Commissie voor schoeisel. No.47/1 M.1935 15/1.
No. I/9 L.M.R. 1935 9/1. AFSCHRIFT
AMSTERDAM, 9 Januari 1934.
Aan den Levensmiddelenraad.
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
Hierby heeft de Commissie voor schoeisel de eer hetnavolgende
onder Uw aandacht te brengen. By haar is ingekomen een schryven van
de Federatie van Schoenmakers-patroonsvereenigingen hier ter stede,
waarin er op gewezen wordt, dat op de Amsterdamsche markten, zeer
ten nadeele der bonafide schoenmakers, veel schoenmakersreparatie-
werk wordt verricht en wel door het aanbrengen van zgn. noprubber
onder de schoenen.
Een onderhoud met den Directeur van den Dienst van het Markt-
wezen, beoogende een verbod van dergelyk reparatiewerk te verkrygen,
leidde niet tot het gewenschte resultaat.
Een onderhoud, dat het bestuur van voornoemde Federatie met den
Wethouder voor de Levensmiddelen mocht hebben, had tot gevolg, dat
een onderzoek werd toegezegd, waarvan het resultaat door den Wet-
houder by zyn schryven van 25 October j.l. No. 905 L.M. ter kennis
van de Federatie werd gebracht. Daarin werd vermeld, dat de voor-
stelling, dat sommige personen hun marktplaats als schoenmakers-
werkplaats gebruiken, niet juist is. Wel zouden op de markten
diegenen, die schoenmakersfournituren verkoopen, het gekochte wel
eens onder de schoenen bevestigen, hetgeen door den Wethouder als
een handeling werd beschouwd, die de verkooper niet tot schoenmaker
stempelt.
Aan het slot van bedoeld schryven werd echter toegezegd, dat
mocht op de markten werkelyk schoenmakerswerk worden verricht, dus
zonder dat verkoop van fournituren hoofdzaak is, daartegen zou
worden opgetreden.
De Federatie merkte in haar tot onze Commissie gericht schryven
op, dat zy wel degelyk geconstateerd heeft, dat schoenen op de
markten gerepareerd worden, namelyk door het voorzien van rubber-
zolen en hakken. Het publiek zou op de reparatie kunnen wachten.
De Federatie richtte tot onze Commissie het verzoek deze zaak te
willen behandelen.
De Commissie heeft daaraan gevolg gegeven en heeft de eer U
zoowel op grond van een door eenige harer leden persoonlyk ingesteld
onderzoek, als van gegevens haar door de Federatie van schoenmakers-
patroonsvereenigingen verstrekt, mede te deelen, dat er wel degelyk * Kern van de zaak: De brief betreft een belangenconflict tussen gevestigde schoenmakers ("bonafide schoenmakers") en marktkooplieden. De gevestigde orde klaagt dat marktkooplui reparaties uitvoeren (met name het aanbrengen van noprubber/rubberzolen), wat zij zien als broodroof.
* Procedureverloop: Er is al gesproken met de Directeur van het Marktwezen en de Wethouder voor de Levensmiddelen. De Wethouder stelde eerder dat het enkel om een service gaat bij de verkoop van fournituren (benodigdheden), maar de Commissie spreekt dit nu tegen op basis van eigen onderzoek.
* Juridische/Economische context: Het document illustreert de strijd tegen "onbevoegde" beroepsuitoefening en de regulering van markten in de jaren '30. De nadruk ligt op het onderscheid tussen 'verkoop met service' en een 'werkplaats'.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke formele schrijftaal (zoals "hier ter stede", "bij haar is ingekomen", "hetnavolgende") en de oude spelling (zoals "schryven", "dergelyk"). Dit document stamt uit januari 1934, midden in de crisisjaren. In deze periode van economische schaarste was de concurrentie tussen de formele middenstand en de informele handel op markten groot. Beroepsverenigingen (zoals de Federatie van Schoenmakers-patroonsvereenigingen) probeerden hun leden te beschermen door de overheid aan te sporen strikte regels te handhaven voor wie welk werk mocht uitvoeren. De opkomst van goedkope materialen zoals "noprubber" maakte het voor consumenten aantrekkelijk om snelle, goedkope reparaties op de markt te laten doen in plaats van bij de traditionele schoenmaker, wat leidde tot dit soort formele protesten.