Getypte ambtelijke brief (doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of archiefkopie). 5 februari 1935. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Dienst der Markten of het Secretariaat). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, ALHIER (ter plaatse). [Handgeschreven bovenaan:] Verzonden 6/2
[Rechtsboven:] P/G
[Linksboven:] 20/9 M
[Rechtsonder de datum:] 5 Februari 1935
Verkoop nopjes-rubber op markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A L H I E R
Naar aanleiding van een opmerking van den heer Scherf in de vergadering van den Levensmiddelenraad van 4 dezer heb ik de eer U beleefd te verzoeken, wel te willen bevorderen, dat aan de navolgende Gemeenten wordt gevraagd, of het opplakken van rubberzolen ( z.g. nopjes-rubber ) al dan niet op de dag- en weekmarkten is verboden.
Deze vraag ware te richten aan de Gemeentebesturen van Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Haarlem, Groningen, Leiden, Nymegen, Tilburg, Middelburg, 's-Hertogenbosch.
[Linksonder een paraaf, mogelijk een 'D']
De Directeur, * Doel van de brief: De directeur verzoekt de wethouder om informatie in te winnen bij andere grote Nederlandse gemeenten. Het doel is om te vergelijken (benchmarking) hoe andere steden omgaan met de ambulante handel en serviceverlening rondom "nopjes-rubber" op markten.
* Aanleiding: Een specifieke opmerking van een zekere heer Scherf tijdens een vergadering van de Levensmiddelenraad op 4 februari 1935.
* Inhoudelijke kwestie: Het gaat niet alleen om de verkoop van de rubberzolen, maar specifiek om het opplakken ervan op de markt. Dit raakt aan de regelgeving voor marktkooplieden: mochten zij enkel goederen verkopen, of mochten zij ook diensten (reparaties) uitvoeren die normaal gesproken door gevestigde ambachtslieden (schoenmakers) werden gedaan?
* Bestuurlijke context: De lijst met steden omvat de belangrijkste Nederlandse centra van die tijd. Dit duidt op een behoefte aan een gedegen beleidsmatige onderbouwing, mogelijk omdat er klachten waren vanuit de gevestigde middenstand of omdat er twijfel bestond over de marktverordening. * Crisisjaren: In 1935 bevond Nederland zich midden in de Grote Depressie. "Nopjes-rubber" (rubberen zolen met noppen die men zelf op de schoen kon lijmen) was een typisch crisisproduct. Het stelde mensen in staat om goedkoop hun schoeisel te onderhouden in plaats van naar een dure schoenmaker te gaan of nieuwe schoenen te kopen.
* Marktregulering: In tijden van economische schaarste nam de concurrentie tussen ambulante handel (markt) en de vaste winkelier (middenstand) toe. Gemeenten probeerden dit vaak te reguleren via marktverordeningen om oneerlijke concurrentie of overlast te voorkomen.
* De Levensmiddelenraad: Ondanks de naam hield deze raad zich in veel steden ook bezig met algemene marktverzorging en de beschikbaarheid van eerste levensbehoeften (waaronder schoeisel) voor de minder draagkrachtige bevolking.
* Handgeschreven kanttekening: De notitie "Verzonden 6/2" laat zien dat de ambtelijke molen snel draaide; de brief werd de dag na datering al verwerkt. De afkorting "P/G" rechtsboven zijn waarschijnlijk de initialen van de typist of de behandelend ambtenaar.