Getypte brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Getypte brief/ambtelijke correspondentie. 18 februari 1935. [Rechtsboven, rood potlood:] X
[Midden boven, handgeschreven:] Intra
[Rechtsboven:] P/G
20/15 M
18 Februari 1935
Verkoop nopjes-rubber op markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A L H I E R
Ten vervolge op myn rapport d.d. 24 Januari 1935 ( no. 47/5 M ), gericht aan den Heer Voorzitter van den Levensmiddelenraad, heb ik de eer U mede te deelen, dat ik de vraag of het opplakken van rubberzolen en -hakken ( z.g. nopjes-rubber ) op de markten moet worden verboden, heb besproken op een op 15 dezer gehouden vergadering met vertegenwoordigers der organisaties van marktkooplieden en venters. Op deze bespreking zyn argumenten tegen een dergelyk verbod naar voren gebracht, die ik zoo belsngryk acht, dat ik ze U niet mag onthouden. Er is n.l. volkomen terecht op gewezen, dat op de markten van oudsher tal van reparatie-werkzaamheden worden verricht, zonder dat hiertegen ooit eenig bezwaar is gemaakt. Zoo worden er horloges gerepareerd; kachelpypen op maat pasklaar gemaakt; bretels en porte-monnaies, nougat en anysballetjes worden er gefabriceerd en verkocht. Sedert jaren worden ook zolen onder schoenen bevestigd, zonder dat de schoenmakers hiertegen hebben geprotesteerd.
Thans richt zich hun protest in naam tegen de reparaties, bestaande in het opplakken van z.g. nopjes- Deze ambtelijke brief vormt een onderdeel van een discussie over de regulering van marktactiviteiten in 1935. De kernvraag is of het ter plekke opplakken van rubberen zolen en hakken (zogenaamd nopjes-rubber) op markten verboden moet worden. De schrijver van de brief (waarschijnlijk een adviseur of ambtenaar van de Levensmiddelenraad) heeft hierover overlegd met vertegenwoordigers van markthandelaren.
De argumentatie tegen een verbod steunt op het principe van traditie en precedent: op de markt worden al sinds jaar en dag allerlei ambachtelijke werkzaamheden en reparaties uitgevoerd (klokken, kachels, snoepgoed) zonder dat daar bezwaar tegen was. De auteur merkt fijntjes op dat de schoenmakers vroeger nooit protesteerden tegen het bevestigen van zolen op de markt, maar dit nu wel doen bij het moderne "nopjes-rubber".
De rode onderstrepingen in de tekst wijzen erop dat een lezer (mogelijk de wethouder zelf) de opsomming van andere ambachten en het feit dat er vroeger geen protest was, als cruciale punten voor de besluitvorming heeft gemarkeerd. In de jaren '30 (de crisisjaren) was er een grote druk op de economie. Gevestigde middenstanders, zoals schoenmakers, zagen hun inkomsten dalen en probeerden hun terrein te beschermen tegen goedkopere concurrentie van de informele economie op de markten. "Nopjes-rubber" was een populair en goedkoop materiaal voor de doe-het-zelver of de marktkoopman om schoenen snel en voordelig op te lappen.
De term "Levensmiddelenraad" en de aanduiding "ALHIER" wijzen vaak op de Amsterdamse gemeentelijke structuur uit die tijd, waar de markten onder de wethouder van Levensmiddelen (destijds belast met de distributie en marktwezen) vielen. Het document illustreert de constante strijd tussen de belangen van de vaste winkelier en de ambulante handel.