Archief 745
Inventaris 745-424
Pagina 65
Dossier 7
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/minuut).

5 april 1944. Van: Vermoedelijk een gemeentelijke dienst (mogelijk Marktwezen of het secretariaat), getuige de initialen VD/SV.

Origineel

Getypte brief (doorslag/minuut). 5 april 1944. Vermoedelijk een gemeentelijke dienst (mogelijk Marktwezen of het secretariaat), getuige de initialen VD/SV. [Stempel/Initialen rechtsboven: onleesbaar, VD/SV]

Verzonden 6/4 [handgeschreven]

20/21/2M.

5 April 1944.

Schoenreparaties op
de markten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,

A l h i e r.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 Maart jl.
no.23/2L.M. 1944 heb ik de eer U te berichten, dat inder-
daad tegen enkele personen, die op de dagmarkten een
plaats bezetten, door de Prijsbeheersching is opgetreden.
Een afschrift van den brief van den Prijsbeheersching
hieromtrent doe ik U in bijlage dezes toekomen. Ik heb
omtrent de opgelegde straffen nog nader telefonisch in-
lichtingen ingewonnen, waarbij mij werd medegedeeld, dat
de veroordeelingen zijn opgelegd wegens zwarten handel.
Voor zoover ook reparaties daaronder vielen, waren deze
terug te brengen tot zwarten handel in rubberzolen en
-hakken en andere fournituren. Onder de veroordeelen
vielen zoowel degenen, die dergelijke fournituren op de
schoenen zetten als degenen, die ze zonder meer verkochten.
Ten aanzien van het tweede gedeelte van Uw brief
moge ik U mededeelen, dat het mij inderdaad bekend is, dat
op de markten reparatiewerkzaamheden - niet alleen van
schoenen, maar ook van andere artikelen - plaatsvinden.
Een en ander geschiedt -met een korte onderbreking in
het jaar 1935 voor wat de schoenen betreft- sedert vele
jaren; het betreft een historisch gegroeidentoestand. Te
Uwer informatie diene verder het volgende.
Op voorstel van de Commissie voor schoeisel,
onderdeel van den destijds bestaanden Levensmiddelen-
raad, werd bij Besluit van den Burgemeester en Wethouders
d.d. 15 Maart 1935 No.905 L.M.1934 bepaald, den Wethouder
voor de Levensmiddelen uit te noodigen den Directeur
Marktwezen op te dragen er voor te zorgen, dat op de markten
geen schoenreparaties, hetzij door middel van het be-
vestigen van zoogenaamde noprubber onder de schoenen, het-
zij anderszins meer plaats heeft.
Dit Besluit werd op 20 December 1935 no.1121
L.M. 1935 op herhaald aandringen van de marktkooplieden-
organisaties en nadat door den toenmaligen directeur van
het Marktwezen terzake advies was uitgebracht, ingetrokken.
Hetgeen thans op de markten ten aanzien van de
schoenen gebeurt, betreft in hoofdzaak het opzetten van
fournituren, zoolbeslag van rubber, leer (van afvallen af-
komstig) en ijzer. Principieel bestaat er geen enkel * Kern van de zaak: De brief rapporteert over de handhaving door de Dienst Prijsbeheersching op markten. Er is opgetreden tegen marktkooplui die zich bezighielden met 'zwarte handel' in schaarse materialen zoals rubberen zolen en hakken.
* Juridische/Regelgevende context: De auteur legt uit dat schoenreparaties op de markt een "historisch gegroeide toestand" zijn. Er wordt gerefeerd aan een verbod uit maart 1935 dat eind datzelfde jaar weer werd ingetrokken na protesten van marktkooplieden.
* Materiaalgebruik: De tekst noemt specifiek het gebruik van "noprubber", "zoolbeslag" en "leer (van afvallen afkomstig)". Dit wijst op de creatieve manieren waarop men tijdens de oorlogstijd met materiaaltekorten omging.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke ambtelijke spelling (zoals 'Prijsbeheersching' en 'dezes') en een formele, afstandelijke toon. Deze brief is geschreven in april 1944, een jaar waarin de schaarste in het bezette Nederland extreme vormen aannam. Alles was op de bon, en grondstoffen voor schoenen (leer en rubber) waren nagenoeg niet meer legaal te verkrijgen voor de gewone burger.

De "Prijsbeheersching" (voluit de Rijksdienst voor de Prijzen) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat moest toezien op prijsvorming en het bestrijden van de zwarte markt. Omdat nieuwe schoenen onbetaalbaar of onverkrijgbaar waren, was reparatie essentieel. De markt was de plek waar men probeerde buiten de officiële distributiekanalen om materialen te bemachtigen of reparaties te laten uitvoeren.

Het document illustreert de frictie tussen de overheid (die probeert te reguleren en te straffen) en de dagelijkse praktijk van burgers en kleine ondernemers die proberen te overleven in een tekorteconomie. Het feit dat de wethouder hierover geïnformeerd wordt, suggereert dat de kwestie van reparaties op de markt een politiek gevoelig punt was, waarbij economische noodzaak botste met strenge bezettingsregels.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De brief rapporteert over de handhaving door de Dienst Prijsbeheersching op markten. Er is opgetreden tegen marktkooplui die zich bezighielden met 'zwarte handel' in schaarse materialen zoals rubberen zolen en hakken.
  • Juridische/Regelgevende context: De auteur legt uit dat schoenreparaties op de markt een "historisch gegroeide toestand" zijn. Er wordt gerefeerd aan een verbod uit maart 1935 dat eind datzelfde jaar weer werd ingetrokken na protesten van marktkooplieden.
  • Materiaalgebruik: De tekst noemt specifiek het gebruik van "noprubber", "zoolbeslag" en "leer (van afvallen afkomstig)". Dit wijst op de creatieve manieren waarop men tijdens de oorlogstijd met materiaaltekorten omging.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke ambtelijke spelling (zoals 'Prijsbeheersching' en 'dezes') en een formele, afstandelijke toon.

Historische Context

Deze brief is geschreven in april 1944, een jaar waarin de schaarste in het bezette Nederland extreme vormen aannam. Alles was op de bon, en grondstoffen voor schoenen (leer en rubber) waren nagenoeg niet meer legaal te verkrijgen voor de gewone burger.

De "Prijsbeheersching" (voluit de Rijksdienst voor de Prijzen) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat moest toezien op prijsvorming en het bestrijden van de zwarte markt. Omdat nieuwe schoenen onbetaalbaar of onverkrijgbaar waren, was reparatie essentieel. De markt was de plek waar men probeerde buiten de officiële distributiekanalen om materialen te bemachtigen of reparaties te laten uitvoeren.

Het document illustreert de frictie tussen de overheid (die probeert te reguleren en te straffen) en de dagelijkse praktijk van burgers en kleine ondernemers die proberen te overleven in een tekorteconomie. Het feit dat de wethouder hierover geïnformeerd wordt, suggereert dat de kwestie van reparaties op de markt een politiek gevoelig punt was, waarbij economische noodzaak botste met strenge bezettingsregels.

Kooplieden in dit dossier 96

A. Dombroek Waterlooplein
A. Groen Waterlooplein
A.P. Groen Waterlooplein
A. v. Nierop Waterlooplein }
A. van Schaik Waterlooplein
Beier/Willem (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
C. Groot Waterlooplein
C. de Groot Waterlooplein
C. Grijp Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 pond
A. Troost Azn. Waterlooplein
M. Barkhuizen Waterlooplein "
H.H. de Beer Waterlooplein
De Ruyter/Jacob Waterlooplein vr.pl.Noorderm.
S. Nanninga Waterlooplein vr. pl. Alb. Cuypstraat.
De Vries/Nanning Waterlooplein vr.pl.Alb. Cuypstraat.
D. van Schaik Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E. Smit Waterlooplein
Ferron/Johannes (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
F. Ossendorp Waterlooplein
G. Hendriks Waterlooplein
G. Hessels Waterlooplein
G. Koning Waterlooplein 80 pond
G.J. Lammers Waterlooplein
F.J. Grenzebach Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
Alle 96 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3