Archief 745
Inventaris 745-424
Pagina 84
Dossier 92
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijk verslag/memorandum (doorslag van een getypte brief of rapport).

Origineel

Ambtelijk verslag/memorandum (doorslag van een getypte brief of rapport). (Opmerking: De spelling en interpunctie uit het origineel zijn aangehouden. Handgeschreven toevoegingen zijn tussen vierkante haken geplaatst.)

de Commissie voor Schoeisel d.d. 9 Januari 1935, No.VI/9 L.M.R. 1934 en gelet op het dienaangaande advies van den Levensmiddelenraad d.d. 4 Februari 1935, besloot het op 15 Maart 1935 "den Wethouder voor de Levensmiddelen uit te noodigen den Directeur van het Marktwezen op te dragen er voor te zorgen, dat op de markten geen schoenreparatie, hetzij door middel van het bevestigen van z.g. noprubber onder de schoenen, hetzij anderszins meer plaats heeft".

[Marginalis links: F waar / begeleidend / uit! / 23 Nov '36]

Evenwel was hiermede de strijd niet uit. Zoowel van de zijde van de marktkoopliedenorganisatie, alsmede van den kant van het Marktwezen kon men met dit besluit niet instemmen en voortdurend bleef deze aangelegenheid in behandeling.

Ten slotte besloot het college van Burgemeester en Wethouders, dat in September 1935 was opgetreden, op 20 December 1935 het hierboven vermelde besluit van 15 Maart in te trekken.

Nadien is van de zaak niets meer gehoord en uit de mij overgelegde stukken van de afdeeling Levensmiddelen en van den Dienst van het Marktwezen, is mij ook gebleken, dat er geen stukken meer over gewisseld zijn.

[Marginalis links verticaal: hun beklag om de schoenmakersorganisaties maken schoenen ...]

Uit het hierboven gegeven relaas zal U reeds gebleken zijn, dat met geen woord over eigenlijke leder schoenreparatie wordt gesproken en dat het uitsluitend gaat over het opplakken van nopjes-rubber zolen en hakken. Indien U aan het slot van Uw brief de vraag stelt, op grond van welke overweging eventueel schoenlappen op de markt wordt toegestaan, dan moet daarop worden geantwoord, dat zoo dit al gebeurt, dit zeker niet mag geschieden op grond van het besluit van 20 December 1935. Zou dus het eigenlijke schoenlappen thans wel op de markten plaats vinden, dan zou dit, zooals ook uit Uw briefje valt op te maken, stellig in strijd zijn met art. 8 van de Verordening op den Dienst van het Marktwezen.

Dat dit ook de opvatting is geweest van de toenmalige college's van Burgemeester en Wethouders, die deze aangelegenheid hebben behandeld, kan wel hieruit blijken, dat met geen woord in een der dossiers over art. 8 wordt gerept. Het eenvoudig opplakken van een paar noprubber zolen en hakken voor degenen, die dit wenschen, voor een bedrag van 10 cent, kan men ook kwalijk karakteriseeren als het uitoefenen van het schoenmakersreparatieberoep. Wel heeft de directeur van het Marktwezen d.d. 2 September 1935 in verband met het besluit d.d. 15 Maart 1935 "voor de goede orde" een aanvulling van het reglement op de markten voorgesteld luidende:
art. 20 e schoenreparatie te verrichten of te doen verrichten hetzij door bevestiging van z.g. noprubber onder de schoenen, hetzij anderszins.

Ook hier is art. 8 der hier bedoelde verordening buiten beschouwing gebleven waarschijnlijk wel, omdat dit art. buiten allen twijfel stelt, dat wat normaal onder schoenreparatiewerkzaamheden wordt verstaan, zeker niet op een markt mag worden uitgeoefend. Daar het hier een geval betreft, waarover blijkbaar meeningsverschil kon bestaan, was het voor de goede orde beter in het Marktreglement deze zaak te regelen.

Naar mijn oordeel dient de toestand te blijven zooals deze is, nl. dat verboden blijft wat normaal onder schoenlappen wordt verstaan. Dit is een vakkundig beroep, dat in werkplaatsen, welke daarvoor naar de voorschriften zijn ingericht, dient te geschieden en niet op een markt.

Het opplakken van nopjes-rubber zolen en hakken zou op de markten wel - voor zoover dit door het koopend publiek wordt verlangd - kunnen geschieden als zijnde een bezigheid van zoo bijkomstigen aard, dat wel De kern van dit document is een juridisch-ambtelijk meningsverschil over wat definieert als "schoenreparatie".
1. Belangenconflict: Er is een duidelijke spanning tussen de gevestigde schoenmakers (die hun ambacht willen beschermen) en de marktkooplieden (die goedkope diensten willen aanbieden).
2. Definitiekwestie: De auteur maakt een scherp onderscheid tussen "eigenlijke leder schoenreparatie" (ambachtelijk werk) en het simpelweg "opplakken van nopjes-rubber zolen voor 10 cent".
3. Regelgeving: De discussie draait om Artikel 8 van de Marktverordening. De auteur stelt dat echt schoenlappen (repareren) verboden is op de markt omdat het vakmanschap en een ingerichte werkplaats vereist. Het opplakken van rubber zolen wordt echter gezien als een "bijkomstige bezigheid" die wel toegestaan zou moeten kunnen worden.
4. Bestuurlijke gang van zaken: Het document toont aan hoe besluiten van B&W (maart 1935) onder druk van marktorganisaties weer werden ingetrokken (december 1935), leidend tot een periode van onduidelijkheid. Dit document stamt uit de jaren '30 (de crisisjaren), een periode waarin de concurrentie tussen ambulante handel (markten) en vaste winkelier-ambachtslieden (zoals schoenmakers) zeer scherp was. Schoenmakers waren georganiseerd in gilden of bonden en probeerden hun broodwinning te beschermen tegen goedkope alternatieven op de markt.

Het gebruik van "noprubber" (rubberen zooltjes met noppen die men zelf of door een marktkoopman op versleten zolen kon plakken) was een typisch goedkoop alternatief voor een volledige verzoling bij de schoenmaker. De overheid moest hierin laveren tussen het beschermen van erkende beroepen en de behoefte van het publiek aan goedkope reparaties in een economisch zware tijd. De referentie naar de "Dienst van het Marktwezen" duidt er op dat dit document waarschijnlijk afkomstig is uit het archief van de gemeente Amsterdam, waar deze dienst een prominente rol speelde.

Samenvatting

De kern van dit document is een juridisch-ambtelijk meningsverschil over wat definieert als "schoenreparatie".
1. Belangenconflict: Er is een duidelijke spanning tussen de gevestigde schoenmakers (die hun ambacht willen beschermen) en de marktkooplieden (die goedkope diensten willen aanbieden).
2. Definitiekwestie: De auteur maakt een scherp onderscheid tussen "eigenlijke leder schoenreparatie" (ambachtelijk werk) en het simpelweg "opplakken van nopjes-rubber zolen voor 10 cent".
3. Regelgeving: De discussie draait om Artikel 8 van de Marktverordening. De auteur stelt dat echt schoenlappen (repareren) verboden is op de markt omdat het vakmanschap en een ingerichte werkplaats vereist. Het opplakken van rubber zolen wordt echter gezien als een "bijkomstige bezigheid" die wel toegestaan zou moeten kunnen worden.
4. Bestuurlijke gang van zaken: Het document toont aan hoe besluiten van B&W (maart 1935) onder druk van marktorganisaties weer werden ingetrokken (december 1935), leidend tot een periode van onduidelijkheid.

Historische Context

Dit document stamt uit de jaren '30 (de crisisjaren), een periode waarin de concurrentie tussen ambulante handel (markten) en vaste winkelier-ambachtslieden (zoals schoenmakers) zeer scherp was. Schoenmakers waren georganiseerd in gilden of bonden en probeerden hun broodwinning te beschermen tegen goedkope alternatieven op de markt.

Het gebruik van "noprubber" (rubberen zooltjes met noppen die men zelf of door een marktkoopman op versleten zolen kon plakken) was een typisch goedkoop alternatief voor een volledige verzoling bij de schoenmaker. De overheid moest hierin laveren tussen het beschermen van erkende beroepen en de behoefte van het publiek aan goedkope reparaties in een economisch zware tijd. De referentie naar de "Dienst van het Marktwezen" duidt er op dat dit document waarschijnlijk afkomstig is uit het archief van de gemeente Amsterdam, waar deze dienst een prominente rol speelde.

Kooplieden in dit dossier 96

A. Dombroek Waterlooplein
A. Groen Waterlooplein
A.P. Groen Waterlooplein
A. v. Nierop Waterlooplein }
A. van Schaik Waterlooplein
Beier/Willem (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
C. Groot Waterlooplein
C. de Groot Waterlooplein
C. Grijp Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 pond
A. Troost Azn. Waterlooplein
M. Barkhuizen Waterlooplein "
H.H. de Beer Waterlooplein
De Ruyter/Jacob Waterlooplein vr.pl.Noorderm.
S. Nanninga Waterlooplein vr. pl. Alb. Cuypstraat.
De Vries/Nanning Waterlooplein vr.pl.Alb. Cuypstraat.
D. van Schaik Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E. Smit Waterlooplein
Ferron/Johannes (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
F. Ossendorp Waterlooplein
G. Hendriks Waterlooplein
G. Hessels Waterlooplein
G. Koning Waterlooplein 80 pond
G.J. Lammers Waterlooplein
F.J. Grenzebach Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
Alle 96 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3