Archief 745
Inventaris 745-424
Pagina 83
Dossier 17
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / adviesbrief.

4 april 1944. Van: Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar of afdelingshoofd binnen de gemeente Amsterdam, handelend buiten de directeur van het Marktwezen om).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / adviesbrief. 4 april 1944. Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar of afdelingshoofd binnen de gemeente Amsterdam, handelend buiten de directeur van het Marktwezen om). Marktw.

4 April 1944.

L.M.(A.V.D.)
6.
N.o 20/21/5 M. 1944 [stempel]

In antwoord op Uw brief van 17 Maart j.l. No.23/2 L.M. waarin U verzocht ingelicht te worden op grond van welke overweging eventueel schoenlappen op de markt wordt toegestaan, deel ik U mede, dat ter zake van het daarop te geven antwoord niet voldoende eenstemmigheid tusschen den directeur van het Marktwezen en ondergeteekende kon worden bereikt, reden waarom laatstgenoemde het op prijs stelt U afzonderlijk in deze van advies te dienen.

Tot goed begrip van deze aangelegenheid moge U allereerst worden ingelicht omtrent hetgeen ten aanzien hiervan reeds heeft plaats gevonden.

In de jaren 1934/35 is er een scherpe strijd gevoerd over de vraag of het toelaatbaar was, dat kooplieden, die op de dag- en weekmarkten z.g. nopjes-rubber zolen en hakken verkochten, deze tevens op het schoeisel mochten plakken.

De organisatie van Amsterdamsche Schoenmakers Patroonsvereenigingen was hiertegen ten sterkste gekant op grond van haar oordeel, dat dit het uitoefenen van schoenmakers reparatie-werkzaamheden beteekende.

De marktkoopliedenorganisaties stonden op het standpunt, dat deze eenvoudige bezigheid van het opplakken van het rubberproduct, waarvoor niet meer dan f 0.10 per paar werd gevraagd, moeilijk aangeduid kon worden als schoenmakersreparatie-werkzaamheid en dat zij dit opplakken ook uitsluitend deden uit een oogpunt van reclame voor het product, omdat bij een niet doelmatig bevestigen daarvan het gebruik van den noprubberzool niet goed tot zijn recht zou komen.

Alhoewel van de zijde der schoenmakerspatroonsvereenigingen met nadruk werd verklaard, dat van haar kant tegen den verkoop van het rubberproduct niet het minste bezwaar bestond, werd dit van de andere zijde ten sterkste betwijfeld. Immers de nopjesrubberzool en -hak had groote aantrekkelijkheid vanwege haar langen gebruiksduur - men kon er van 6 tot 9 maanden op gaan - en de zeer geringe kosten, n.l. in totaal f 0.40 per paar, welk bedrag in dien tijd van buitengewoon groote werkloosheid een duchtig woordje meesprak.

Hoe dit ook zij, van de zijde van het Marktwezen werd op een verzoek door de schoenmakerspatroonsvereenigingen in het najaar van 1934 gedaan om het opplakken van de nopjesrubberzolen te verbieden, afwijzend beschikt en toen voornoemde organisaties zich daarna tot den toenmaligen wethouder voor de Levensmiddelen en later tot de commissie voor Schoeisel als onderdeel van den Levensmiddelenraad wendden met een gelijk verzoek, is door den directeur van het Marktwezen steeds met kracht aangedrongen om het desbetreffende verzoek niet in te willigen.

Aanvankelijk had het gemeentebestuur daar ooren naar, doch na den voortdurenden aandrang van de zijde van de reeds genoemde patroonsorganisaties en rekening houdende met een intusschen uitgebracht advies van den heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. * Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (vóór de spellinghervorming van 1947), gekenmerkt door naamvalsuitgangen ("den directeur", "ten sterkste") en verouderde woordkeuzes ("j.l.", "ondergeteekende").
* Inhoud: De kern van het document is een verslag van een belangenconflict. De schoenmakers (patroons) probeerden hun ambacht te beschermen tegen wat zij zagen als oneerlijke concurrentie door ongeschoolde marktkooplieden. De marktkooplieden verdedigden zich door te stellen dat het slechts om een kleine service ging (promotie) voor een goedkoop product.
* Bestuurlijke frictie: De eerste alinea is opvallend; de schrijver geeft aan dat hij het oneens is met de directeur van het Marktwezen en daarom een afzonderlijk advies uitbrengt. Dit wijst op een interne verdeeldheid binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat over hoe om te gaan met de markthandel.
* Economische aspecten: Er wordt expliciet verwezen naar de crisisjaren ("tijd van buitengewoon groote werkloosheid"). Voor armere burgers was de mogelijkheid om voor 40 cent (30 cent voor de zolen plus 10 cent voor het plakken) hun schoenen voor maanden begaanbaar te maken van essentieel belang. * Tijdsgeest (1944): Hoewel de brief terugblikt op 1934/35, is de datum van schrijven (april 1944) cruciaal. Nederland was bezet door nazi-Duitsland. Er heersten enorme tekorten aan materialen, waaronder leer voor schoenen. De vraag of mensen op de markt goedkoop hun schoenen konden laten "lappen" met rubber was in 1944 waarschijnlijk weer uiterst actueel vanwege de schaarste en de zwarte markt.
* Lokale geschiedenis: Het document geeft inzicht in de werking van het Amsterdamse "Marktwezen" en de invloed van beroepsverenigingen (Schoenmakers Patroonsvereenigingen) op lokaal beleid. Het laat zien hoe de overheid moest schipperen tussen het beschermen van gevestigde ambachten en de behoeften van de minder bedeelde bevolking.
* Schoeisel in oorlogstijd: In de latere oorlogsjaren werd schoeisel een groot probleem; mensen liepen op houten zolen of gerepareerde oude schoenen. Dit document illustreert de bureaucratische achtergrond van de strijd om betaalbare reparaties.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (vóór de spellinghervorming van 1947), gekenmerkt door naamvalsuitgangen ("den directeur", "ten sterkste") en verouderde woordkeuzes ("j.l.", "ondergeteekende").
  • Inhoud: De kern van het document is een verslag van een belangenconflict. De schoenmakers (patroons) probeerden hun ambacht te beschermen tegen wat zij zagen als oneerlijke concurrentie door ongeschoolde marktkooplieden. De marktkooplieden verdedigden zich door te stellen dat het slechts om een kleine service ging (promotie) voor een goedkoop product.
  • Bestuurlijke frictie: De eerste alinea is opvallend; de schrijver geeft aan dat hij het oneens is met de directeur van het Marktwezen en daarom een afzonderlijk advies uitbrengt. Dit wijst op een interne verdeeldheid binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat over hoe om te gaan met de markthandel.
  • Economische aspecten: Er wordt expliciet verwezen naar de crisisjaren ("tijd van buitengewoon groote werkloosheid"). Voor armere burgers was de mogelijkheid om voor 40 cent (30 cent voor de zolen plus 10 cent voor het plakken) hun schoenen voor maanden begaanbaar te maken van essentieel belang.

Historische Context

  • Tijdsgeest (1944): Hoewel de brief terugblikt op 1934/35, is de datum van schrijven (april 1944) cruciaal. Nederland was bezet door nazi-Duitsland. Er heersten enorme tekorten aan materialen, waaronder leer voor schoenen. De vraag of mensen op de markt goedkoop hun schoenen konden laten "lappen" met rubber was in 1944 waarschijnlijk weer uiterst actueel vanwege de schaarste en de zwarte markt.
  • Lokale geschiedenis: Het document geeft inzicht in de werking van het Amsterdamse "Marktwezen" en de invloed van beroepsverenigingen (Schoenmakers Patroonsvereenigingen) op lokaal beleid. Het laat zien hoe de overheid moest schipperen tussen het beschermen van gevestigde ambachten en de behoeften van de minder bedeelde bevolking.
  • Schoeisel in oorlogstijd: In de latere oorlogsjaren werd schoeisel een groot probleem; mensen liepen op houten zolen of gerepareerde oude schoenen. Dit document illustreert de bureaucratische achtergrond van de strijd om betaalbare reparaties.

Kooplieden in dit dossier 96

A. Dombroek Waterlooplein
A. Groen Waterlooplein
A.P. Groen Waterlooplein
A. v. Nierop Waterlooplein }
A. van Schaik Waterlooplein
Beier/Willem (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
C. Groot Waterlooplein
C. de Groot Waterlooplein
C. Grijp Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 pond
A. Troost Azn. Waterlooplein
M. Barkhuizen Waterlooplein "
H.H. de Beer Waterlooplein
De Ruyter/Jacob Waterlooplein vr.pl.Noorderm.
S. Nanninga Waterlooplein vr. pl. Alb. Cuypstraat.
De Vries/Nanning Waterlooplein vr.pl.Alb. Cuypstraat.
D. van Schaik Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E. Smit Waterlooplein
Ferron/Johannes (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
F. Ossendorp Waterlooplein
G. Hendriks Waterlooplein
G. Hessels Waterlooplein
G. Koning Waterlooplein 80 pond
G.J. Lammers Waterlooplein
F.J. Grenzebach Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
Alle 96 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3