Inspectierapport / dagrapport van een controleur (vermoedelijk Prijsbeheersing of Crisis Controle Dienst).
Origineel
Inspectierapport / dagrapport van een controleur (vermoedelijk Prijsbeheersing of Crisis Controle Dienst). 2 december 1944. II
J. Boon. Borssenburgstraat 35.
winkel: accoord
—
Fr. Nieuborg. Meerhuizenplein 11
winkel: accoord
—
D. Habermehl. Vrolikstraat 465.
venter vaste wijk Zuid : accoord.
—
van Loenen. van Ostadestraat 319
winkel: accoord.
—
Zaterdag 2 december 1944.
9-11 Alb. Cuypstr. markt.
Geen bijzonderheden - behoudens eenige
clandestiene venters.
11-14.30 Controle - Zuid
—
G. v. Meulen. Maasstraat 115
winkel: accoord.
—
H. G. v. d. Broek. Uiterwaardestraat 209.
winkel: accoord.
— Dit document is een administratief verslag van een controleur tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De inspecteur bezoekt diverse winkeliers en straatverkopers (venters) in Amsterdam-Zuid om te controleren of zij zich houden aan de distributieregels en prijsvoorschriften.
- Terminologie: De term "accoord" geeft aan dat de winkelier of venter bij inspectie voldeed aan de gestelde eisen (geen zwarte handel of prijsopdrijving geconstateerd).
- Locaties: Alle genoemde straten bevinden zich in de Amsterdamse wijken De Pijp en de Rivierenbuurt. Opvallend is dat D. Habermehl in de Vrolikstraat (Oost) woont, maar zijn "vaste wijk" als venter in Zuid heeft.
- Clandestiene activiteit: De opmerking over de Albert Cuypmarkt ("behoudens eenige clandestiene venters") wijst op de illegale handel die welig tierde vanwege de extreme schaarste in die periode. De datum, 2 december 1944, plaatst dit document midden in de Hongerwinter. In West-Nederland was er op dat moment een desastreuze schaarste aan voedsel en brandstof. De controle op de handel was streng; de bezetter en de Nederlandse autoriteiten (zoals de CCD) probeerden de weinige beschikbare goederen via het bonnensysteem te reguleren.
Terwijl de controleur hier rapporteert dat de winkels "accoord" zijn, waren de schappen in werkelijkheid vaak nagenoeg leeg. De vermelding van "clandestiene venters" op de Albert Cuypmarkt is kenmerkend voor de overlevingsstrategie van de Amsterdamse bevolking, waarbij buiten het officiële distributiesysteem om werd gehandeld tegen vaak astronomische prijzen. D. Habermehl G. v. d. Broek J. Boon
Samenvatting
Dit document is een administratief verslag van een controleur tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De inspecteur bezoekt diverse winkeliers en straatverkopers (venters) in Amsterdam-Zuid om te controleren of zij zich houden aan de distributieregels en prijsvoorschriften.
- Terminologie: De term "accoord" geeft aan dat de winkelier of venter bij inspectie voldeed aan de gestelde eisen (geen zwarte handel of prijsopdrijving geconstateerd).
- Locaties: Alle genoemde straten bevinden zich in de Amsterdamse wijken De Pijp en de Rivierenbuurt. Opvallend is dat D. Habermehl in de Vrolikstraat (Oost) woont, maar zijn "vaste wijk" als venter in Zuid heeft.
- Clandestiene activiteit: De opmerking over de Albert Cuypmarkt ("behoudens eenige clandestiene venters") wijst op de illegale handel die welig tierde vanwege de extreme schaarste in die periode.
Historische Context
De datum, 2 december 1944, plaatst dit document midden in de Hongerwinter. In West-Nederland was er op dat moment een desastreuze schaarste aan voedsel en brandstof. De controle op de handel was streng; de bezetter en de Nederlandse autoriteiten (zoals de CCD) probeerden de weinige beschikbare goederen via het bonnensysteem te reguleren.
Terwijl de controleur hier rapporteert dat de winkels "accoord" zijn, waren de schappen in werkelijkheid vaak nagenoeg leeg. De vermelding van "clandestiene venters" op de Albert Cuypmarkt is kenmerkend voor de overlevingsstrategie van de Amsterdamse bevolking, waarbij buiten het officiële distributiesysteem om werd gehandeld tegen vaak astronomische prijzen.