Handgeschreven ambtelijk rapport.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport. 7 november 1944 (betreft gebeurtenis op 6 november 1944). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Aan den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Rapport.
Op 6/11-44 bevonden wij ondergetekenden F. de Vries en J.C. Lobbes ons op het Waterlooplein belast met de controle op den z.g. zwarten handel.
Te verwijdering van personen, die op het marktterrein rondliepen met over den arm een jas of iets dergelijks, kennelijk met het doel, deze voorwerpen "zwart" te verkoopen, hielden wij een ons onbekend persoon aan die cigaretten vloeitjes te koop aanbood tegen f 1.25 per pakje.
Met deze persoon bezig zijnde, teneinde hem te dwingen zich te legitimeeren en de vloeitjes tegen normale prijs te laten verkoopen, hetgeen door hem werd geweigerd, bemerkten wij, dat wij door een tamelijk talrijk publiek (vermoedelijk ook zwarthandelaren) geheel werden ingesloten.
Dreigementen werden tegen ons geuit en wij hadden groote moeite om ons met onze rijwielen bij ons, staande te houden.
Op dit oogenblik hoorden wij rondom ons schieten en stoof het publiek uit een; ook wij waren genoodzaakt om een goed heenkomen te zoeken. De door ons aangehouden persoon kon daardoor ontsnappen.
Ons inziens is het absoluut niet mogelijk om zonder politiebescherming tegen den zwarthandel op genoemde markt op te treden. Naar ons ter oore kwam houdt deze schietpartij op het Waterlooplein herhaaldelijk voor.
Optreden daar gaat gepaard met levensgevaar.
Amsterdam 7 November 1944
De Ambtenaren i/h Marktwezen,
(getekend) F. de Vries
(getekend) J.C. Lobbes
[Kanttekeningen links onderaan:]
Inf. politie 8-11-44
Gezien 8-11-44
Opbergen
des [gevolgd door paraaf]* Het document is een ooggetuigenverslag van de groeiende wetteloosheid en spanning in Amsterdam tijdens de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog. De ambtenaren proberen de illegale handel in vloeitjes (toentertijd een schaars goed) aan te pakken, maar stuiten op een vijandige menigte. De tekst weerspiegelt de machteloosheid van de civiele autoriteiten: zodra er schoten vallen, moeten de ambtenaren vluchten en hun arrestant laten gaan.
Opvallend is de prijs van de vloeitjes (1,25 gulden), wat in die tijd een extreem hoog bedrag was voor een simpel pakje vloeipapier, een duidelijk teken van de hyperinflatie op de zwarte markt. De conclusie van het rapport is een dringende waarschuwing aan hun superieur dat handhaving zonder gewapende bescherming onmogelijk en levensgevaarlijk is geworden. Dit rapport is geschreven in november 1944, de periode waarin West-Nederland aan het begin stond van de Hongerwinter. Door de spoorwegstaking en de Duitse blokkades was er een nijpend tekort aan alles: voedsel, brandstof en genotsmiddelen zoals tabak. Het Waterlooplein was vanouds het centrum van de Amsterdamse handel, maar fungeerde tijdens de bezetting als een grimmige plek waar de zwarte handel floreerde.
De "schietpartij" waarover gesproken wordt, was in deze periode geen uitzondering; de zenuwen stonden bij zowel de bevolking als de bezettingsmacht en de politie strak gespannen, en conflicten over schaarse goederen liepen vaak gewelddadig af. De ambtenaren van het Marktwezen bevonden zich in een lastige spagaat tussen het handhaven van de (door de bezetter gecontroleerde) orde en de overlevingsdrang van de Amsterdamse burger.