Officieel ambtelijk rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport. 24 augustus 1944. R A P P O R T.
[Handgeschreven in de rechterbovenhoek:] dossier controle
Ondergeteekende, J.P.N. Boon, controleur bij het Marktwezen
rapporteert U het Navolgende:
Op Donderdag 17 Augustus 1944 heb ik de kleinhandelaar
P. Vrees Jr, wonende van Woustraat 136 alhier gecontroleerd.
Vrees had dien dag van de Gemeentelijken vischafslag 40 Kg
aal (inkoopsprijs ƒ 0,62 ontvangen. Onder mijn toezicht heeft
Vrees zijn aal in zijn winkel aan het publiek tegen den vastge=
stelden prijs ƒ 0,82 verkocht.
[Aan de linkerzijde onderaan:]
Den Heer Inspecteur
van het Marktwezen.
[In het midden onderaan, handgeschreven initialen/paraaf:] HB [?]
[Aan de rechterzijde onderaan:]
Amsterdam 24 Augustus 1944
controleur,
[Handgeschreven handtekening: J.P.N. Boon.]
J.P.N. Boon. Dit document is een zakelijk verslag van een marktcontroleur in oorlogstijd. De kern van het rapport is het vaststellen van de naleving van prijsvoorschriften. De controleur, J.P.N. Boon, rapporteert dat hij fysiek aanwezig was bij de verkoop van 40 kilogram aal door visboer P. Vrees Jr. in de Van Woustraat te Amsterdam.
Opvallende details:
* Prijsbeheersing: De inkoopprijs was ƒ 0,62 en de verkoopprijs was vastgesteld op ƒ 0,82. Dit duidt op een gereguleerde winstmarge van precies 20 cent per kilo.
* Toezicht: Het feit dat de controleur "onder mijn toezicht" de verkoop liet plaatsvinden, wijst op een zeer strikte controle op de distributie van schaarse levensmiddelen. Men wilde voorkomen dat goederen 'onder de toonbank' voor woekerprijzen (de zwarte markt) werden verkocht. Het rapport dateert van 24 augustus 1944, slechts enkele weken voor "Dolle Dinsdag" en het begin van de Hongerwinter in West-Nederland. In deze periode van de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van extreme schaarste aan voedsel en brandstof. De Duitse bezetter en de Nederlandse distributieorganen probeerden de handel streng te reguleren via prijsbeheersing en bonkaarten.
De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam was verantwoordelijk voor het toezicht op de handel op markten en in winkels. Dat een controleur een hele dag (of een groot deel daarvan) bij één winkelier doorbracht om de verkoop van 40 kilo vis te monitoren, illustreert hoe cruciaal de controle op de voedselvoorziening was geworden. De Van Woustraat, waar de winkel gevestigd was, is van oudsher een belangrijke winkelstraat in de Amsterdamse wijk De Pijp.