Ambtsbericht/rapport van een marktambtenaar.
Origineel
Ambtsbericht/rapport van een marktambtenaar. 3 juni 1944. M. Miering (Ambtenaar). Inspecteur Marktwezen Amsterdam. [Links boven:]
Inspecteur
marktwezen
[Rechts boven:]
Markt Pretoriusplein
[Midden:]
Zaterdag middag kwam
J. P. K. Schoor aan de markt met 40 kg.
versche aal.
Ik heb schoor gecontroleerd en heb
vastgesteld dat hij aan 24 personen
1 kg aal heeft verkocht en 3 kg voor
eigen gebruik heeft medegenomen
dus samen 51 kg.
Na gevraagd te hebben wat hiervan de
oorzaak was zeide hij mij dat er aal
van een ander was bijgekomen.
[Rechts onder:]
amsterdam 3 juni 44
de Ambtenaar
[Signatuur: M Miering]
[Aantekeningen in de marge/midden:]
5-6-'44
de Heer
a.s Woensdag
p 7/6.
[Onderaan, later toegevoegd in ander handschrift:]
Westergasthuisstraat 43 II
de aal van Schoor is in [...] kistjes op
een kar geladen. aal van Schoor [...] en [...] door-
elkaar gekomen en dientengevolge heeft Schoor [...]
te veel aangevoerd Optred- doss. controle [...] Het document is een kort zakelijk verslag van een controle op de markt aan het Pretoriusplein in Amsterdam-Oost. Ambtenaar Miering constateert een discrepantie in de administratie van vishandelaar J.P.K. Schoor.
Schoor verklaarde 40 kg verse aal te hebben aangevoerd. Bij controle bleek echter dat er 24 kg was verkocht (1 kg per persoon) en dat Schoor 3 kg voor eigen gebruik had achtergehouden. De berekening onderaan ("dus samen 51 kg") suggereert dat de ambtenaar in totaal 11 kg méér aantrof dan de opgegeven 40 kg (namelijk de 27 kg die verantwoord was, plus de resterende voorraad die blijkbaar tot een totaal van 51 kg leidde).
De verklaring van Schoor was dat er "aal van een ander" bij zijn eigen voorraad terecht was gekomen. De krabbels onderaan lijken een latere toevoeging of een samenvatting van het verweer, waarbij gesproken wordt over het door elkaar raken van kistjes op een kar. De aantekeningen "5-6-'44" en "a.s. Woensdag" wijzen op de administratieve afhandeling door de inspectie in de dagen na het incident. Dit document stamt uit juni 1944, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland (slechts drie dagen voor D-Day). In deze tijd was er sprake van extreme schaarste en distributiebonnen.
De Inspectie Marktwezen hield streng toezicht op de handel om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen. Het feit dat een vishandelaar meer voorraad had dan aangegeven, was een ernstige overtreding. Het achterhouden van producten voor "eigen gebruik" of het verhandelen van goederen buiten de officiële papieren om ("aal van een ander") werd in oorlogstijd zwaar gesanctioneerd.
De locatie, het Pretoriusplein in de Transvaalbuurt, was van oudsher een levendige marktlocatie, maar in 1944 was de buurt getekend door de deportaties van de Joodse bewoners die daarvoor een groot deel van de marktbevolking vormden.