Archief 745
Inventaris 745-424
Pagina 307
Dossier 29
Jaar 1944
Stadsarchief

Officieel bericht / Bekendmaking van de Gemeente Amsterdam.

Omstreeks mei 1941 (gebaseerd op de genoemde termijnen en jaartallen).

Origineel

Officieel bericht / Bekendmaking van de Gemeente Amsterdam. Omstreeks mei 1941 (gebaseerd op de genoemde termijnen en jaartallen). in het bezit zijn van een vent- of opkoopersvergunning geldig tot 31 Mei 1942.
Van het opnieuw verleenen der vergunning zal terstond in het oude vergunnings-
boekje aanteekening gemaakt worden tegen betaling van het ventgeld à f 4.— per jaar,
verhoogd met f 1.— legeskosten.
Hiertoe zal dus slechts worden overgegaan, indien de betrokken venter f 5.—
betaalt in geld of in reeds van te voren gekochte waardebons. Venters, voor wie het vent-
geld door wekelijksche inhoudingen door het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken
Steun geheel of ten deele is gespaard, moeten, om het gespaarde bedrag in mindering van
het te betalen ventgeld te doen strekken, in het bezit zijn van een door het bovengenoemde
bureau te hunnen name gestelden bon.
Indien de venter tevens nog achterstallige standplaatsgelden verschuldigd
is, zal de ventvergunning niet opnieuw worden verleend, alvorens ook deze schuld
is aangezuiverd. Men zorge er dus voor, dat, wanneer men dergelijke schuld heeft,
deze vooraf aan het Hoofdkantoor van het Marktwezen wordt betaald.
Ten einde het voor den venter gemakkelijk te maken om f 5.— te kunnen betalen,
is van 1 Mei 1941 af de gelegenheid opengesteld bij het Hoofdkantoor van het Markt-
wezen en op het marktkantoor Waterlooplein een zoogenaamde „waardebon” te koopen.
Deze bons hebben een waarde van f 2,50 en dienen uitsluitend om er ventgeld en leges-
kosten der vent- of opkoopersvergunning mede te betalen. Koopers van een waardebon
behoeven zich in de maand Mei 1941 voor het opnieuw verleenen van hun vergunning
niet op den voor hen aangewezen dag op het Hoofdkantoor te vervoegen, doch zij moeten
in elk geval zorg dragen, dat zij uiterlijk op 31 Mei a.s. in het bezit zijn van een
geldige vergunning, waartoe zij natuurlijk tijdig aan het bedoelde Hoofdkantoor moeten
zijn geweest.
Ik breng speciaal onder de aandacht van de houders van een opkoopersvergunning,
dat voor het opnieuw verleenen van de opkoopersvergunning wordt geeischt, dat men
in het bezit is van een Rijksvergunning voor het ophalen van oude materialen en afval-
stoffen, uitgereikt door het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen. Opkoopers,
die om welke reden ook een dergelijke vergunning niet bezitten, zullen de hun door
de Gemeente Amsterdam uitgereikte opkoopersvergunning niet kunnen verlengen,
doch kunnen die ten stadhuize ingeruild krijgen voor een ventvergunning geldig voor
eenig ander artikel, bijvoorbeeld bloemen en planten, consumptieijs, enz.

De Directeur van het Marktwezen. * Administratieve focus: Het document beschrijft de bureaucratische procedure voor het verlengen van ventvergunningen in Amsterdam. Het totaalbedrag voor verlenging is vastgesteld op 5 gulden (4 gulden ventgeld plus 1 gulden leges).
* Sociale context: Er wordt melding gemaakt van het "Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun". Dit wijst erop dat arme venters die in de steun liepen, via een spaarsysteem hun vergunning konden bekostigen.
* Financiële instrumenten: Om de betaling te vergemakkelijken, werden er "waardebons" van f 2,50 geïntroduceerd. Dit suggereert een systeem van betaling in termijnen of vooraf sparen.
* Centralisatie en Controle: De nadruk ligt op de noodzaak om schulden (achterstallige standplaatsgelden) eerst te vereffenen voordat een nieuwe vergunning wordt verleend. Ook wordt verwezen naar het marktkantoor op het Waterlooplein, destijds een belangrijk centrum voor de handel.
* Regulering van Grondstoffen: De meest opvallende eis is de koppeling van de lokale opkoopersvergunning aan een landelijke "Rijksvergunning" van het "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen". Wie deze niet heeft, mag geen schroot of afval meer opkopen, maar mag wel overstappen op andere handel (zoals ijs of bloemen). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1941). De oprichting van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was een direct gevolg van de oorlogseconomie. Grondstoffen (metalen, textiel, papier) waren schaars en essentieel voor de (Duitse) oorlogsindustrie. De bezetter wilde maximale controle over de stroom van deze materialen, waardoor informele opkopers en 'voddenmannen' werden gedwongen zich te schikken naar strikte landelijke regels.

Daarnaast is de locatie "Waterlooplein" historisch beladen; dit was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In 1941 werden de beperkingen voor Joodse handelaren steeds strenger. Hoewel dit document spreekt over algemene regels voor venters, vonden dergelijke administratieve aanscherpingen vaak plaats in een klimaat waarin de bewegingsvrijheid van specifieke groepen steeds verder werd ingeperkt. Het inruilen van een opkoopersvergunning voor een vergunning voor "consumptieijs" of "bloemen" was voor velen een bittere noodzaak om in hun levensonderhoud te blijven voorzien wanneer zij niet aan de nieuwe rijksvoorwaarden konden of mochten voldoen.

Samenvatting

  • Administratieve focus: Het document beschrijft de bureaucratische procedure voor het verlengen van ventvergunningen in Amsterdam. Het totaalbedrag voor verlenging is vastgesteld op 5 gulden (4 gulden ventgeld plus 1 gulden leges).
  • Sociale context: Er wordt melding gemaakt van het "Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun". Dit wijst erop dat arme venters die in de steun liepen, via een spaarsysteem hun vergunning konden bekostigen.
  • Financiële instrumenten: Om de betaling te vergemakkelijken, werden er "waardebons" van f 2,50 geïntroduceerd. Dit suggereert een systeem van betaling in termijnen of vooraf sparen.
  • Centralisatie en Controle: De nadruk ligt op de noodzaak om schulden (achterstallige standplaatsgelden) eerst te vereffenen voordat een nieuwe vergunning wordt verleend. Ook wordt verwezen naar het marktkantoor op het Waterlooplein, destijds een belangrijk centrum voor de handel.
  • Regulering van Grondstoffen: De meest opvallende eis is de koppeling van de lokale opkoopersvergunning aan een landelijke "Rijksvergunning" van het "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen". Wie deze niet heeft, mag geen schroot of afval meer opkopen, maar mag wel overstappen op andere handel (zoals ijs of bloemen).

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1941). De oprichting van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was een direct gevolg van de oorlogseconomie. Grondstoffen (metalen, textiel, papier) waren schaars en essentieel voor de (Duitse) oorlogsindustrie. De bezetter wilde maximale controle over de stroom van deze materialen, waardoor informele opkopers en 'voddenmannen' werden gedwongen zich te schikken naar strikte landelijke regels.

Daarnaast is de locatie "Waterlooplein" historisch beladen; dit was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In 1941 werden de beperkingen voor Joodse handelaren steeds strenger. Hoewel dit document spreekt over algemene regels voor venters, vonden dergelijke administratieve aanscherpingen vaak plaats in een klimaat waarin de bewegingsvrijheid van specifieke groepen steeds verder werd ingeperkt. Het inruilen van een opkoopersvergunning voor een vergunning voor "consumptieijs" of "bloemen" was voor velen een bittere noodzaak om in hun levensonderhoud te blijven voorzien wanneer zij niet aan de nieuwe rijksvoorwaarden konden of mochten voldoen.

Kooplieden in dit dossier 96

A. Dombroek Waterlooplein
A. Groen Waterlooplein
A.P. Groen Waterlooplein
A. v. Nierop Waterlooplein }
A. van Schaik Waterlooplein
Beier/Willem (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
C. Groot Waterlooplein
C. de Groot Waterlooplein
C. Grijp Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 pond
A. Troost Azn. Waterlooplein
M. Barkhuizen Waterlooplein "
H.H. de Beer Waterlooplein
De Ruyter/Jacob Waterlooplein vr.pl.Noorderm.
S. Nanninga Waterlooplein vr. pl. Alb. Cuypstraat.
De Vries/Nanning Waterlooplein vr.pl.Alb. Cuypstraat.
D. van Schaik Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E. Smit Waterlooplein
Ferron/Johannes (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
F. Ossendorp Waterlooplein
G. Hendriks Waterlooplein
G. Hessels Waterlooplein
G. Koning Waterlooplein 80 pond
G.J. Lammers Waterlooplein
F.J. Grenzebach Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
Alle 96 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3