Getypte ambtelijke notitie of verslag.
Origineel
Getypte ambtelijke notitie of verslag. 6 januari 1944. Klacht over verkoop visch vischloods Bellamyplein.
zie brief
Stroër hierover op 6 Januari 1944 gehoord.
ontkent het achterhouden van 5 kabeljauwen. geen
kwestie van.
Er laden 3 kooplieden op een kar, dus deze krijgen
3 x 4 pond = 12 pond. Het is mij beslist niet be-
kend, dat er visch voor verschillende kooplieden
wordt achtergehouden. Het document is een kort verslag van een verhoor of verklaring naar aanleiding van een binnengekomen klacht. De kern van de klacht betreft de beschuldiging dat er vis (specifiek vijf kabeljauwen) zou zijn achtergehouden voor bepaalde partijen, wat in tijden van schaarste een ernstig vergrijp was.
De persoon Stroër ontkent de beschuldigingen resoluut. Hij geeft een rekenkundige verklaring voor de hoeveelheid vis die op een kar geladen werd: drie kooplieden die gezamenlijk één kar gebruiken, ontvangen elk 4 pond vis, wat het totaal op 12 pond brengt. Hij benadrukt dat hij geen weet heeft van het systematisch achterhouden van vis voor specifieke kooplieden. De toon van de notitie is zakelijk en defensief. Dit document stamt uit januari 1944, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de voedselschaarste nijpend was. Vis, net als bijna alle andere levensmiddelen, was onderworpen aan strikte distributieregels en rantsoenering. Het Bellamyplein in Amsterdam-West was een centrale plek voor de vismarkt en distributie.
In deze oorlogsjaren was er veel sociale spanning rondom de verdeling van voedsel. Corruptie, achterhouden van voorraden en de zwarte handel waren aan de orde van de dag, waardoor officiële instanties (zoals de Crisiscontrole-dienst of de Dienst voor de Voedselvoorziening) klachten van burgers of andere kooplieden serieus moesten onderzoeken. Dergelijke notities dienden als bewijslast in interne onderzoeken naar mogelijke fraude of onregelmatigheden bij distributiepunten.
Samenvatting
Het document is een kort verslag van een verhoor of verklaring naar aanleiding van een binnengekomen klacht. De kern van de klacht betreft de beschuldiging dat er vis (specifiek vijf kabeljauwen) zou zijn achtergehouden voor bepaalde partijen, wat in tijden van schaarste een ernstig vergrijp was.
De persoon Stroër ontkent de beschuldigingen resoluut. Hij geeft een rekenkundige verklaring voor de hoeveelheid vis die op een kar geladen werd: drie kooplieden die gezamenlijk één kar gebruiken, ontvangen elk 4 pond vis, wat het totaal op 12 pond brengt. Hij benadrukt dat hij geen weet heeft van het systematisch achterhouden van vis voor specifieke kooplieden. De toon van de notitie is zakelijk en defensief.
Historische Context
Dit document stamt uit januari 1944, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de voedselschaarste nijpend was. Vis, net als bijna alle andere levensmiddelen, was onderworpen aan strikte distributieregels en rantsoenering. Het Bellamyplein in Amsterdam-West was een centrale plek voor de vismarkt en distributie.
In deze oorlogsjaren was er veel sociale spanning rondom de verdeling van voedsel. Corruptie, achterhouden van voorraden en de zwarte handel waren aan de orde van de dag, waardoor officiële instanties (zoals de Crisiscontrole-dienst of de Dienst voor de Voedselvoorziening) klachten van burgers of andere kooplieden serieus moesten onderzoeken. Dergelijke notities dienden als bewijslast in interne onderzoeken naar mogelijke fraude of onregelmatigheden bij distributiepunten.