Getypte verklaring/verslag van verhoor.
Origineel
Getypte verklaring/verslag van verhoor. 7 januari 1944. [Handgeschreven aantekening/vinkje] gehoord op 7 Januari 1944 7 Heeren Koning Volendam.
inzake klacht over kabeljauw. Staan allen in ver-
kooploods Bellamijstraat.
Ontkennen allen dat zij 5 kabeljauwen hebben achter-
gehouden. Is een leugen. Wij hebben voor ons eigen
eten niets achtergehouden ~~vax~~ behalve één, die 2
stukken heeft achtergehouden 2 pond 1 ½ ons en nog
enkele 3 pond.
Visch is uitsluitend aan publiek verkocht. Er wordt
aan vischventers geen voorrang verleend. Dat zou
publiek in de rij niet nemen.
Gerrit Koning, die het laatste verkocht, herinnert ~~xx~~
zich, dat hij aan een meneer van zijn eigen eten een
stukje aan hem heeft verkocht.
Zwarte handel met kabeljauw is niet mogelijk als
officieele prijs reeds f. 5.- per kg. is.
[Linksonder handgeschreven namen en cijfers in een kader:]
Schoonmeel(?)
Bravenboer(?)
[Kader met:]
7
5 3 6 / 2
[Rechtsonder handgeschreven paraaf/notitie:]
opb [onleesbaar, mogelijk initialen] Dit document is een verslag van een verhoor of een verklaring afgelegd door een groep Volendamse vishandelaren (zeven mannen genaamd Koning) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een beschuldiging dat zij vijf kabeljauwen zouden hebben achtergehouden, vermoedelijk om deze buiten de officiële distributiekanalen om (de zwarte markt) te verkopen.
Kernpunten uit de verklaring:
1. Ontkenning: De verdachten ontkennen de beschuldiging stellig en noemen het een "leugen".
2. Eigen consumptie: Ze geven toe een zeer kleine hoeveelheid voor eigen consumptie te hebben bewaard (wat vaak was toegestaan voor vissers/handelaren), maar specificeren de gewichten (2 pond 1,5 ons en 3 pond) om aan te tonen dat het niet om de genoemde vijf hele vissen gaat.
3. Gerrit Koning: Een specifieke handelaar geeft toe een klein stukje van zijn eigen portie aan een klant te hebben verkocht, wat een menselijk gebaar lijkt te moeten suggereren in plaats van illegale handel.
4. Economisch argument: De verklaarders voeren aan dat zwarte handel onlogisch is omdat de officiële prijs (5 gulden per kilo) al extreem hoog was. Ter vergelijking: 5 gulden in 1944 was een aanzienlijk bedrag voor een kilo vis. Het document dateert uit januari 1944, een periode van grote schaarste in bezet Nederland. De voedselvoorziening stond onder streng toezicht van de Crisis Controle Dienst (CCD) en de Duitse bezetter. Kabeljauw was een schaars en kostbaar goed.
De Bellamijstraat in Amsterdam (nabij de Ten Katemarkt) huisvestte indertijd een vishal/verkooploods waar vis werd verhandeld onder toezicht. Omdat vis op de bon was of tegen vastgestelde maximumprijzen moest worden verkocht, was de verleiding groot om producten "onder de toonbank" te houden voor de zwarte markt, waar prijzen vele malen hoger lagen.
De familie Koning is een bekende visserfamilie uit Volendam. Het feit dat er zeven mannen met deze naam worden genoemd, wijst op een groot familiebedrijf dat de vis uit Volendam naar de Amsterdamse markt bracht. Dit type documenten werd vaak opgesteld door inspecteurs van de prijsbeheersing of de politie om economische delicten op te sporen.