Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag. 27 november 1943 (met administratieve aantekeningen tot 8 december 1943). [Hoofdtekst]
Den Heer Inspecteur Marktwezen.
G. Goedhals geb. 13-11 ’10 heeft zijn toewijzing
zoetwatervisch (4 ½ kg brasem) die hij op Vrijdag
26/11 heeft ontvangen, den daaropvolgenden dag
op de verkoopplaats aangevoerd en verkocht.
D. Schaik geb. 10-12 ’06 heeft wegens ongesteldheid
zijn toewijzing groot 40 ½ kg voorn of zoet, van Vrijdag
26/11 den daaropvolgenden dag 27/11 ’43 op de
Noordermarkt verkocht.
A’dam 27-11 ’43
[Signatuur]
[Marginalia en latere toevoegingen]
Links (in potlood):
F oproepen
29-11-43
de Haas
Onder signatuur (in inkt/potlood):
Onger per 1/12 ’43.
[Initialen]
Rechtsonder (in potlood):
w. om [...]
direct aanvoeren
8-12-43
de Boer
Helemaal rechtsonder:
Onger per 8/12 ’43. Dit document is een intern rapport van de Amsterdamse Dienst Marktwezen uit de oorlogsperiode. Het betreft de controle op de distributie en verkoop van vis door marktkooplieden.
- Geval Goedhals: Hij ontving een zeer kleine toewijzing van 4,5 kg brasem en handelde volgens de regels door deze de volgende dag te verkopen.
- Geval Schaik: Deze handelaar ontving een grotere partij van 40,5 kg (voorn of andere zoetwatervis). Vanwege "ongesteldheid" (ziekte) kon hij de vis niet direct verkopen, maar deed dit een dag later op de Noordermarkt.
De aantekeningen in de kantlijn tonen de bureaucratische opvolging. De notitie "F oproepen" door 'de Haas' suggereert dat er een sanctie of een gesprek volgde, mogelijk omdat de regels omtrent de directe verkoop strikt werden gehandhaafd. De term "Onger" komt herhaaldelijk voor bij de data; dit is waarschijnlijk een administratieve afkorting voor "Ongeregeld" of "Ongegrond", of wellicht de paraaf van een specifieke ambtenaar. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de schaarste aan voedsel groot en stond de handel onder streng toezicht van de overheid. Het Marktwezen controleerde of de toegewezen goederen ("toewijzingen") wel eerlijk en via de officiële kanalen bij de burger terechtkwamen, om zwarte handel te voorkomen.
Zelfs voor relatief kleine hoeveelheden, zoals de 4,5 kilo brasem in dit document, was een nauwkeurige administratie vereist. Het feit dat Schaik zijn vis een dag later verkocht vanwege ziekte, was in dit strikte systeem een afwijking die gerapporteerd en gecontroleerd moest worden. De Noordermarkt in de Jordaan was destijds, net als nu, een centrale plek voor de vis- en levensmiddelenhandel in Amsterdam.