Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen en stempels.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen en stempels. 11 april 1944 (datum van afhandeling/afwijzing). J. Morat, Lusacstraat $4^{II}$ (Amsterdam). [Bovenaan de pagina]
$N \underline{o}$ 20/22/1
M. 1944 23/I
907
[Handgeschreven in de rechterbovenhoek:] vd. Mey
[Brieftekst]
Mijnheer
Langs deze weg wou ik u
vragen, of ik ook in aanmerking
kon komen voor een marktver-
gunning voor gelanterie en
papierwaren. Daar ik invalide
ben, en niet tot werken in staat
ben, is dat mijn eenigste vooruit-
zicht nog. Voor handelsgeld wordt
ik geholpen door 't Bureau van
sociale zaken.
Alzoo blijf ik in afwachting
J. Morat
Lusacstraat $4^2$
[Ambtelijke aantekeningen onderaan]
ongewenscht e.o.v. [?] C. 20/3
Nooit eerder op de markt
gestaan. Afgewezen.
[Paraaf] 11/4 '44.
[Stempel en handtekening]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening: de Haan] De brief bevat een verzoek van J. Morat voor een marktvergunning om te mogen handelen in "gelanterie" (galanterieën: luxe kleinwaren zoals modeaccessoires) en papierwaren. De schrijver voert een sociaal-economische reden aan voor zijn verzoek: hij is invalide en niet in staat om regulier werk te doen. De marktverkoop is volgens hem zijn enige "vooruitzicht" op een inkomen. Hij vermeldt dat hij voor het benodigde startkapitaal ("handelsgeld") steun krijgt van het Bureau van Sociale Zaken.
De ambtelijke reactie onder de brief is echter negatief. Er is genoteerd: "Nooit eerder op de markt gestaan", wat blijkbaar een reden was voor uitsluiting. De definitieve beslissing luidt "Afgewezen", gedateerd op 11 april 1944 en ondertekend door de inspecteur. Dit document stamt uit april 1944, een periode diep in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De economische situatie was zeer precair en veel goederen waren op de bon. Voor mensen met een beperking was het extra moeilijk om in hun onderhoud te voorzien.
De markt was in die tijd een belangrijke plek voor handel, maar stond onder strikte regulering. De afwijzing op basis van het feit dat de aanvrager een nieuwkomer was ("nooit eerder op de markt gestaan"), illustreert het beleid om de schaarse handelsplaatsen te reserveren voor reeds gevestigde handelaren, ondanks de penibele persoonlijke situatie van de aanvrager. Het adres Lusacstraat 4-II bevindt zich in Amsterdam-West, wat erop wijst dat dit document betrekking heeft op de Amsterdamse markten. J. Morat
Samenvatting
De brief bevat een verzoek van J. Morat voor een marktvergunning om te mogen handelen in "gelanterie" (galanterieën: luxe kleinwaren zoals modeaccessoires) en papierwaren. De schrijver voert een sociaal-economische reden aan voor zijn verzoek: hij is invalide en niet in staat om regulier werk te doen. De marktverkoop is volgens hem zijn enige "vooruitzicht" op een inkomen. Hij vermeldt dat hij voor het benodigde startkapitaal ("handelsgeld") steun krijgt van het Bureau van Sociale Zaken.
De ambtelijke reactie onder de brief is echter negatief. Er is genoteerd: "Nooit eerder op de markt gestaan", wat blijkbaar een reden was voor uitsluiting. De definitieve beslissing luidt "Afgewezen", gedateerd op 11 april 1944 en ondertekend door de inspecteur.
Historische Context
Dit document stamt uit april 1944, een periode diep in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De economische situatie was zeer precair en veel goederen waren op de bon. Voor mensen met een beperking was het extra moeilijk om in hun onderhoud te voorzien.
De markt was in die tijd een belangrijke plek voor handel, maar stond onder strikte regulering. De afwijzing op basis van het feit dat de aanvrager een nieuwkomer was ("nooit eerder op de markt gestaan"), illustreert het beleid om de schaarse handelsplaatsen te reserveren voor reeds gevestigde handelaren, ondanks de penibele persoonlijke situatie van de aanvrager. Het adres Lusacstraat 4-II bevindt zich in Amsterdam-West, wat erop wijst dat dit document betrekking heeft op de Amsterdamse markten.