Ambtsbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief van de Gemeente Amsterdam. 26 mei 1944. Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk namens de Burgemeester of de Wethouder voor Marktwezen). De heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. GEMEENTE AMSTERDAM
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
№ 20/24/4 M. 1944 27/5
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum,
het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. L.M. No. 23/3 '44 Bijlagen Uw brief: Datum: 26 Mei 1944.
Onderwerp: toegang tot de markten.
Naar aanleiding van het advies, vervat in Uw schrijven van 10 Mei j.l. No. 20/24/3 M deel ik U mede, dat ik Uw zienswijze niet kan deelen om Wijnoord een plaats op een der markten te weigeren, omdat hij "nimmer het bedrijf van marktkoopman heeft uitgeoefend".
Art. 13 van de Verordening op den Dienst van het Marktwezen stelt geen bepaalde eischen waaraan moet worden voldaan om tot de markt te mogen worden toegelaten, doch kent aan den Burgemeester de bevoegdheid toe om in bijzondere gevallen te zijner beoordeeling personen niet voor een plaats op de markten in aanmerking te doen komen, ten einde o.a. ongewenschte personen te kunnen weren of uit te sluiten.
Ik acht het gewenscht om de markten hier ter stede, zooals gebruikelijk is, te blijven openstellen voor een ieder die te goeder naam en faam bekend staat, zich behoorlijk gedraagt en die overigens voldoet aan de eischen, die in verband met de huidige tijdsomstandigheden van hoogerhand voor het drijven van handel zijn gesteld.
Uiteraard zie ik echter wel Uwe voorstellen tot uitsluiting van de markt resp. het niet verleenen van toegang tot de markt tegemoet ingeval de marktkoopman of a.s. marktkoopman zich met den "zwarten
Aan
den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
[Handtekening/Paraaf onleesbaar]
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
29173-12-43-10.000 Deze brief betreft een administratieve beslissing over de toelating van een individu (Wijnoord) tot de Amsterdamse markten. De kern van de zaak is of iemand die nog nooit eerder marktkoopman is geweest, geweigerd mag worden. De schrijver van de brief (vermoedelijk de burgemeester of een gematigd ambtenaar) corrigeert de Directeur van het Marktwezen: gebrek aan ervaring is volgens de verordening geen geldige reden voor weigering.
De brief benadrukt dat de burgemeester wel de discretionaire bevoegdheid heeft om "ongewenschte personen" te weren, maar dat dit gericht moet zijn op mensen die niet "te goeder naam en faam" bekend staan. De tekst breekt af bij "den 'zwarten", wat vrijwel zeker verwijst naar "zwarte handel". Hiermee wordt aangegeven dat uitsluiting wel geoorloofd is als er sprake is van illegale handelspraktijken. De datum van de brief, 26 mei 1944, is cruciaal. Nederland bevindt zich in de laatste fase van de Duitse bezetting. Amsterdam wordt in deze tijd geconfronteerd met extreme schaarste, wat leidde tot een enorme groei van de zwarte handel.
- Tijdsomstandigheden: De zinsnede "eischen, die in verband met de huidige tijdsomstandigheden van hoogerhand (...) zijn gesteld" verwijst naar de strenge distributiewetten en regels die door de bezetter en de Nederlandse collaborerende overheid waren opgelegd.
- Bestuur: De burgemeester van Amsterdam in 1944 was Edward Voûte, een NSB-sympathisant die echter probeerde de gemeentelijke bureaucratie enigszins draaiende te houden binnen de marges van de bezettingsmacht.
- Controle: Het weren van personen van de markt was een manier om controle uit te oefenen op de voedselvoorziening en de prijzen. De nadruk op "zwarte handel" aan het eind van de brief toont aan dat dit de grootste zorg was van de autoriteiten, omdat de informele economie de officiële (en door de bezetter gecontroleerde) distributie ondermijnde. Directeur van (De heer) L.M. No O.Z. Voorburgwal Gemeente Amsterdam Marktwezen NSB