Ambtelijke notitie/memorandum op gelinieerd papier.
Origineel
Ambtelijke notitie/memorandum op gelinieerd papier. 25 en 30 mei 1944. Handschrift 1:
Is voor na den oorlog.
aangevraagd e.a.d.
men kan t.z.t.
opnieuw aanvraag
indienen. Dit hem
meedeelen.
L.v.D. 25/5
Handschrift 2:
Aan medegedeeld, zal hierop
later terug komen.
Opbergen
AJB 30/5-44.
Onderaan (centraal):
opb.
[Onleesbare paraaf/krabbel, mogelijk Jvd...] Het document is een interne ambtelijke instructie betreffende een niet nader gespecificeerde aanvraag. De essentie van de eerste notitie (gedateerd 25 mei) is uitstel: de zaak wordt over de streep van de bevrijding getild met de mededeling "Is voor na den oorlog". De aanvrager ("hem") moet worden geïnformeerd dat hij te zijner tijd (t.z.t.) een nieuwe aanvraag moet indienen.
De tweede notitie (30 mei) bevestigt dat de instructie is opgevolgd: de betrokkene is geïnformeerd. Er wordt genoteerd dat de aanvrager er "later" op terug zal komen, waarna het dossier de instructie "Opbergen" krijgt.
De afkorting "e.a.d." in de tweede regel zou kunnen staan voor "en andere documenten" of een specifieke archiefcode, maar de context suggereert dat het betrekking heeft op de status van de aanvraag. De datering van het document (eind mei 1944) is historisch zeer relevant. Het is slechts een week voor D-Day (6 juni 1944). In het bezette Nederland heerste in deze periode een sterke verwachting dat de bevrijding nabij was.
In de Nederlandse bureaucreatie tijdens de bezettingstijd werd de term "na den oorlog" vaak gebruikt voor zaken die men niet onder het Duitse regime wilde of kon afhandelen, of voor processen die door de oorlogsomstandigheden (zoals gebrek aan middelen of juridische onzekerheid) stillagen. Het document illustreert hoe het ambtelijk apparaat functioneerde in een overgangsfase, waarbij beslissingen werden geparkeerd in afwachting van een nieuwe politieke realiteit. De zakelijke, bijna droge toon is typerend voor de Nederlandse administratieve cultuur, zelfs onder de extreme omstandigheden van de late oorlogsjaren.
Samenvatting
Het document is een interne ambtelijke instructie betreffende een niet nader gespecificeerde aanvraag. De essentie van de eerste notitie (gedateerd 25 mei) is uitstel: de zaak wordt over de streep van de bevrijding getild met de mededeling "Is voor na den oorlog". De aanvrager ("hem") moet worden geïnformeerd dat hij te zijner tijd (t.z.t.) een nieuwe aanvraag moet indienen.
De tweede notitie (30 mei) bevestigt dat de instructie is opgevolgd: de betrokkene is geïnformeerd. Er wordt genoteerd dat de aanvrager er "later" op terug zal komen, waarna het dossier de instructie "Opbergen" krijgt.
De afkorting "e.a.d." in de tweede regel zou kunnen staan voor "en andere documenten" of een specifieke archiefcode, maar de context suggereert dat het betrekking heeft op de status van de aanvraag.
Historische Context
De datering van het document (eind mei 1944) is historisch zeer relevant. Het is slechts een week voor D-Day (6 juni 1944). In het bezette Nederland heerste in deze periode een sterke verwachting dat de bevrijding nabij was.
In de Nederlandse bureaucreatie tijdens de bezettingstijd werd de term "na den oorlog" vaak gebruikt voor zaken die men niet onder het Duitse regime wilde of kon afhandelen, of voor processen die door de oorlogsomstandigheden (zoals gebrek aan middelen of juridische onzekerheid) stillagen. Het document illustreert hoe het ambtelijk apparaat functioneerde in een overgangsfase, waarbij beslissingen werden geparkeerd in afwachting van een nieuwe politieke realiteit. De zakelijke, bijna droge toon is typerend voor de Nederlandse administratieve cultuur, zelfs onder de extreme omstandigheden van de late oorlogsjaren.