Getypte lijst (bijlage bij een brief).
Origineel
Getypte lijst (bijlage bij een brief). 16 september 1944. Directeur van het Marktwezen. Waarnemend Politiepresident (van Amsterdam). Behoort bij brief no. 20/47/6 M.d.d. 16 September 1944 aan den Heer waarnemend Politie-
president van den Directeur van het Marktwezen.
| Naam: | Geb.datum & pl.: | Adres: | Artikel: | Bijzonderheden: |
|---|---|---|---|---|
| Klein-van Keulen. Cornelia Jacoba | 7-12-1915 te A'dam | Lindengracht 147 II | 2e h.textielgoederen | vraagt Plaats Lindengracht en Noordermarkt. |
| Olthof. Johannes | 8-5-1884 te Groningen | Sterrenplein 19 hs. | konijnen | vraagt plaats Amsteldveld, Mosveld en Noordermarkt. |
| ter Haak. Adolf Martinus | 22-11-1885 te A'dam | Bestevaerstraat 92 hs. | 2e h.art. (geen textiel). | vraagt plaats Noordermarkt en Waterlooplein |
| van Eden. Pieter Hendrik | 19-7-1910 te A'dam | Govert Flinckstraat 368 II | bloemen en planten | vraagt plaats Bloemenmarkt. |
Per individu worden de volgende gegevens vermeld:
1. Naam: Inclusief meisjesnaam voor de getrouwde vrouw.
2. Geboortegegevens: Datum en plaats (grotendeels Amsterdammers, één uit Groningen).
3. Adres: Woonadres in Amsterdam, inclusief etage-aanduiding (hs = huis/begane grond, II = tweede verdieping).
4. Artikel: De handelswaar. Opvallend is de handel in '2e hands' goederen en konijnen, wat duidt op de schaarste in de late oorlogsjaren.
5. Bijzonderheden: De specifieke markten waarvoor de aanvraag geldt (o.a. Lindengracht, Noordermarkt, Amstelveld, Mosveld, Waterlooplein en de Bloemenmarkt).
Het feit dat deze lijst naar de waarnemend Politiepresident werd gestuurd, wijst erop dat de politie in die tijd een beslissende of controlerende rol had bij het toewijzen van marktplaatsen, mogelijk in het kader van de openbare orde of economische controle onder de Duitse bezetting. De datum, 16 september 1944, is historisch zeer relevant. Het is één dag voor het begin van Operatie Market Garden. In Amsterdam heerste op dat moment grote onzekerheid en toenemende schaarste, die later die winter zou uitmonden in de Hongerwinter.
Markten waren in deze periode essentieel voor de voedsel- en goederenvoorziening, maar stonden onder streng toezicht om zwarte handel tegen te gaan. De verkoop van konijnen (zoals door Johannes Olthof) was een veelvoorkomende manier om aan vlees te komen toen de reguliere distributie stokte. Het aanbieden van tweedehands textiel en artikelen was eveneens een bittere noodzaak omdat nieuwe producten vrijwel niet meer verkrijgbaar waren voor de gewone burger.