Archiefdocument
Origineel
21 februari 1945 (onderaan genoteerd), met een verwijzing naar een vervolgafspraak op maandag 26 februari 1945. Mr. Vos zal Ma. 26 Feb. 45
weer bellen inzake vragen
cliënt Van Glenbergen.
Deze heeft aangevraagd voor
2e hands artikelen W-plan.
Geen artikelen, marktplaats
en antecedenten van Van G.
(pol. rapp.) is voldoening hier door
verzoek voor cliënt zelf reeds
hoogst ongewenscht. Blijkbaar
ondenkbaar dat deze niet tot
vordering zal vervallen.
21-2-45
[Geparafeerd] De notitie beschrijft de voortgang van een dossier van een zekere Van Glenbergen in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een aanvraag voor tweedehands artikelen via het zogenaamde W-plan. Uit de notitie blijkt dat er een formeel onderzoek is ingesteld naar de achtergrond van de aanvrager: er is gezocht naar antecedenten en er is een politierapport (pol. rapp.) opgesteld.
Hoewel de resultaten van dit onderzoek "voldoening" geven (wat impliceert dat er geen strafrechtelijke of politieke bezwaren zijn gevonden), is de conclusie van de schrijver negatief. Het verzoek wordt voor de cliënt zelf als "hoogst ongewenst" beschouwd. De slotzin suggereert dat de kans groot is dat de aanspraak ("vordering") van de cliënt op de goederen zal komen te vervallen of zal worden afgewezen. Dit duidt op een streng en mogelijk subjectief toewijzingsbeleid. Dit document stamt uit februari 1945, een periode van extreme schaarste in bezet Nederland (de Hongerwinter). Het W-plan (Woninginrichting-plan) was een distributieregeling bedoeld om mensen die door oorlogshandelingen, zoals bombardementen of evacuaties, hun bezittingen waren kwijtgeraakt, te voorzien van essentiële goederen zoals meubels en kleding.
Vanwege de enorme tekorten was de controle op deze aanvragen rigoureus. Instanties onderzochten niet alleen de materiële nood, maar ook de "antecedenten" van de aanvrager om te voorkomen dat schaarse goederen bij de verkeerde personen (bijvoorbeeld politieke tegenstanders of zwarthandelaars) terechtkwamen. "Mr. Vos" fungeert hier waarschijnlijk als een juridisch tussenpersoon die probeert de voortgang van de aanvraag te bewaken in een klimaat van ambtelijke onwelwillendheid.
Samenvatting
De notitie beschrijft de voortgang van een dossier van een zekere Van Glenbergen in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een aanvraag voor tweedehands artikelen via het zogenaamde W-plan. Uit de notitie blijkt dat er een formeel onderzoek is ingesteld naar de achtergrond van de aanvrager: er is gezocht naar antecedenten en er is een politierapport (pol. rapp.) opgesteld.
Hoewel de resultaten van dit onderzoek "voldoening" geven (wat impliceert dat er geen strafrechtelijke of politieke bezwaren zijn gevonden), is de conclusie van de schrijver negatief. Het verzoek wordt voor de cliënt zelf als "hoogst ongewenst" beschouwd. De slotzin suggereert dat de kans groot is dat de aanspraak ("vordering") van de cliënt op de goederen zal komen te vervallen of zal worden afgewezen. Dit duidt op een streng en mogelijk subjectief toewijzingsbeleid.
Historische Context
Dit document stamt uit februari 1945, een periode van extreme schaarste in bezet Nederland (de Hongerwinter). Het W-plan (Woninginrichting-plan) was een distributieregeling bedoeld om mensen die door oorlogshandelingen, zoals bombardementen of evacuaties, hun bezittingen waren kwijtgeraakt, te voorzien van essentiële goederen zoals meubels en kleding.
Vanwege de enorme tekorten was de controle op deze aanvragen rigoureus. Instanties onderzochten niet alleen de materiële nood, maar ook de "antecedenten" van de aanvrager om te voorkomen dat schaarse goederen bij de verkeerde personen (bijvoorbeeld politieke tegenstanders of zwarthandelaars) terechtkwamen. "Mr. Vos" fungeert hier waarschijnlijk als een juridisch tussenpersoon die probeert de voortgang van de aanvraag te bewaken in een klimaat van ambtelijke onwelwillendheid.