Handgeschreven administratieve notitie / dossierstuk.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie / dossierstuk. 21 februari 1944 tot 1 maart 1944. [In rode inkt:]
Insp. bespr. 21-2-44
S
[In zwarte inkt:]
Behalve Klapmuts J. Klapmuts
~~en~~ zijn ook nog in aanmerking
gekomen diens broer en
J.C. Schalm. Volgens M. de Haan
zijn er, voor zoover kon worden
nagegaan, geen personen meer
die in overeenkomstige omstandigheden
verkeerden 23-2-44
A
[Onderaan, schuin geschreven:]
opbergen
1-3-44
deHaan
[Grote initialen rechtsonder:]
Opb
[onleesbare paraaf, mogelijk HD of PD] Het document is een interne ambtelijke notitie uit de periode van de Duitse bezetting in Nederland (februari/maart 1944). De kern van de tekst betreft de selectie of screening van bepaalde personen.
- Personen: Er worden drie namen genoemd: J. Klapmuts, zijn broer (niet bij naam genoemd, maar behorend tot de familie Klapmuts), en J.C. Schalm.
- Inhoud: De schrijver stelt vast dat deze drie personen "in aanmerking zijn gekomen" voor een niet nader genoemde regeling of status. Een zekere "M. de Haan" (mogelijk een meerdere of een rapporteur) heeft bevestigd dat er na onderzoek geen andere personen zijn gevonden die zich in "overeenkomstige omstandigheden" bevinden.
- Proces:
- 21-2-44: Inspectie-bespreking (rode inkt).
- 23-2-44: Vaststelling van de lijst met namen en de conclusie dat de groep compleet is.
- 1-3-44: De opdracht tot "opbergen" (archiveren) door De Haan. Hoewel de exacte aard van de "omstandigheden" niet expliciet in dit losse briefje wordt vermeld, duidt het taalgebruik ("in aanmerking gekomen", "overeenkomstige omstandigheden") in de context van 1944 vaak op bureaucratische processen rondom de Arbeitseinsatz (tewerkstelling), verzoeken om vrijstellingen (Sperren), of mogelijk zaken betreffende de politieke betrouwbaarheid of hulpverlening.
Het feit dat familieleden (de broer van Klapmuts) samen worden genoemd, suggereert dat de "omstandigheden" persoons- of familiegebonden waren. De zorgvuldige controle of er nog meer mensen in dezelfde situatie waren, wijst op een ambtelijke afhandeling waarbij precedentwerking of gelijke behandeling een rol speelde. Het document fungeerde waarschijnlijk als een geleidebriefje of een samenvattende notitie bovenop een dossier over deze specifieke gevallen. J. Klapmuts J.C. Schalm M. de Haan