Handgeschreven notitie op bruin papier (mogelijk een fragment van een omslag of dossierblad).
Origineel
Handgeschreven notitie op bruin papier (mogelijk een fragment van een omslag of dossierblad). 11 en 12 juli 1944. [Bovenste gedeelte in donkere inkt/potlood:]
van verhooruittreksel
bleek of spionnage
kan leiden. Geen
strafdossier.
11-7-44
Dekker
[Onderste gedeelte in rood potlood:]
Alle stukken boven de
mededeeling dat door rechthebbende
(persoonlijk) zou worden gehaald
12-7-44 w Dit document is een korte administratieve beslissing binnen een juridisch of politioneel proces. De kern van de notitie is een beoordeling van een "verhooruittreksel". De functionaris Dekker stelt op 11 juli 1944 vast dat de informatie uit het verhoor niet wijst op spionnage (of althans niet op een wijze die vervolging rechtvaardigt), waardoor er geen officieel strafdossier wordt gevormd.
De rode aantekening van een dag later (12 juli) is een logistieke instructie. Hierin wordt bepaald dat de betreffende stukken persoonlijk door de rechthebbende (de persoon op wie de documenten betrekking hebben) zullen worden afgehaald. Het gebruik van rood potlood was in de administratie van die tijd gebruikelijk voor instructies van een superieur of een archiefbeheerder. De datum — juli 1944 — plaatst dit document in het hart van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onderzoek naar spionnage was in deze periode een uiterst serieuze zaak, waarbij de grenzen tussen verzet, inlichtingenwerk en criminaliteit vaak vervaagden in de ogen van de autoriteiten.
De notitie is waarschijnlijk afkomstig uit het archief van een Nederlandse politie-instantie of een parket. Het toont de bureaucratische afhandeling van veiligheidszaken: zelfs in een tijd van oorlog en bezetting werden verdenkingen getoetst aan verslagen (het verhooruittreksel) en werd er formeel besloten of een zaak 'dossierwaardig' was. Dat de stukken persoonlijk konden worden opgehaald, suggereert dat de zaak na de beoordeling "geen strafdossier" als afgehandeld en ongevaarlijk werd beschouwd. Politie
Samenvatting
Dit document is een korte administratieve beslissing binnen een juridisch of politioneel proces. De kern van de notitie is een beoordeling van een "verhooruittreksel". De functionaris Dekker stelt op 11 juli 1944 vast dat de informatie uit het verhoor niet wijst op spionnage (of althans niet op een wijze die vervolging rechtvaardigt), waardoor er geen officieel strafdossier wordt gevormd.
De rode aantekening van een dag later (12 juli) is een logistieke instructie. Hierin wordt bepaald dat de betreffende stukken persoonlijk door de rechthebbende (de persoon op wie de documenten betrekking hebben) zullen worden afgehaald. Het gebruik van rood potlood was in de administratie van die tijd gebruikelijk voor instructies van een superieur of een archiefbeheerder.
Historische Context
De datum — juli 1944 — plaatst dit document in het hart van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onderzoek naar spionnage was in deze periode een uiterst serieuze zaak, waarbij de grenzen tussen verzet, inlichtingenwerk en criminaliteit vaak vervaagden in de ogen van de autoriteiten.
De notitie is waarschijnlijk afkomstig uit het archief van een Nederlandse politie-instantie of een parket. Het toont de bureaucratische afhandeling van veiligheidszaken: zelfs in een tijd van oorlog en bezetting werden verdenkingen getoetst aan verslagen (het verhooruittreksel) en werd er formeel besloten of een zaak 'dossierwaardig' was. Dat de stukken persoonlijk konden worden opgehaald, suggereert dat de zaak na de beoordeling "geen strafdossier" als afgehandeld en ongevaarlijk werd beschouwd.