Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 4 februari 1944. [Stempel linksboven:] $N^o \text{ 46}^c/3/1$ d
[Stempel midden boven:] M. 1944 [handgeschreven:] $^{24}/_2$
[Handgeschreven rechtsboven:] Markten [paraaf]
No. 53/1 L.M. 1944
Uitsluiting vischkoopman van de vischverdeeling.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 4 Februari 1944.
[Handgeschreven in de marge, in rood en blauw:] [onleesbare parafen/codes] gem. bij [paraaf]
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam:
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied, (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No. 152 Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgno. 517):
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 21 Januari 1944 No. 46c/3/1b M.
B e s l u i t :
den vischhandelaar F.Schraal, die zich aan een overtreding van het zeventiende Uitvoeringsbesluit van het visscherijbesluit-1941, heeft schuldig gemaakt, door op of omstreeks 19 December 1943 visch buiten de vischverdeeling om te betrekken, met ingang van 5 Februari 1944 voor den tijd van vier maanden van de verdeeling van visch aan den afslag uit te sluiten, derhalve tot en met 4 Juni 1944.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. (3 stuks).
Voor eensluidend extract
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
G.M.
[paraaf] Dit document betreft een officieel uittreksel van een besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de strenge handhaving van de distributiewetten door het collaborerende gemeentebestuur.
De kern van de zaak is de bestraffing van viskoopman F. Schraal. Hij wordt beschuldigd van het inkopen van vis buiten de officiële kanalen om ("buiten de vischverdeeling om betrekken"). Als straf wordt hij voor vier maanden uitgesloten van de visafslag, wat in de praktijk neerkwam op een tijdelijk beroepsverbod, aangezien er buiten de officiële afslag geen legale handel mogelijk was.
De juridische basis voor dit besluit ligt in de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Seyss-Inquart). Deze verordening gaf de bezettende macht en de door hen aangestelde bestuurders de bevoegdheid om administratiefrechtelijk op te treden zonder tussenkomst van een reguliere rechter. Ten tijde van dit besluit (februari 1944) was de voedselvoorziening in Nederland zeer precair en strikt gereguleerd via een bonnensysteem en centrale distributie. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld.
De afdeling "Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen" was een breed gecombineerde portefeuille die direct toezicht hield op de schaarse middelen in de stad. J.F. Franken, die het document ondertekent, was een invloedrijke gemeentesecretaris tijdens de bezettingsjaren. Dergelijke sancties waren bedoeld om de zwarte handel te ontmoedigen en de controle van de bezetter over de voedselketen te consolideren.