Administratief overzicht van markt- en havenheffingen.
Origineel
Administratief overzicht van markt- en havenheffingen. Maart 1944 (vastgesteld op 1 april 1944). VISCHMARKT.
HEFFINGEN OVER DE MAAND ....[Maart]........ 19.[44]
Aanvoer 5% ....[2%]..... [1.649.46] ..[Baggerslib etc.].. f { [913,50 v]
....................................[Ruiter & v.d. Slikke].. f { [186,00 v]
1% extra heffing van consignatiezendingen ........... f
Heffing volgens art. 21 sub 2 der Verordening op de
heffing.[stempel] f [17,55 v]
Vaartuigen à 25 cent per ton ........................ f
Vaartuigen à 10 cent per ton ......................[stempel] f [41,00 v]
Berging in de Hal ................................... f
Huur bergplaatsen .................................[stempel] f [66,- v]
[ -1 APR. 1944]
(Handteekening):
[Signatuur]
[Marginale aantekeningen linksonder:]
[Br. Hal 46 8/1/3]
[week t/m 1/3 a] Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de geïnde gelden voor de Vischmarkt over de maand maart 1944. De belangrijkste posten zijn:
* Aanvoerheffing: Oorspronkelijk vastgesteld op 5%, maar met de hand gewijzigd naar 2%. De grondslag voor een deel van deze berekening lijkt 1.649,46 gulden te zijn. Er zijn twee specifieke deelbedragen genoteerd (913,50 en 186,00) met bijbehorende namen of categorieën, waarbij "Baggerslib etc." een ongebruikelijke post is die mogelijk duidt op bijvangst of havengerelateerde inkomsten.
* Verordeningheffing: Een bedrag van 17,55 gulden op basis van een specifieke wettelijke bepaling (Art. 21).
* Havengelden: Inkomsten uit vaartuigen (41,00 gulden) en de verhuur van opslagruimte (66,00 gulden).
De handgeschreven vinkjes (v) en de stempel van 1 april 1944 duiden op een officiële afsluiting en controle van de maandcijfers door de betreffende administratie. Het document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel in vis streng gereguleerd en onderworpen aan diverse overheidsheffingen om de distributie en lokale economie te bekostigen. De "Verordening" waarnaar verwezen wordt, is typerend voor de bureaucratische structuur van die tijd. De marginale aantekeningen (zoals "week t/m 1/3 a") wijzen op een koppeling met bredere administratieve logboeken of weekrapportages van de vismarkt, waarschijnlijk in een grote havenstad zoals IJmuiden of Scheveningen.
Samenvatting
Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de geïnde gelden voor de Vischmarkt over de maand maart 1944. De belangrijkste posten zijn:
* Aanvoerheffing: Oorspronkelijk vastgesteld op 5%, maar met de hand gewijzigd naar 2%. De grondslag voor een deel van deze berekening lijkt 1.649,46 gulden te zijn. Er zijn twee specifieke deelbedragen genoteerd (913,50 en 186,00) met bijbehorende namen of categorieën, waarbij "Baggerslib etc." een ongebruikelijke post is die mogelijk duidt op bijvangst of havengerelateerde inkomsten.
* Verordeningheffing: Een bedrag van 17,55 gulden op basis van een specifieke wettelijke bepaling (Art. 21).
* Havengelden: Inkomsten uit vaartuigen (41,00 gulden) en de verhuur van opslagruimte (66,00 gulden).
De handgeschreven vinkjes (v) en de stempel van 1 april 1944 duiden op een officiële afsluiting en controle van de maandcijfers door de betreffende administratie.
Historische Context
Het document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel in vis streng gereguleerd en onderworpen aan diverse overheidsheffingen om de distributie en lokale economie te bekostigen. De "Verordening" waarnaar verwezen wordt, is typerend voor de bureaucratische structuur van die tijd. De marginale aantekeningen (zoals "week t/m 1/3 a") wijzen op een koppeling met bredere administratieve logboeken of weekrapportages van de vismarkt, waarschijnlijk in een grote havenstad zoals IJmuiden of Scheveningen.