Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op voorgedrukt briefpapier.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op voorgedrukt briefpapier. Gedateerd mei 1939 (referenties naar 1/5, 3/5/39 en 11/5/39). [Kop linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/96/1 1939
DOORGEZONDEN: 1/5
[Rechtsboven]
Th. Brouwers
(Wat zegt Wieberdinck en
wat zeggen enkele tuinders
hiervan?) 3/5 39 W.h.v.s.
[Hoofdtekst]
Raapstelen worden met wortel uit den grond gehaald.
Wanneer men ze niet bindt, dan zou de huisvrouw
plantje voor plantje van den wortel moeten ontdoen.
Dat kan niet.
Wanneer de tuinder de raapstelen sneed zooals
spinazie, dan houdt ze niet en is onverkoopbaar.
Hetzelfde zou men ook van radijs - of wortelen
krijgt en bos moeten binden. Men doet dit om ze
toonbaarder, dus meer verkoopbaar te maken.
Zooals het met alle artikelen in de handel gebeurt,
ook buiten het tuindersbedrijf.
Ook de concurrentie speelt hierbij een groote rol.
[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Onderaan in rode inkt]
37/96 / 2 3 11/5/39 J.C.M. van [handtekening, mogelijk Beekman] De tekst is een beknopte uiteenzetting over de logistieke en commerciële noodzaak van het binden van raapstelen (met wortel en al). De schrijver voert drie hoofdargumenten aan:
1. Gebruiksgemak: Zonder binding is het voor de consument (de "huisvrouw") te bewerkelijk om de plantjes te verwerken.
2. Houdbaarheid: In tegenstelling tot spinazie blijven raapstelen niet goed als ze gesneden worden; ze moeten intact blijven om verkoopbaar te blijven.
3. Presentatie: Het binden maakt het product "toonbaarder" en daarmee verkoopbaar, een principe dat volgens de schrijver voor alle handelsproducten geldt, niet alleen in de tuinbouw.
De toon is zakelijk en verklarend, waarschijnlijk bedoeld als input voor een beleidsbeslissing of een reactie op een klacht/vraag over marktstandaarden. Dit document stamt uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het lijkt afkomstig uit een ambtelijke omgeving (gezien het "Alg. Zaken Model No. 14" en de administratieve nummers), mogelijk het Ministerie van Landbouw of een aanverwant controle-orgaan. De vraag in de kantlijn ("Wat zegt Wieberdinck...") suggereert dat er een overleg gaande was tussen ambtenaren en vertegenwoordigers van de tuinderssector over verpakkings- of presentatievoorschriften voor groenten. De vermelding van "concurrentie" wijst erop dat men destijds al sterk bezig was met de standaardisatie van producten om de marktpositie van de Nederlandse tuinbouw te beschermen of te verbeteren. J.C.M. van Beekman M. No