Officiële brief/correspondentie
Origineel
Officiële brief/correspondentie 23 oktober 1939 Directie van het Marktwezen, Amsterdam Den Heer E. Braasem, Centrale Markt Hn 4, Amsterdam-West [Handgeschreven rechtsboven:] Verzonden 23/10 -'39
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/97/20 M.
AMSTERDAM-West, 23 October 1939.
Jan van Galenstraat 14.
AAN
den Heer E. Braasem,
Centrale Markt Hn 4,
Amsterdam-West.
In bylage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlyk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zyn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder myn schriftelyke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vooraf met my te verstaan.
De Directeur, Deze brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen aan een huurder, de heer E. Braasem. De kern van de brief is de toezending van een officieel geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam.
De brief bevat twee belangrijke herinneringen aan de huurvoorwaarden:
1. Onderhoudsplicht: De huurder is zelf verantwoordelijk voor kleine herstellingen (zoals rolluiken en sloten) op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek.
2. Reclamebeperkingen: Het is de huurder niet toegestaan om zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming reclameborden of aankondigingen te plaatsen.
De schrijfstijl is uiterst beleefd en afstandelijk ("heb ik de eer", "verzoek U beleefd"), wat typerend is voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief dateert van 23 oktober 1939. Dit is een historisch interessante periode: de Tweede Wereldoorlog was net begonnen (september 1939), maar Nederland was op dat moment nog neutraal en niet bezet. Het dagelijks leven en de bureaucreatie liepen nog op de normale voet door.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (geopend in 1934) was destijds hét centrum voor de voedselvoorziening en groothandel in de stad. De heer Braasem was waarschijnlijk een handelaar die een "pakhuisafdeeling" (een opslagruimte) huurde om zijn goederen op te slaan. De strenge regels omtrent reclame-uitingen wijzen op een wens van de directie om de eenheid en ordelijkheid van het marktcomplex te bewaren.
De gebruikte spelling (bijv. "bylage", "burgerlyk", "zyn") is de zogenaamde spelling-De Vries en Te Winkel, die voor de spellinghervorming van 1947 de standaard was. Braasem was (De heer) E. Braasem Marktwezen